“Kurdistan, the Other Iraq”. Op de Amerikaanse zenders kon men in 2006 deze reclamespots zien, die de stabiliteit van het Irakese Koerdistan in het licht stellen.

Het doel is om (Amerikaanse en Britse) investeerders te lokken. De publicitaire campagne werd gelanceerd door de Koerdische administratie in het noorden van Irak en bevat een aantal reclamespots die vanaf juli 2006 op de Amerikaanse zenders te zien waren. Het contract tussen het Amerikaans mediabedrijf Russo, Marsh and Rogers (RM&R) en de Irakese regering loopt over verschillende jaren en voorziet een budget van miljoenen dollars. Één van de filmpjes begint met “Thank you America for democracy”. Men legt dan uit dat Koerdistan zeer tevreden is met de vrede en de veiligheid die dankzij Amerikanen verkregen werd. Een ander filmpje legt uit dat naast de soldaten van de coalitie, er reeds geëxperimenteerde veiligheidsorganisaties bestonden. De Arabieren, Koerden en Westerlingen kunnen er zo samen gezellig hun vakanties doorbrengen. In de derde spot leggen investeerders uit dat men hier niet enkel een vlieghaven helpt bouwen, maar ook democratie, dat men investeert in toekomst, hoop, dromen etc. De filmpjes willen aantonen dat commerciële en industriële groei bestaat in de regio, en dat geen enkele soldaat van de coalitie er gestorven is sinds het begin van de oorlog in Irak. Uiteraard bestaan dan ook Britse versies van deze reclamespots, waar de Koerden hun dankwoorden naar de Britten richten.

Have you seen the Other Iraq?

It’s spectacular.
It’s peaceful.
It’s joyful.
Fewer than two hundred US troops
are stationed here.
Arabs, Kurds and westerners all vacation together.

Welcome to Iraqi-Kurdistan!

The people of Iraqi-Kurdistan invite you to discover their peaceful region, a place that has practiced democracy for over a decade, a place where the universities, markets, cafes and fair grounds buzz with progress and prosperity and where the people are already sowing the seeds of a brighter future. (www.theotheriraq.com)

De situatie blijkt echter niet zo rooskleurig te zijn als in de reclamespots, maar ook in officiële discours wordt geschetst. Wanneer Amerika Irak binnenviel, stortte het regime van Sadam Hussein in elkaar. Na jaren repressie en menselijke drama’s opende zich een toekomst vol hoop voor de Irakese Koerden. Als men op het veld gaat merkt men echter dan de situatie moeilijk is, en dat de burgers kritisch zijn. Ze beschuldigen hun leiders ervan corrupt te zijn. Deze denken enkel aan macht en houden weinig rekening met de publieke opinie. Koerdistan is in Irak bijna een onafhankelijke staat. Het politieke leven wordt er gedomineerd door twee partijen, de Democratische Partij van Koerdistan van Massoud Barzani, en de Patriottische Unie van Koerdistan van Jalal Tabani. De twee partijen blijken alles te controleren en schakelen over tot geweld in hun drift naar macht en rijkdom.

Met beperkte  economische en sociale rechten kunnen de burgers moeilijk hun politieke rol spelen, en dus invloed uitoefenen op politieke beslissingen. In verschillende steden is toegang tot water en elektriciteit moeilijk, en bestaat watervervuiling dat tot ziektes kan leiden (zoals men afgelopen weken hebben gezien in Zimbabwe). Het budget van het Irakese Koerdistan is nochtans groot, o.a. door het regionale deel van de winsten op export van olie, maar dit geld wordt zelden gebruikt om onderontwikkeling weg te vegen. Er ontstaat een scheiding tussen de gewone burgers en de politieke elite. Beide partijen beweren voor het nationale goed te werken, maar de burgers zelf spreken over corruptie, patronagesystemen en favoritisme. De partijen, de clans en de families zijn zodanig verbonden dat het moeilijk wordt om het werkelijke politieke landschap te onderscheiden. Er bestaan wel wetten en instituties, maar de contradictie tussen de teksten en de werkelijkheid lijkt groot. En zo werd het enthousiasme van zelfbeschikking vervangen door neerslachtigheid …

 

www.theotheriraq.com

www.azady.nl/news.php?readmore=3127

www.cbsnews.com/stories/2007/02/16/60minutes/main2486679.shtml

http://nl.youtube.com/watch?v=MTLlEJGlC4U

 

 

Advertenties

Vermeiren, 27 december 2008. Turkse omroep start Koerdisch Tv-kanaal. Geraadpleegd op 27 december 2008 op www.deredactie.be

Met als motto ”We live under the same sky” start vanaf 1 januari 2009 TRT 6, een tv-kanaal van de Turkse openbare omroep TRT volledig toegewijd aan uitzendingen in het Koerdisch. Het initiatief is niet nieuw, maar mag deze keer rekenen op (gematigd) optimisme vanuit de Koerdische gemeenschap binnen en buiten Turkije. De Koerdische broadcasting van TRT start in 2004 met het aannemen van legale amendementen door het Radio and Television High Counsil, waarbij TRT toestemming krijgt om in locale talen en dialecten uit te zenden. De geringe uitzendtijd en het ongepaste tijdstip van deze programma’s leidt echter tot het falen van zulke projecten. De Koerden blijven liever naar de (illegale) Koerdische zenders kijken, die vanuit het buitenland werken (zoals RojTV in België en Denemarken o.a.).

Deze keer is de visie anders. De bedoeling is dat TRT 6 een volledig Koerdische zender wordt, met 24 uur uitzendtijd per dag. In eerste instantie zullen de uitzendingen voornamelijk in het Kurmanji-dialect gebeuren, maar andere Koerdische dialecten zouden ingebracht moeten worden na verloop van tijd. Het moet een familiale zender worden met veel aandacht voor cultuur, entertainment, etc. Verschillende Koerdische artiesten uit de muziekwereld (o.a. Shivan Perwer en Ciwan Haco) maar ook schrijvers en dergelijke werden in dit opzicht betrokken bij het testen en de uiteindelijke lanceren van de zender. TRT 6 moet een open zender worden, met toegang voor iedereen onder dezelfde voorwaarden, die iedereen gelijk behandelt. Het moet een zender worden zonder politieke of ideologische inmenging.  In een interview met krant Zaman legt Directeur Generaal van TRT Ibrahim Sahin uit : “In the constitution, article 2954 clearly indicates our principles, missions and lines and with the condition of remaining in these boundaries, our colleagues will freely be able to say, speak and produce whatever they want”. Er zijn dus in principe constitutionele garanties die enigszins culture en taalrechten van de Koerdische gemeenschap in Turkije erkennen. De zender moet een instrument worden in het behoud van de Koerdische cultuur en talen, die op die manier de culturele diversiteit van Turkije op het scherm moet brengen.

Andere, minder officiële redenen kunnen gevonden worden voor het opstarten van TRT 6. In hetzelfde interview met Zaman meldt Sahin : “If we don’t set up this channel, people with bad intentions and those who have ambitions on Turkey are influencing these people with their broadcasts. I believe that broadcasting in one’s mother tongue is a human rights and TRT will fulfill this necessity”. In deze zin vindt men de Turkse vrees voor de Koerdische zenders die van het buitenland functioneren terug. Door Ankara werden deze steeds gezien als instrumenten voor propaganda van de terreurafdeling van de Koerdische arbeiderspartij, de PKK, die strijd voeren tegen de Turkse staat. Het is duidelijk dat de Turkse staat op verschillende manieren heeft getracht deze kanalen monddood te maken. Echter, het effect van deze legale, militaire en andere acties bleef beperkt om verschillende redenen. Hier kan dus geargumenteerd worden dat het uitbrengen van een Koerdische zender op de Turkse mediamarkt misschien wel de slimste/sluwste zet is van de regering, die zo de invloed van de nationalistische Koerdische media kan inperken.

Een ander argument stelt vast dat de verkiezingen in april nabij zijn, en dat dit een zet kan zijn van premier Ergodan om Koerdische stemmen te rapen. De AK-partij van de premier haalt in heel het land de meeste stemmen, behalve in de Koerdische regio waar Koerdische politici de macht kunnen behouden. Ergodan zou op deze manier het tij willen keren. Ook moet men vaststellen dat i.v.m. de kandidatuur van Turkije voor E.U.-lidmaatschap dit een slimme zet kan zijn, aangezien de E.U. de ontwikkeling van minderheden in Turkije graag ziet gebeuren.

Over het algemeen kan men stellen dat de lancering van TRT 6 goed ontvangen werd in de Koerdische gemeenschap. Toch blijven een aantal vragen belangrijk. Het idee dat deze Koerdische zender door de Staat gecontroleerd wordt ligt moeilijk, daar nog vele Koerden de zender zien als mondstuk van de Turkse (vijandige) Staat. De pro-Koerdische politici wachten ook af hoe opgesloten PKK-leider Abdullah Öcalan afgetekend zal worden. Toch zijn veel Koerden van mening dat dit een belangrijke stap kan zijn richting democratisering en erkenning van culturele en taalrechten voor Koerden in Turkije, ook al is er nog steeds maar één officiële taal in Turkije …

 

Video lancering TRT 6 : www.netkurd.com/webtv/mezeke.asp?id=132

Reacties : http://www.turkishweekly.net/news/62466/turkey-kurds-welcome-the-kurdish-trt-broadcasting.html

http://www.kurdmedia.com/article.aspx?id=15316

http://www.trt.net.tr/International/newsDetail.aspx?HaberKodu=3e844f94-063a-4bc2-a007-176e18708c7d

 

Eriksen, T.H., 2007. Nationalism and the Internet, in: Nations and Nationalism, nr. 13, 2007, 1-17.

 

De auteur bouwt in dit artikel verder op het onderzoek van Ernest Gellner rond het concept van ‘nationalisme’. Centraal in Gellner’s argumentatie is dat nationalisme de natiestaat heeft helpen creëren, en niet omgekeerd. Hij bouwt een theorie uit van territoriaal gebonden identiteitsvorming. Het is logisch dat nationale identiteiten voornamelijk territoriaal verbonden zijn. Toch merkt de auteur dat daar waar natiestaten gebonden blijven tot hun territorium, cultuur, politiek, economie, mensen en structuren van macht deze verbondenheid aan de grenzen kunnen overstijgen. De territoriale integriteit van de natiestaat is niet langer een voorwaarde voor een werkende unificerende nationale identiteit. Nu blijkt het interessant om in het licht van deze ideeën de rol van het Internet te analyseren. Naties die hun territorium kwijt zijn, die om politieke redenen verspreid werden, etc. verschijnen op het Internet, met duidelijke doeleinden. “In the global era of movement and deterritorialisation, the Internet is used to strenthen, rather than weaken, national identities” (1).

We leven in een tijdperk dat gekenmerkt kan worden door migraties, transnationalisme, etc. Gellner  haalde het concept van ‘diasporanationalisme’ aan, “a distinctive, very conspicious and important sub-species of nationalism” (2). De factoren die nationalisme drijven en loyaliteit scheppen bij de aanhangers van de natie zijn vandaag grensoverschrijdend. In deze processen blijken de nieuwe communicatietechnologieën een belangrijke rol te spelen. Hierbij ontstaat het fenomeen van “virtueel nationalisme”. De auteur argumenteert dat aangezien immigranten nooit volledig geassimileerd kunnen worden, deze complexe en kwetsbare gemengde identiteiten vormen. In deze situatie vormen de transnationale netwerken met mensen van hun oorspronkelijke locatie een alternatief of een aanvulling voor hun onvolledig lidmaatschap bij een natiestaat. De vele migraties en de nieuwe communicatietechnologieën “create new conditions for collective identity management” (3).

Eriksen onderscheidt centrifugale en centripetale krachten bij dit proces :

          McLuhan en het concept van ‘global village’ : de gemeenschap met dewelke individuen zich kunnen identificeren kan eveneens, en voor het eerst in de geschiedenis de hele wereld omvatten.

          Individualisme : het resultaat van modernisering leidt ons tot de conclusie dat gemeenschappen alsmaar bescheidener worden.

Dit lijkt in eerste opzicht tot een paradox te leiden maar volgens de auteur is er geen contradictie tussen het individualisme en de groei van abstracte gemeenschappen, integendeel. We leven in een situatie gekenmerkt door complexiteit, waarbij heterogeniteit de norm is, en monoculturalisme de uitzondering. Tegelijk blijven belangrijke machten werken tegen ordeverstoring en het afbreken van grenzen.

Internet wordt dus gezien als een “re-embedding technology”. Het kan nationale identiteiten reproduceren over grote afstanden om mensen te verenigen in virtuele gemeenschappen.  Eriksen onderscheid drie vormen van communicatie via het Internet :

(1)    Unilateraal – gebruik als massamedium

(2)    Bilateraal

(3)    Tussenliggende vormen

Al deze vormen van communicatie worden gebruikt door organisaties, groeperingen en individuen met nationalistische politieke agenda’s. “Internet is becoming the major medium for consolidation, strengthening and definition of collective identities, especially in the absence of a firm and institutional base” (4).

De Koerden vormen één van de grootste etnische groepen die nooit een natiestaat onder hun controle hebben gehad. De Koerdische diaspora is uitgestrekt en vormeloos. Ze hebben geen communicatie-infrastructuur in hun land(en) van herkomst. Als antwoord op deze nood hebben Koerden in het buitenland talrijke media tot leven gebracht. Deze dienen om een collectieve identiteit op te bouwen, maar eveneens om de Koerdische kwestie wereldwijd bekend te maken. Lacking a state, the task of creating a Kurdish civil society and collective identity is largely left to private entreprise” (5). Daar het grootste deel van de Koerdische elite gevlucht is naar het buitenland, is Internet het perfecte medium geworden voor het verspreiden van informatie voor Koerden, maar ook voor de versterking van de Koerdische identiteit. Zonder deze nieuwe communicatietechnologieën, zou de creatie van een gevoel van ‘behoren tot de gemeenschap’ in deze situatie veel ingewikkelder zijn. In deze context van diaspora en van onvolledige integratie helpt Internet bij het scheppen van een gevoel van sociale cohesie, en van culturele integratie. Het creëert een vorm van identificatie. “ Virtual nations on the Internet can serve both as a compensation for the nation they have lost, and as rallying-points for future and imminent political action” (6). Het is belangrijjk te noteren dat de auteur onderscheid maakt tussen verschillende vormen van gebruik van het medium door diasporas, in functie van hun relatie tot nationalisme. Het is duidelijk dat niet elke website, youtube-film e.a. oproepen tot politieke actie. Het punt is hier dat het medium opportuniteiten schept voor onafhankelijkheidsstrijd in absentia, en dat deze ook benuttigd worden door de Koerdische diaspora.

 

 

(1)    Eriksen, p.1

(2)    Gellner 1983 : 101

(3)    Eriksen, p. 6

(4)    Eriksen, p.8

(5)    Eriksen, p.9

(6)    Eriksen, p. 12