Filmpje op Youtube: EuroNews –No Comment: Bruxelles, Belgique

Dit fragment toont de rellen tussen Turken en Koerden in Sint-Joost-ten-Node op zondag 1 april 2007 na brand in een Koerdisch gemeenschapshuis. De brand had zich ‘s nachts voorgedaan en volgens de brandweer was er geen twijfel mogelijk dat hij was aangestoken. Toen dit nieuws bekend raakte onder de Koerdische gemeenschap ontstond er protest, vooral omdat het niet de eerste keer was dat zulke feiten zich voordeden. Ze hielden een sit-in voor het uitgebrande lokaal, dit is ook op de beelden te zien. Ze waren er van overtuigd dat de daders Turken waren en dat het ging om een politieke actie en niet om banaal vandalisme. Deze protestactie was niet naar de zin van een 400-tal Turkse jongeren, die deze sit-in als een provocatie zagen. Het kwam tot rellen, de politie moest zich tussen de twee groepen opstellen om een confrontatie te vermijden. Door de toenemende agressie, vooral van Turkse zijde, die luidkeels anti-PKK slogans bleven scanderen, moest zelfs het waterkanon worden ingezet.

 

De beelden spreken voor zich. Dit gaat niet om een historisch conflict dat passief aanwezig is onder deze bevolkingsgroepen. Bij de minste provocatie kan het vuur al in de pan slaan. Volgens de extreem-nationalistische Turkse beweging bestaat er geen Koerdische minderheid in Turkije. Het gaat om een marxistisch geïnspireerde, terroristische afscheidingsbeweging die actief is onder de leiding van Abdullah Ocalan, zijnde de PKK. Alle Koerden worden in deze visie dan ook afgeschilderd als extreem linkse PKK’ers.

 

Als we de beelden van dichtbij bekijken zien we duidelijke gelijkenissen met de beelden van Palestijnse jonge mannen die zich verzetten tegen de Israëlische bezetter, met het enige verschil dat de Palestijnen elke dag met het conflict worden geconfronteerd, en dat zij in hun directe verleden mensen uit hun omgeving aan deze oorlog verloren zijn. Ergens is het dus verrassend zoveel woede aan te treffen bij jongeren waarvan het grootste deel niet eens in Turkije geboren is en zich nog nooit in een reële conflictsituatie hebben begevonden. Een groot deel is waarschijnlijk te verklaren door de opvoeding die deze jongens genoten hebben. Als het met de paplepel wordt bijgebracht dat elke aanval op de Turkse Staat als een aanval op je persoonlijke eer moet worden geïnterpreteerd, dan spreekt het voor zich dat er nogal fel wordt gereageerd. Hierbij mag ook niet worden vergeten dat iedere Turkse man die zijn nationaliteit wil behouden op een bepaalde leeftijd zijn legerdienst moet volbrengen, en de mogelijkheid bestaat dat ze in Koerdische gebieden worden geplaatst. Dit brengt het conflict meteen een stukje dichterbij.

 

Als voorbereidend werk voor deze blog zijn wij gaan praten met Derwich Ferho de directeur van het Koerdische Instituut van Brussel. Het was meteen merkbaar hoe diep geworteld dit conflict wel zit. Het instituut is ook al meerdere keren het doelwit geweest van Turks geweld. Ferho spreekt van zeven aanslagen in het totaal. Dit geweld loopt vaak parallel met gebeurtenissen in Turkije maar volgens Ferho ligt het ook voor een stuk aan de haatdragende discours binnen de Turkse moskees in België. Het gaat hier volgens hem wel om een minderheid. Het grootste deel van de Turkse gemeenschap is niet echt op de hoogte van wat er allemaal gebeurt maar hyper-nationalistische groeperingen zoals de Grijze Wolven of Islamo-Turkse nationalisten proberen heel bewust elk Koerdisch initiatief te kelderen. Dit kan soms heel ver gaan. Door de activiteiten voor de Koerdische zaak van Derwich Ferho en zijn broer Medeni, die actief is op de Koerdische ROJ-TV in Denderleeuw, zijn hun ouders in Turks-Koerdistan vermoord geweest hoogstwaarschijnlijk door Turkse autoriteiten, alhoewel zij dit zelf nooit hebben toegegeven.

 

Langs Koerdische zijde bestaat de al dan niet reële angst dat extreem-nationalistische Turkse bewegingen zich tot doel stellen om bepaalde Belgische gemeentes om te vormen  tot wat Dogan Ozguden (zie Paarden van Troje) “Turkish Towns” noemt. Het zou de bedoeling zijn Koerdische en Armeense minderheden door middel van bijvoorbeeld criminele brandstichtingen te verjagen. Hier zal natuurlijk ergens wel een grond van waarheid in zitten, maar het mes snijdt altijd langs twee kanten. De PKK is niet enkel een uitvloeisel van een op hol geslagen Turks-nationalistische fantasie, het is een bestaande en zelfs actieve organisatie, die reeds aanslagen heeft gepleegd en die naast militairen ook burgers heeft omgebracht. Alles hangt van het perspectief af, volgens Ferho is het PKK helemaal geen terroristische organisatie. Hij ziet het als een bevrijdingsorganisatie die enkel militaire doelwitten heeft. Hij draait de kwestie om en definieert eerder de Turkse Staat als terroristisch.

 

Beide visies zullen wel ergens gelijk hebben. Het blijft een complexe kwestie, maar het staat zeker vast dat dit conflict zijn eindpunt nog niet heeft bereikt. De gemoederen blijven hoog oplopen, niet enkel in Turkije maar ook hier in België, waar dit buitenlandse conflict duidelijk zijn verlengstuk gekregen heeft.

Advertenties

Artikel uit het tijdschrift “De Koerden” : Inmenging van Turkse regime in Belgische verkiezingen

Dogan Ozguden (De Koerden, jaargang 7, n°37, juli-augustus, p.22-23)

 

Dit betoog van Ozguden klaagt binnen de Belgische context de dubbelzinnigheid van bepaalde verkiezingskandidaten en verkozenen van Turkse origine aan. Volgens hem trachten belangrijke Turkse lobby’s hun programma te promoten binnen de Belgische Staat via wat hij “Paarden van Troje” noemt. Turkse verkozenen zouden dus druk uitoefenen op vooraanstaande politici als  Yves Leterme, Johan Vandelanotte of Laurette Onkelinx om bepaalde onderwerpen zoals de Armeense genocide, het terroristisch karakter van de PKK, het respect van mensenrechten in Turkije al dan niet op de politieke agenda te plaatsen. Het aantal Belgen van Turkse origine is aanzienlijk, er vallen dus veel stemmen te rapen. Het spreekt  voor zich dat er met hun mening meer rekening zal worden gehouden, dan met die van de veel kleinere Koerdische of Armeense gemeenschap in België. Dit blijft immers een van de basisprincipes van de democratie: de stem van de meerderheid geldt.

 

 

Het is ergens ook evident dat iemand die grotendeels verkozen is door een Turkse achterban, hun belangen dan ook verdedigt. Laurette Onkelinx kan slechts burgemeester worden van Schaarbeek, als zij niet ingaat tegen wat belangrijk wordt bevonden binnen de grote Turkse gemeenschap in deze gemeente. Hetzelfde geldt om maar een voorbeeld te geven voor personages als Patrick Janssens (sp.a) die toegevingen heeft moeten doen aan zijn eerder rechtse electoraat, om burgemeester van Antwerpen te kunnen worden in plaats van Vlaams Belang kopstuk Filip Dewinter. Zo werkt de politiek nu eenmaal, zelfs al is dat niet altijd overeenkomstig met hoe het zou moeten zijn, op zich is hier niets schokkends aan.

 

 

Aan de andere kant zou het mogelijk moeten zijn voor een land als België, dat in principe ver van Turkije afstaat, om neutraal te blijven in zo’n emotioneel geladen problematiek. We moeten echter toegeven dat door de geglobaliseerde context van vandaag en vooral binnen het kader van de Europese Unie. België steeds vaker bepaalde posities moet innemen met betrekking tot conflicten die zich oorspronkelijk niet op hun grondgebied afspeelden.  Transnationale mobilisatie heeft ervoor gezorgd dat het Koerdische probleem zich voor een deel verplaatst heeft, zowel Turkse als Koerdische lobby’s proberen de Belgische Staat te beïnvloeden om hun persoonlijke belangen te doen gelden. Het hangt van de bestaande machtsverhoudingen af wie van de twee binnen de Belgische context het laatste woord zal hebben.

 

 

De invloed die wordt uitgeoefend valt dus zeker niet te ontkennen, de loyaliteit ten opzichte van het land van herkomst is zowel voor de Turkse als voor de Koerdische gemeenschap zeer sterk. De interne verdeeldheid binnen België speelt hier hoogstwaarschijnlijk een belangrijke rol, het nationale bewustzijn en het bijkomende nationalisme is hier veel minder sterk dan in Turkije. In de Verenigde Staten, waar een zeer groot nationaal bewustzijn bestaat, zou iedereen het bijvoorbeeld absurd vinden als Barack Obama nu plots, naast het algemene belang in het bijzonder de belangen van Kenianen zou verdedigen.  Als Belgische politici als Fatma Pehlivan of Cemal Cavdarli dit wel doen zien wij hier over het algemeen geen graten in.

 

 

We moeten eerlijk zijn, het grootste deel van de Belgische bevolking staat vrij onverschillig ten opzichte van kwesties zoals het al dan niet terroristische karakter van de PKK. De gemoederen zullen veel hoger oplopen als het gaat over de scheiding van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde bijvoorbeeld. Dit verklaart ook waarom het ontkennen van de Joodse genocide veel meer stof zal doen opwaaien dan het negationisme omtrent rond de Armeense genocide of de mensenrechtenschendingen in het Koerdische deel van Turkije bestaat. De Joodse kwestie zit veel meer geworteld in onze nationale geschiedenis en ligt dus ook gevoeliger.

 

 

Het feit dat dit type debat in België wordt gevoerd is een relatief nieuw fenomeen en dat het effectief ook het nieuws haalt is op zich al zeer interessant. Niet enkel de betrokken gemeenschappen mobiliseren zich om van hun versie van het conflict de dominerende versie te maken, ook Belgische politici worden verplicht kleur te bekennen over een conflict dat hun niet eigen is.

 

 Wetenschappelijk artikel: Modern Communications Technology in Ethnic Nationalist Hands: The case of the Kurds

David Romano

 

Volgens David Romano hebben moderne communicatietechnologieën een grote impact gehad op nationalistische bewegingen in het algemeen. Het heeft dingen mogelijk gemaakt die dat eerst niet waren.  Er is vaak gedacht dat massamedia eerder een homogeniserend effect op culturen zouden hebben. Het heeft de wereld inderdaad kleiner gemaakt, maar dat heeft net nieuwe mogelijkheden geschapen voor staatloze groeperingen, die zich door diaspora over de hele wereld hebben verspreid. Vandaag de dag is het bijna voor iedereen mogelijk, van welke strekking of afkomst je ook bent, om een boek of een krantje te publiceren. Een goed voorbeeld hiervan is het tijdschrift “De Koerden” van het Koerdisch Instituut vzw te Brussel, een dergelijk onafhankelijk tijdschrift kan door een vzw met beperkte middelen worden uitgegeven dankzij de opkomst van de massaproductie van moderne communicatie- technologieën. Hetzelfde geldt tevens voor blogs, websites,…. Enkele decennia geleden zou dit niet mogelijk geweest zijn. 

 

Wijd verspreide toegang tot radio’s, gsm’s, internet en camera’s maakt het gemakkelijker om ideeën wereldwijd te verspreiden. Informatie die er vroeger uren en soms zelfs dagen over deed om bekend te raken, wordt nu in een fractie van een seconde de hele wereld rond gestuurd. Bij de  arrestatie in 1999 van Ocalan ( de leider van de PKK) door de Turken, werden deze beelden dankzij satelliet en internet op zeer efficiënte wijze doorgestuurd waardoor protestacties al enkele uren later konden starten.  Er is een diversiteit aan relaties ontstaan die mensen onderhouden over de grenzen heen. Het is een universeel fenomeen, gelijkgezinden vinden elkaar gemakkelijker terug, en ze mobiliseren zich rond zeer uiteenlopende thema’s.

 

Het spreekt voor zich dat voor een volk als de Koerden, dat beschikt over een welbepaalde cultuur en geschiedenis, een medium als het internet hun zaak zeker ten goede komt. We moeten niet vergeten dat na de eerste wereldoorlog Koerdistan werd verdeeld tussen Turkije, Iran, Irak en Syrië en dat er hierdoor een culturele, linguïstieke en politieke afstand is ontstaan  tussen de verschillende Koerdische groeperingen. Dankzij moderne communicatietechnieken en dan vooral het internet kan deze afstand vandaag overbrugd worden. Deze overbrugging is noodzakelijk in de huidige context: Koerdische minderheden in de bovengenoemde landen, zijn onderhevig aan urbanisatie- en onderwijssystemen die trachten de Koerden binnen hun nationale kader te assimileren. Hierdoor ontstaat de angst bij de Koerdische nationalisten dat ze de oorspronkelijke loyaliteit aan hun moedernatie zouden verliezen. Deze angst is niet onterecht, zeker binnen de Turkse landsgrenzen wordt er grote moeite gedaan om elke expressie van Koerdische etniciteit te onderdrukken, in sommige gevallen is die assimilatiepolitiek ook succesvol geweest.

 

Ook voor de Koerden die zich buiten Koerdistan gevestigd hebben en die naast hun Koerdische loyaliteit ook andere loyaliteiten ontwikkeld hebben, meestal ten opzichte van het land waarheen zij gemigreerd zijn, is het bestaan van een “virtueel Koerdistan” (Watts, 2004) erg belangrijk. De transnationale netwerken die hierdoor zijn ontstaan, hebben een sterke verbondenheid gecreëerd. We kunnen spreken van een soort van “Cybernatie” (Mills, 2002). Het Koerdische probleem is niet langer enkel een lokaal of een regionaal conflict, het wordt hoe langer hoe meer gezien als een Europees probleem (Watts, 2004). Omdat de afstand door de moderne communicatiemiddelen sterk verkleind is, voelt een Koerd die in Duitsland woont zich evengoed aangesproken als een Koerd in Turkije. Het conflict maakt deel uit van de dagdagelijkse routine, het is niet langer een ver-van-mijn-bed-show.

 

Deze situatie heeft ook veel kansen gecreëerd voor Koerdische nationalisten, ten eerste is het bestaan van een transnationale gemeenschap de manier bij uitstek om de Koerdische cultuur staande te houden. Zoals Romano ook aanhaalt, speelt vooral de taal hier een zeer belangrijke rol. Binnen de Koerdische taal bestaan er verschillende dialecten die sterk van elkaar verschillen. De Koerdische beweging is zich ervan bewust dat taal één van de belangrijkste elementen is die de identiteit van een persoon bepaalt, het is dus voor hun van groot belang om een gestandaardiseerde vorm van hun taal te promoten. Eenzelfde taal zou volgens deze logica ook de andere interne verschillen onder de Koerden wegwerken. Ten tweede heeft dit transnationale netwerk het mogelijk gemaakt de strenge Staatscontrole, die in Iran, Irak, Syrie en vooral in Turkije bestaat en die het communicatiemonopolie willen behouden, te omzeilen. De Koerdische satellietzender MED TV en het productiehuis Roj dat uitzend vanuit London en Denderleeuw heeft als voornaamste doel het etnische bewustzijn van de Koerden te promoten. Zoiets zou in Turkije volstrekt onmogelijk zijn. Er zijn dan ook al meerdere initiatieven ondernomen om deze zender het zwijgen op te leggen, maar het recht op vrije meningsuiting heeft tot nu toe de bovenhand gehaald. 

 

De auteur van dit artikel gaat ervan uit dat wanneer de vier landen, waarin de Koerdische minderheid zijn thuis vindt, minder repressief zouden reageren op elke uiting van Koerdische identiteit, de Koerden hoogstwaarschijnlijk ook minder radicale claims zouden hebben en zelfs zouden afstappen van hun secessionistische ideeën. Dit is echter niet noodzakelijk zo, want het feit dat Koerdistan over belangrijke natuurlijke rijkdommen beschikt, zorgt ervoor dat de economische factoren die in dit conflict meespelen niet over het hoofd kunnen worden gezien.  Ergens is de vergelijking met regio’s zoals Catalonië of zelfs Vlaanderen mogelijk, zij beschikken over zeer uitgebreide autonomie waaronder onafhankelijke media, dit heeft desondanks geen einde gebracht aan de “strijd” voor onafhankelijkheid (Keating, 2003).

 

Een tweede punt van kritiek is dat het idee van een transnationale gemeenschap op het internet niet overroepen mag worden. Eerst en vooral heeft niet iedereen toegang tot dit medium, daarbij komt ook nog eens dat het Koerdische netwerk op het internet misschien wel zeer groot is, maar ook zeer divers: niet elke website of blog staat achter dezelfde doelstellingen. Het kan gaan van puur culturele en folkloristische informatie tot radicalere uitlatingen die soms zelfs oproepen tot geweld. Het zou dus gevaarlijk en kortzichtig kunnen zijn deze allen over eenzelfde kam te scheren.

 

Geconsulteerde werken:

 

Keating M., Loughlin J., Deschouwer K. (2003). Culture, Institutions and Economic Development: A study of Eight European Regions. Elgar, Cheltenham.

 

 

Mills, K. (2002). Cybernations: Identity, Self-determination, Democracy and the “Internet Effect” in the Emerging Information Order. Global Society, Vol. 16, Issue 1, pp. 69-87

 

Romano, D. (2002). Modern Communications Technology in Ethnic Nationalist Hands: The Case of the Kurds. Canadian Journal of Political Science, 35:1, pp.127-149

 

 

 

Watts N.F. (2004). Institutionalizing Virtual Kurdistan West, Transnational Networks and Ethnic Contention in International Affairs. In J.S. Migdal, States and Societies in the Struggle to Shape Identities and Local Practices (pp.121-147).Cambridge University Press, Cambridge