Het videofragment van het Arabische televisienetwerk Al-Jazeera, toont het debat tussen de Koerdische schrijver, Shirzad Adel Al-Yazidi en de Jordaanse schrijver, Ibrahim Al-Alarsh op 9 oktober 2007.

De discussie behandelt de Koerdische Autonome Regio. Al-Yazidi weerlegt de claims van Koerdische afscheiding en, uit naam van het hele Koerdische volk, pleit hij voor een federaal systeem waarin Koerden en Arabieren in vreedzame coëxistentie samenleven. Met de val van de Iraakse dictator Sadam Hussein en de Ba’th republiek is er immers een einde kunnen komen aan het fascistische, gecentraliseerde en criminele regime. Hierop beschuldigt Al-Alarsh de Koerden ervan te collaboreren met Israël en met alle andere vijanden van Irak, zoals de Verenigde Staten. Hij spreekt van Zionistische infiltratie en het deporteren van Arabieren, Turken, Assyriërs en Yazidiërs. Bovendien nemen de Koerden Kirkuk en haar olierijke gronden in. Meer autonomie voor Koerden zou kortom leiden tot een opdeling van Irak, Syrië, Turkije en Irak en zou de implementatie van het Zionistische complot betekenen. Al-Yazidi wijst hen er echter op dat de Koerdische zaak reeds bestond voor Israël en dat hij ervan overtuigd is dat de Koerden geen enkele relaties onderhouden met Israël in tegenstelling tot andere Arabische landen. De gemoederen lopen hoog op en Al-Alarsh insinueert zelfs dat hij de Koerdische en Joodse genocide te ontkennen. Hij is er daarenboven van overtuigd dat het Ba’th regime het enige regime was in de regio die de Koerdische nationaliteit erkende en dat de Koerden van enige autonomie konden genieten. Maar wanneer Al-Yazidi verwijst naar de val van Sadam Hussein en zijn regime, kan het schelden pas beginnen.

Het internet is een tweede spectaculaire ontwikkeling binnen het media landschap van de Koerden. Het opent een bron van nieuwe mogelijkheden die verreikende gevolgen kunnen hebben. Zoals reeds werd aangehaald door mijn blogcollega’s is het aantal Koerdische websites extreem snel gegroeid de laatste jaren en de aard van informatie die ter beschikking wordt gesteld, is sterk uiteenlopend. Van Koerdische muziek, slideshows over de geschiedenis van Koerdistan, politieke propaganda tot het voorlezen van verbannen boeken. Het geeft ook een impuls aan de onwikkeling van een moderne standaardtaal (Van Bruinessen, 2000). Zoals het filmfragment aantoont, kunnen Koerden hun nationalistische programma en hun culturele en politieke eisen uitleggen en verdedigen. Het is een efficiënte manier om over de Koerdische kwestie te berichten aan zowat de hele wereld.

Toch brengt het internet enkele problemen met zich mee. Zoals het filmpje demonstreert kan het zeer polariserend werken. Het internet kent geen grenzen; elke mening kan men er op kwijt. Bovendien is het ook mogelijk om anoniem te blijven. Dit heeft tot gevolg dat het internet een wildgroei aan meningen bevat zonder enige consistentie of coherentie. Komt dit de Koerdische zaak wel ten goede? Hoewel er zowel uit de politieke, economische, culturele en nationalistische hoek stemmen komen die het Koerdische verhaal compleet maken, worden deze telkens weer blootgesteld aan kritiek en extreme opvattingen. Ter illustratie, onder elk Youtube filmpje is het mogelijk om je eigen “bescheiden” mening te geven. Onder bovenstaand fragment kan men dit lezen: ‘These Kurds I mean mountain rats are from Iran. But since they are traitors, they don’t want to admit their origin.’ Hoewel men individueel de waarde van zo’n uitspraken moet beoordelen, kunnen dergelijke extreme uitspraken, of zeg ik uitspattingen, gevolgen hebben en percepties van lezers veranderen.

Pluraliteit is per definitie aan te moedigen, maar het kan voor grote chaos zorgen. In het geval van de Koerdische diaspora en het verlangen om een ééngemaakt Koerdistan te vormen, lijkt het bovendien zeker belangrijk een coherente en consistente boodschap naar buiten te dragen. Hoewel dit misschien een mission impossible lijkt, ontbreken er toch enkele goed uitgebouwde en coherente websites of filmfragmenten over de Koerdische kwestie op het net die diverse boodschappen en Koerdische achtergronden expliciteren.

Hier steekt echter een nieuw probleem de kop op. Wie kan de gelegitimeerde samensteller zijn van dergelijke consistente informatie? In het filmpje claimt de Koerdische schrijver dit recht op, maar waarschijnlijk spreekt hij slechts voor een deel van de Koerdische gemeenschap, al gaat het maar om een geografisch verschil.

Meer nog dan de kritiek op Koerdische bijdragen op het web, dienen deze bijdragen zelf in vraag gesteld te worden en de mate waarin ze een consequent beeld van de Koerdische kwestie naar buiten brengen. Er dient wel rekening gehouden te worden met interne verschillen binnen de Koerdische diaspora. Hoewel het internet een uiterst belangrijke rol gespeeld heeft in de internationale gewaarwording van het Koerdische probleem, moet men echter de verwarrende en chaotische variëteit aan meningen stroomlijnen zodat een duidelijke boodschap naar buiten wordt gebracht.  Bovenal is het van belang dat het internet met de nodige kritische geest wordt bekeken.

Geraadpleegde literatuur:

Al Jazeera (9 okbtober 2007). Kurdish and Arab writers debate about Kurdistan, geraadpleegd op http://www.youtube.com/watch?v=afBaqY2m6aA op 19 december 2008.

Van Bruinessen, M. (2000). Transnational aspects of the Kurdish question. Firenze: Robert Schuman Centre for Advanced Studies.

Bespreking van het populaire artikel: België wil Koerdische tv monddood maken, Katy Rijnders

Moderne communicatie technologieën, waaronder satelliettelevisie, hebben een grote impuls gegeven aan het transnationaal activisme van diaspora gemeenschappen. Zo heeft de opkomst van de satelliettelevisie bij de Koerden een transnationaal forum doen ontstaan dat politieke mobilisatie meer publiek maakt en de eis van politieke en culturele rechten en de opbouw van een Koerdische natie nastreeft. Nieuwe media maken het de oorspronkelijke natie-staten bovendien moeilijker om proteststemmen te onderdrukken. Toch slagen laatstgenoemde via lokale, nationale en internationale kanalen erin de transnationale strijd van dergelijke minderheden te belemmeren.

De oprichting van de Koerdische satellietzender MED-TV in 1995 bleek een groot succes. Het bereikte miljoenen Koerden wereldwijd en was een belangrijke bron van alternatieve informatie voor diegenen die de Turkse officiële media wantrouwde (Van Bruinessen, 2000). Video cassettes van programma’s van de MED-TV werden rondgestuurd binnen de Koerdische gemeenschappen. Ook de live discussies in de studio met studiogasten van over de hele wereld werden belangrijke media om de Koerdische boodschap transnationaal uit te dragen. Maar Turkije deed echter alles wat in zijn macht lag om MED-TV te verhinderen. En de uitzending van emotionele studiogasten die ondubbelzinnig opriepen tot geweld in het kader van de arrestatie van PKK leider Öcalan, was dan ook het uitgelezen moment voor Turkije om tussen te komen. Als gevolg maakte de Independent Television Commission een einde aan de MED-TV licentie. Volgens Koerden-expert Martin Van Bruinessen kwam het initiatief voor MED-TV wel van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK), maar deed het veel moeite om meer pluralistische visies weer te geven. Koerden met allerlei achtergronden gaven opinies weer op MED-TV die opmerkelijk verschilden van de partijlijn. MED-TV afdoen als een crimineel bastion vindt hij dan ook voorbarig en ongefundeerd. De meest recentelijke opvolging is het Koerdische Roj TV uit Denemarken, dat ook studio’s en kantoren heeft in het Belgische Denderleeuw (Van Bruinessen, 2000).

De Turkse regering bleef druk uitoefenen op de landen waar de Koerdische televisie was gehuisvest. Zo ondernam de Belgische politie in 1996, gebaseerd op Turkse informatie, een razzia op het Koerdische productiehuis, de televisie en het Koerdische parlement in ballingschap en confisceerde alle computers en video materiaal en documentatie om bewijsmateriaal te vinden over illegale financiële transacties, drugssmokkel en kinderhandel. Deze inval leidde tot een groots opgezette rechtszaak die maar liefs twaalf jaar duurde. Het artikel ‘België wil Koerdische tv monddood maken’ in het tijdschrift van  het Koerdisch Instituut betoogt dat de Belgische overheid sinds begin dit jaar met een nieuw politiek manoeuvre de Koerdische tv de mond wil snoeren, nu via fiscale weg. In september 2007 werd beslist dat de zaak ten gronde was verjaard en dat de inbeslagnames op de activa, geld dat via een tussenpersoon op banken werd geplaatst in Luxemburg en Zwisterland, diende te worden opgegeven. De beschuldigingen van illegale transacties, drugssmokkel, kinderhandel, wapenhandel, afpersing etc. werden teniet verklaard wegens het tekort aan bewijsmateriaal. Wederom werd de oorzaak van de beschuldigingen gelegd in de relatie met de PKK die alles zou financieren. Ook hier schoot de bewijslast tekort. Meer zelfs, de verdediging kon bewijzen dat politiemensen beloften maakten aan Koerden, die in ruil voor foutieve verklaringen tegen de Koerdische televisie en andere instituties, een bespoedigde verblijfsvergunning verkregen.

Recentelijk zou de Belgische overheid het fiscale pad bewandelen. De Bijzondere Belastinginspectie zet NV Roj onder druk door een onderzoek naar de belastingtoestand van de zender, een boete wegens belastingontduiking en het beslag leggen op bankrekeningen van Roj. Telkens uit de overtuiging dat Roj televisie een spreekbuis is van de PKK. Wederom wijst het Koerdische instituut in de richting van de Turkse regering, die België onder druk zou zetten om Roj tv zo snel mogelijk failliet te doen gaan en de mond te snoeren.

Ook Belgische politici zijn betrokken bij de zaak. Geert Lambert stelt dat er een vermoeden is dat de Belgische fiscus in opdracht van buiten-en binnenlandse veiligheidsdiensten zou handelen. Zo sprak hij in Senaat op 10 april 2008: “Ik wil de diensten van Financiën er niet lichthartig van beschuldigen dat ze zich voor de kar laten spannen van buitenlandse en binnenlandse veiligheidsdiensten, maar er zijn aanwijzingen dat dit wel degelijk het geval is. Zo bracht Frank Urbancic, de adjunct-coördinator van de antiterrorismedienst van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, voor enkele maanden een bezoek aan België waarover in de pers niets werd bericht… volgens Urbancic is Roj TV de voorhoede van de terroristische activiteiten en de propaganda-arm van de PKK”.

Hoewel de moderne technologie nieuwe mogelijkheden biedt om de Koerdische kwestie aan te kaarten in de internationale gemeenschap, hebben de Koerden nog steeds te kampen met tegenwind van regeringen, zowel in het binnen- als in het buitenland.

Geraadpleegde literatuur:

Rijnders, K. (2008). België wil Koerdische tv monddood maken. Tweemaandelijks tijdschrift van het Koerdisch Instituut, 43 (8), 10-12.

Van Bruinessen, M. (2000). Transnational aspects of the Kurdish question. Firenze: Robert Schuman Centre for Advanced Studies.

Belgische senaat Annales. (2008) Demande d’explications de M. Geert Lambert au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes institutionnelles sur «les missions de l’Inspection spéciale des impôts». Geraadpleegd op 15 december HYPERLINK http://www.senate.be/www/?MIval=/publications/viewPubDoc&TID=67110588&LANG=.

Bespreking van het wetenschappelijk artikel: Exit and Voice Revisited: the Challenge of Migrant Media, Kira Kosnick

Tijdens de jaren ’70 werd emigratie gunstig geacht voor natie-staten, politieke managers en vertegenwoordiger van de staat. Het verlaten van de staat onder de vorm van emigratie maakt het mensen immers onmogelijk om politieke veranderingen te eisen. Vooral onderzoek over de effecten van migratie op de natie-staat tijdens de 19de en 20ste eeuw kwam tot deze conclusie. Hirschman definieerde op die manier ‘exit’ als het wegtrekken uit het land van oorsprong, waardoor de mogelijkheden op ‘voice’, vertaald als opstand of verzet, beperkt zijn. Politieke conflicten en sociale protesten in de 21ste eeuw in West-Europa en het Midden-Oosten bewijzen echter het tegendeel. Immigranten blijven geaffilieerd met hun land van oorsprong en engageren zich in transnationale en diasporische politieke activiteiten. Ze ontwikkelen nieuwe manieren om hun ontevredenheid met de politieke stand van zaken in hun oorspronkelijke verblijfplaats te verwoorden. Globalisatie veroorzaakt niet enkel nieuwe druk op natie-staten, maar het heeft ook de voorwaarden van diepgaand politiek verzet of politiek activisme ingrijpend veranderd. Sommige dissidente groepen slagen er zelfs in om sterker verzet te voeren vanuit het buitenland dan van binnen uit. Diaspora gemeenschappen kunnen zelfs de verhalen van de natie creëren door de tijdloosheid van de natie aan te tonen door de weigeren om te integreren en ze beïnvloeden de standpunten en acties van nationalisten in het thuisland (Curtis, 2005). De opkomst van nieuwe communicatietechnologieën is hiervoor de katalysator bij uitstek.

Koerdische nationalisten ontwikkelen dergelijk dissidente activiteiten tegenover hun land van oorsprong, voornamelijk Turkije (naast Iran, Irak en Syrië). Ze benutten nieuwe mogelijkheden voor kritisch activisme dat ondenkbaar zou zijn van binnen uit en dat grote gevolgen heeft voor Turkije, zowel met betrekking tot de opbouw van de natie, als met het beleid tegenover minderheden.

Meer dan een miljoen etnische Koerden emigreerden sinds 1960 als arbeidersemigrant of politieke en/of economische vluchteling naar Europa. Ze bleven zich echter verbonden voelen met hun Koerdische etnische nationaliteit en organisaties van politieke mobilisatie. Volgens Andy Curtis is het de tweede generatie immigranten die meer belang hechten aan de Koerdische identiteit dan de eerste generatie. Door de perceptie dat integreren in immigratieland onmogelijk is, door intens contact met land van oorsprong en de confrontatie met discriminatie van eerste generatie, ontstaat de idee dat een onafhankelijk Koerdistan alle Koerden ten goede zou komen (Curtis, 2005). Bovendien moet men, hoewel verspreid over de hele wereld, putten uit gemeenschappelijke ‘deep resources’ om transnationalisme waar te maken. Antony Smith omschrijft het dit concept als het collectief geheugen, religieuze geloofsovertuigingen en het voorvaderlijke thuisland (Smith, 1996). Dit is ook het geval voor de Koerden die in de regio’s van het zogenaamde Koerdistan leven; de natie-staten waarvan deze regio’s deel uitmaken doen er alles aan om deze separatistische ambities te onderdrukken. Turkije spant echter de kroon in het ontkennen van enige politieke, economische en culturele Koerdische autonomie of vrijheden. Maar ontwikkelingen in communicatie technologieën hebben een nieuwe vorm en praktijk van Koerdisch nationalisme teweeg gebracht die de territoriale culturele politiek van de Turkse staat uitdaagt. Martin Van Bruinessen stelt zelf: ‘The Kurdish nation is unlikely to have ever transformed, had its members never left Kurdistan’ (Van Bruinessen, 2000).

De Turkse staat heeft een geschiedenis van strenge controle over de geschreven media en een staatsmonopolie op broadcasting tot de jaren ’90. Rapportering over politiek gevoelige onderwerpen, zoals Koerdisch separatisme en staatsacties worden gewelddadig afgestraft in Turkije. Verdwijningen van journalisten en geweld tegen media organisaties vormen geen uitzonderingen. Sinds 2001 heeft de Turkse staat enkele wettelijke hervormingen en constitutionele amendementen doorgevoerd, voornamelijk in het kader van de onderhandelingen over Europees Turks lidmaatschap. Maar ondanks de toenemende openheid is het nog steeds moeilijk voor minderheden om gehoor te krijgen in het media circuit van Turkije. Koerdisch media activisme veranderde echter fundamenteel met de komst van de satelliet MED-TV. MED-TV is een transnationaal diasporisch project met een Koerdisch nationalistische agenda die opereerde buiten Turks territoria en die de regio’s die onder Koerdistan vallen en de Koerdische bevolking in de Mediterrane regio’s en over heel West-Europa bereikte. Turkije deed er echter alles aan om dit kanaal te verwijderen uit het media landschap. De Turkse pers kondigde een protestcampagne af door MED-TV af te beelden als een terroristisch project, aangezien het kanaal PKK activisten aan het woord laat. De toenmalige Turkse eerste minister onderhandelde meermaals met de regeringen van de landen waarin MED-TV zich gevestigd had en slaagde erin de MED-TV telkens te onderbreken en te verplaatsen. De Turkse rijkswacht en politie voerde zelfs aanvallen uit op huizen waarvan de antennes in de richting van het Intelsag signaal stonden dat MET-TV uitzend. Het kat en muis spel tussen de Turske regering en MED-TV en haar opvolgers eindige uiteindelijk wanneer de Turkse staat zich begon te realiseren dat ze de productie van Kurdisch-nationalistische televisie buiten Turkije niet kunnen controleren, laat staan verbieden. ‘We cannot prevent this through fines and bans because of the advances in the technology’. De vooruitgang van de communicatie technologie in de context van de huidige globalisatie wordt dus aangewezen als de voornaamste oorzaak. Med-TV werd opgevolgd door CTV met non-politieke programma’s en meer recentelijk, door Medya-TV. (Van Bruinessen, 2000) Östen Wahlbeck merkt hier wel bij op dat moderne communicatie technologieën duur zijn, vooral Koerdische vluchtelingen kunnen zich vaak niet meer veroorloven dan een radio, brief of telefoongesprek (Wahlbeck, 1998).

De gevolgen  van de satelliet televisie voor het Koerdisch nationalistische project zijn meervoudig. Vooreerst heeft het een enorme impact op de staatspolitiek. Politieke mobilisatie wordt meer publiek, flexibel en mobiel. Het draagt bij tot de opbouw van een Koerdische natie, onder andere ook door het promoten van een standaardisatie van Koerdische dialecten op de televisiekanalen. Het fungeert daarenboven als een publiek en transnationaal forum voor Koerdische leiders en intellectuelen, die openlijk over en voor de Koerden spreken wereldwijd. Lokale media praktijken promoten tot slot transnationaal media activisme. Het is de samenwerking tussen lokale, nationale en transnationale politieke niveaus, naast de opkomst van nieuwe media technologieën die de Koerdische satelliet televisie mogelijk hebben gemaakt.

Moderne communicatie technologieën, waaronder satelliet televisie, zullen zeer belangrijk blijven voor leden van de Koerdische diaspora om sterke identificaties met de gedeterrioraliseerde, virtuele Koerdische natie vast te houden en zelfs te versterken en te ijveren voor culturele en politieke rechten, aangezien regeringen het veel moeilijker hebben om proteststemmen tot in de kiem te smoren.

Elien Gillaerts

Geraadpleegde literatuur:
Curtis, A. (2005). Nationalism in the diaspora: a study of the Kurdish movement’. Geraadpleegd op 18 december 2008 op HYPERLINK “http://www.tamilnation.org/selfdetermination/nation/kurdish-diaspora.pdf”
Kosnick, K. (2008). Exit and Voice revisited: the challenge of migrant media. Research Group Transnationalism Werkdocument, 9. Frankfurt: Johann Wolfgang Goethe University.
Smith, A. (1996). The Resurgence of Nationalism? Myth and Memory in the Renewal of Nations. The British Journal of Sociology, 47 (4), 575-598.
Van Bruinessen, M. (2000). Transnational aspects of the Kurdish question. Firenze: Robert Schuman Centre for Advanced Studies.
Wahlbeck, O. (1998). Transnationalism and Diasporas: the Kurdish example. Montreal: International Sociological Association XIV World Congress of Sociology.