Mijn laatste commentaar: http://www.caucaz.com/home_eng/breve_contenu.php?id=183

Wanneer je de woorden ‘Kurd’, ‘Kurdes’, ‘Koerden’ of ‘Kurdistan’ intikt in Google, krijg je een heleboel resultaten over de PKK, de Iraakse Koerden, de Turkse Koerden en de inval van Turkije in de Iraakse autonome regio. Op het eerste zicht lijkt het alsof er enkel Koerden wonen in het Noorden van Irak en in het Zuidoosten en Oosten van Turkije. Wat is er dan aan de hand met de Koerden in Syrië, Iran en Armenië (dit is een heel kleine minderheid)?

Volgens Kevin McKiernan heeft de geografie van ‘Koerdistan’ zeker een invloed op de strijdbaarheid van het Koerdische volk. McKiernan beweert dat de Syrische Koerden weinig of geen kans hebben tot het voeren van een succesvolle guerilla omdat het gelegen is in een vlakte. De Koerdische gebieden in Irak, Turkije en Iran zijn daarentegen gelegen in bergachtige gebieden en hier is een opstand dus beter te organiseren. (McKiernan, 2006)

Iran? Wat gebeurt er dan in Iran? In het Iraanse gebergte is er sinds 2004 een Koerdische Guerillabeweging actief, PJAK (‘Free Life Party of  Kurdistan’). Deze beweging kwam in de aandacht nadat Shivan Qaderi, een Iraanse Koerd en activist gearresteerd en geëxecuteerd werd in juli 2005. Het lijk van Qaderi werd aan een voertuig gebonden en om de bevolking te intimideren door de stad gesleept(US Department of State, 2005). De hele regio werd opgeschrikt door demonstraties, acties en rellen. Het Iraanse leger reageerde met verschillende acties tegen PJAK in de omgeving van Merivan.

PJAK heeft duidelijk banden met de PKK (de Arbeiderspartij van Koerdistan, vooral actief in Turkije). Éen van de belangrijke linken is Shapour Badoshiveh, vandaag verantwoordelijk voor de Westerse Koerdistan divisie binnen de PKK en vroeger één van de leiders van de PJAK. Een andere link is dat zij Abdulah Öcalan (de leider van de PKK, opgepakt in 1999) zien als hun spirituele leider.

Het doel van de PJAK is volgens zijn leider leider Abdul-Rahman Haci Ahmedi, niet de onafhankelijkheid van Koerdistan, of de Koerdisch-Iraanse regio, maar het streven naar een vredevolle en democratische samenleving voor verschillende etnieën. Op dat vlak is de PJAK dus minder extremistisch dan de PKK (Rashaan, 2007). De partij heeft 5 grote netwerken: ‘The Union of Women in Western Kurdistan’ (YJKR), ‘the Union for Youth in Western Kurdistan’ (YCR), ‘the Union for the Democratic Press’ (YRD). Er is ook nog een politieke tak en een leger (KRK) voor zelfverdediging.

Volgens Erlich Reese wordt de Koerdische verzetsbeweging in haar strijd tegen het Islamitisch regime gesteund door de Amerikaanse en Israëlische regering, zowel financieel als materieel. Bronnen van de PJAK spreken deze berichten echter tegen, maar ze zouden maar al te graag Amerikaanse steun genieten (Reese, 2007). Dat Koerdische verzetsbewegingen zoals de PJAK van strategisch nut zijn voor de Amerikanen bewijst ook de moeilijke positie waarin de Duitse staat zich bevindt. Enerzijds is de PJAK een goede bondgenoot voor de Amerikanen in de strijd tegen het Iraanse regime omdat zij door hun strijdvaardigheid het regime van Ahmadinejad destabiliseren. Anderzijds staat de Duitse regering onder druk van de Iraanse overheid. Deze verwijten de Duitse overheid onverschilligheid ten opzichte van de terroristische acties van de PJAK en kunnen er daarenboven ook niet mee lachen dat de leider van de PJAK, Ahmedi, een Duits paspoort heeft en vanuit Keulen zijn troepen stuurt. (BUCHEN S., GOETZ J., ROBEL S., 2008) PJAK zelf beschuldigt de Verenigde Staten ervan cruciale informatie en wapens door te spelen aan de Turkse en Iraanse regime’s zodat deze hun strijd tegen de Koerden gerichter kunnen voeren. (ALASOR R., 2008)

Ik heb in er in mijn 3 blogposts voor gekozen om de Koerdische kwestie vanuit 3 verschillende perspectieven te bespreken: de Iraakse, de Iraanse en ook vanuit Duits – Turks oogpunt.

Uit de 3 posts blijkt dat de Koerdische vraag naar meer autonomie en respect voor de Koerdische bevolking zeker nog leeft. De vraag is echter ook of de Koerdische gemeenschap, verspreid over Syrië, Turkije, Iran, Irak en Armenië,  één is in zijn strijd voor meer rechten en eventueel een onafhankelijk Koerdistan, zoals ons verteld werd bij het bezoek aan het Koerdisch Instituut in Brussel. Het lijkt me eerder van niet. De meeste Koerdische groepen zijn vooral actief in eigen land en strijden logischerwijs tegen het regime dat hen verdrukt. De enige uitzondering lijkt me de PKK, die zoals hierboven beschreven ook zoekt naar partners in buurlanden, zoals de PJAK. De droom van één onafhankelijk Kurdistan leeft zeker nog, maar er kan enkel aan gewerkt worden indien elke Koerdische groep op zich er eerst in geslaagd is meer vrijheden en rechten te bekomen.

Een tweede belangrijke constatatie is dat dit regionale conflict niet enkel gevolgen heeft voor de politieke situatie in de regio, maar ook een grote invloed kan hebben op politiek in landen waar Koerdische immigranten wonen. Je hoeft maar te denken aan het proces tegen Fehriye Erdhal en de commotie die haar verdwijning met zich mee bracht in ons land. Ook in Duitsland heeft men het Koerdisch-Turkse conflict van nabij kunnen beleven. De migratie van Turkse Koerden naar de Iraakse Autonome regio, zorgde ook voor Turkse inmenging in Irak.

 

Ten derde is ook de Amerikaanse aanwezigheid in het Midden Oosten beïnvloedt door de Koerdische kwestie en omgekeerd. Het is duidelijk dat de Amerikaanse regering niet goed weet welke houding aan te nemen tegenover de Koerden. Het grootste probleem is vooral dat Turkije, een belangrijke Amerikaanse bondgenoot in de regio, in zijn beleid zelf de rechten van Koerden ondermijnt. Net zoals het voor Duitsland in de jaren ’90 een voortdurend afwegen van belangen was, moet de Amerikaanse staat heel erg opletten om niet op de tenen van bepaalde partijen te trappen, waar ze meestal niet in slaagt. Je zou het Amerikaanse beleid ten opzichte van de Koerden echter ook op een andere manier kunnen bekijken: het lijkt soms alsof de Koerden ingeschakeld worden wanneer ze nuttig zijn en verder aan  hun lot overgelaten worden,  zoals een speelbal van de VS in een strategisch belangrijke regio. 

De Koerdische zaak is een heel delicate kwestie. Door zijn positie in een woelige regio zijn er heel veel belangen vertegenwoordigd waardoor het conflict een internationale dimensie krijgt. Deze internationale dimensie wordt nog krachtiger door de migratie van vele Koerden naar ‘Westerse’ landen die daar de strijd tegen hun thuisland verder voeren.

McKIERNAN K. (2006), The Kurds: A People in Search of their Homeland, geraadpleegd op http://nl.youtube.com/watch?v=5gGXVx_tL24 op 20/12/2008

U.S. State Department of State (2005), Iran: Voices struggling to be heard, geraadpleegd op  http://www.state.gov/g/drl/rls/56548.htm  op 20/12/2008

RASHAAN Z. (2007) De achtergrond van de PJAK, Azady, geraadpleegd op http://www.azady.nl/articles.php?article_id=391 op 20/12/2008

REESE E. (2007), The Celibates of Ocalan, Mother Jones [0362-8841] vol:32 iss:2 pg:18

BUCHEN S., GOETZ J. ROBEL S.  (2008) Germany concerned about PJAK activities, Spiegel online International geraadpleegd op http://www.spiegel.de/international/germany/0,1518,547211,00.html op 20/12/2008  

ALASOR R. (2008), PJAK accusing USA to help Iran via Turkey,  The Kurdish Institute geraadpleegd op  http://www.kurdishinstitute.be/english/21.html  op 20/12/2008      

CHAMKA M. (2005), PJAK, the unknown entity of the Kurdish Resistance in Iran, Caucaz Europenews, geraadpleegd op http://www.caucaz.com/home_eng/breve_contenu.php?id=183 op 20/12/2008

 

 

McKiernan Kevin, The Kurds: a people in search of their homeland: http://nl.youtube.com/watch?v=5gGXVx_tL24

 

Kevin McKiernan is een Amerikaans fotograaf en documentairemaker. Hij maakte kennis met de Koerdische problematiek toen hij Irak tijdens de Eerste Golfoorlog in ’91 voor het eerst bezocht. Door ons door zijn lens te laten meekijken beschrijft hij de evolutie van de situatie van de Koerden in Irak en hun verhouding tot Irak, de Verenigde Staten en Turkije.

De Verenigde Staten hebben al heel lang een zeer dubbelzinnige houding ten opzichte van Irak, Sadam Hussein en de Iraakse Koerden. In 1988 voerde Sadam Hussein een chemische aanslag (in het kader van de Anfalcampagne) uit op de Koerden, waarbij minstens 5000 Koerden de dood vonden. Na de aanslag smeekten de Koerden om internationale acties tegen Irak en Saddam Hussein. De Senaat van de Verenigde Staten stelde handelssancties voor, maar deze werden door de Bush-Reagan administratie geblokkeerd. Bagdad kreeg zelfs een maand later een hoop financiële steun zowel van de Amerikanen als de Britten. (Romano, 2006)

Na de aanslagen op de Twin Towers in 2001 riep Rumsfeld de hulp in van de Koerden. De Amerikaanse regering plande een regimewissel in Irak. Als een van de redenen voor de inval gaven de Amerikanen onder andere de gasaanval van Saddam Hussein op de Koerden in 1988 op. De Koerden waren bijgevolg zeer pro oorlog, en namen de kans om mee te werken aan de oorlog met beide handen. De Koerden zagen dit ook als een mogelijkheid om zich als enige betrouwbare Amerikaanse bondgenoot uit het het Midden Oosten te profileren, temeer omdat het Turkse parlement (een andere Amerikaanse bondgenoot) weigerde de Amerikaanse troepen via Turkije doorgang te geven naar Irak (Romano, 2006).  De Amerikanen zouden de Koerdische Autonome regio als een uitvalsbasis gebruiken, die al sinds 1992 enige vorm van autonomie kende.

In 2003 vallen de Verenigde Staten Irak binnen, maar het scenario is volgens McKiernan uiteindelijk volledig anders dan eerst gepland. In de periode voor de Amerikaanse inval wordt de Koerdische regio namelijk geteisterd door bomaanslagen, gepleegd door Koerdische islamfundamentalisten, Ansar Al Islam. Deze groepering zou steun gekregen hebben van de Iraakse en Iraanse regering om de Koerdische autonome regio te destabiliseren (Romano, 2006). De Koerden smeekten de Amerikanen in te grijpen. Volgens McKiernan deden de Amerikanen dat niet.  Dit wordt echter tegengesproken door David Romano (2006). Volgens hem wachtten de Koerden na 9/11 met opzet om de Ansar Al-Islam te vernietigen zodat ze zich achter de Amerikaanse ‘War on terror’ konden scharen en zo Amerikaanse steun zouden verkrijgen. De Amerikanen hielpen volgens Romano (2006) uiteindelijk wel bij het neerslaan van de Ansar Al-Islam.

Na de Amerikaanse inval, bleek de Koerdische Autonome Regio al gauw de plaats in Irak waar het enigsinds veilig was. Het succes van de Iraakse Koerden wekte echter afgunst op bij de andere Koerden. De nieuwe uitzonderlijke situatie zorgde ook voor een verhoogde strijdbaarheid bij de Koerdische Turken. Vele Turkse Koerden verhuisden echter ook naar de Koerdische Autonome regio omdat ze er zich veilig waanden. Zo gebeurde het ook dat de PKK een vaste voet aan wal zette in Irak.

Dit was echter olie op het vuur en zorgde voor extra problemen. De aanwezigheid van de PKK en Turkse Koerden in de Iraakse autonome regio werd door de Turkse overheid als zeer problematisch aanzien. Turkije besloot dan ook actie te ondernemen en de Iraakse autonome regio binnen te vallen, na toestemming te hebben gekregen van Condoleeza Rice, Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken. Dit is zeer gevaarlijk voor de fragiele democratie en voor de eenheid tussen de Koerden. Reeds na de Amerikaanse inval in Irak groeide ook de rivaliteit en de vijandigheden tussen de Turkse en Iraakse Koerden. Nadat Turkije de Koerdische Autonome regio binnenviel, werden de spanningen nog groter.

Ook de Amerikaanse regering zat met problemen ten aanzien van de Koerdisch-Turkse vijandigheden. Beide partijen, Turkije en de Koerden,  zijn namelijk Amerika’s grootste bondgenoten in het Midden Oosten. Enerzijds is Turkije  een belangrijke NAVO bondgenoot en een zeer belangrijke moslimstaat uit de Regio. De militaire bases in Turkije zijn ook van fundamenteel belang voor de Amerikaanse militaire aanwezigheid in het Midden Oosten. De Koerden anderzijds, zijn zeer pro-Amerikaans, in vergelijking met andere volkeren uit het Midden Oosten (Economist, 2006, 16/12). Een andere reden waarom de Amerikanen de Koerden niet willen of kunnen laten vallen, is omdat zij de steun van de Koerdische gemeenschap hard kunnen gebruiken in de strijd tegen het Iraanse theocratische regime van Ahmadinejad, president van Iran (Romano, 2006).

Aan de Amerikaanse inval waren er echter ook positieve kanten voor de Koerden: de economie leefde op, en er was een grotere veiligheid in de Koerdische regio dan in andere regio’s in Irak. Deze veiligheid wil de Koerdische Regionale Regering beklemtonen om het toerisme in de regio aan te wakkeren. De Koerdische minister van Toerisme, Nimrud Baito, wil zowel religieuze toeristen als liefhebbers van skiën en archeologie aantrekken. (Montague, 2007) Zoals McKiernan (2006) het een beetje vreemd verwoordt, Koerdistan is “a Switzerland like place in the Middle East”.

Desondanks blijft de situatie van de Koerden toch vrij precair: Hun buren zijn niet meteen hun beste vrienden en ook tussen de Koerden onderling botert het niet steeds even goed. De politici van de Koerdische autonome regio proberen nu voornamelijk de geboekte vooruitgang te stabiliseren en proberen, om de buurlanden en internationale gemeenschap te vriend te houden, hun eisen gematigd te houden.

 Ondanks het feit dat ze zeer Pro-Amerikaans zijn, Arabieren beschrijven ze vaak als Zionisten omdat ze aanhangers zijn van de Westerse waarden, is de liefde blijkbaar niet altijd wederzijds, en worden ze soms in de steek gelaten. Het is zoals McKiernan het beschrijft:  de enige vriend van de Koerden zijn de bergen.

 

Barbara Bracke

 

ROMANO (2006) The Kurdisch Nationalist Movement, Opportunity, mobilization and identity, Cambridge University Press

 

“America between the Turks and Kurds” (2006-12-16) Economist, Vol. 381, Issue 8508

  

MONTAGUE J. (2007) Beyond the Green Zone, New statesman [1364-7431], vol:136 iss:4835 pg:54

 

McKiernan K (2006), The Kurds: A People in Search of their Homeland, geraadpleegd op http://nl.youtube.com/watch?v=5gGXVx_tL24 op 18/12/2008

Mobilizing ethnic conflict: Kurdish separatism in Germany and the PKK. Alynna J. Lyon and Emek M. Uçarer

Dit artikel illustreert hoe de PKK (de Koerdische arbeiderspartij) voet aan wal zette in Duitsland en er zo in slaagde een internationale dimensie te geven aan het Koerdische conflict. Het toont aan hoe de PKK, via zijn aanwezigheid in een liberale democratie als Duitsland, de kansen had mensen te mobiliseren en collectief actie te voeren.

 

De Turkse autoriteiten voerden sinds lange tijd een assimilatie politiek tegenover de Koerdische bevolking. Vanzelfsprekend bleef Koerdisch verzet niet uit.  In 1984 begon de PKK, onder leiding van Abdullah Öcalan, aan een reeks van gewelddadige acties tegen de Turkse autoriteiten. Turkije reageerde met harde repressie. Bijgevolg vluchtten veel Koerden uit Turkije. Duitsland was met zijn democratisch regime voor veel Koerden een goede keuze, temeer omdat er reeds veel Koerden, als gastarbeiders, aanwezig waren.

 

Mede dankzij de technologische vooruitgang bleven Koerden in diaspora  contact houden met Koerden in Turkije. Eens in Duitsland werd het Koerdische nationalisme levendig gehouden via culturele en sociale organisaties. De PKK  slaagde erin via deze organisaties mensen te mobiliseren. Dat de PKK in Duitsland veel Koerden wist samen te brengen is volgens Eva Ostergaard-Nielsen (2000) ook vrij logisch. Hoe minder oppositie getolereerd wordt in het thuisland, hoe meer de tegenstand in het gastland zal floreren. Doordat de Turkse staat politieke partijen en andere organisaties onderdrukt en discrimineert, draagt zij bij tot de vorming van oppositiegroepen in diaspora, waar meer liberale vrijheden bestaan.

 

Deze liberale waarden in Europa gaven de PKK de mogelijkheid de media te bespelen: er werden Koerdische kranten gemaakt. In mei 1995 werd een Koerdisch televisienet opgericht: MED TV. Het tv-net werd verdedigd en geholpen door Westerse linkse media, door mensenrechtenactivisten en door politici. Het net identificeerde zich als de spreekbuis van een minderheid die individuele vrijheid en mensenrechten wilden promoten (Watts, 2004).

De kracht van audiovisuele media is natuurlijk veel groter dan die van geschreven pers. Hassanpour Amir (1998) schrijft dit toe aan het feit dat televisieprogramma’s en beelden in staat zijn veel sociale grenzen te overschrijden: ongeletterdheid, taal, leeftijd, geslacht en religie. Door de combinatie van beeld, geluid, en schrift is televisie het ideale medium om het gevoel van cultuur en identiteit te vergroten. Via sateliet bereikt MED TV Koerden in Iran, Irak, Turkije, Syria, Noord-Afrika, West-Azië en Europa. Zo bereikt de TV zender een transnationaal Koerdisch publiek.

 

Het hoofddoel van de PKK was de Duitse, en ook de Europese bevolking en autoriteiten meer informatie te verschaffen over de benarde situatie van de Koerden in Turkije. Via verschillende acties probeerde de PKK de Koerdische kwestie in Europa in de spotlight te plaatsen. In het begin hielden ze vooral bijeenkomsten en stakingen, soms collectief in verschillende Europese steden. Begin jaren ’90 begon de PKK een agressievere koers te varen.  Hun doelwitten waren Turkse bedrijven, en later ook  Turkse sport- en culturele organisaties.

Naarmate de acties van de PKK gewelddadiger werden, verhoogde ook de alertheid van de Duitse politie. Zo richtte de PKK na verloop van tijd zijn pijlen ook op de Duitse autoriteiten. De spanningen tussen beide partijen namen dan ook toe. In 1993 werd de PKK in Duitsland buiten de wet gesteld. Dit gebeurde nadat Koerden over het hele land Turkse ambassades, bedrijven en winkels hadden aangevallen. Men wou met deze actie de Duitse regering onder druk zetten zodat zij de rol van onderhandelaar op zich zouden nemen in de Turks-Koerdische kwestie. Dit was duidelijk een poging om indirect invloed te hebben op de politiek in Turkije.

De Duitse regering stond al langer onder Turkse druk omwille van zijn zachte aanpak van de PKK en de Koerden. Ook Turkse immigranten probeerden namelijk hun stempel op de Duitse politieke agenda te drukken. Naar de mening van Eva Ostergaard-Nielsen (2000) is de rol van media ook hierin zeer belangrijk. De Turkse media waren zeer kritisch over de tolerante houding van Westerse landen tegenover Koerdische bewegingen.

Na het bannen van de PKK stopte het geweld niet. Wanneer de Turkse regering het staakt-het-vuren van de PKK niet beantwoordde, dreigde Öcalan  ermee de bij Duitsers populaire vakantieoorden te attackeren in Turkije en waarschuwde hij voor rellen in Europa.

In 1996 veranderde de PKK van toon en strategie. Öcalan veroordeelde geweld. Na enkele onderhandelingen tussen Duitsland en Öcalan nam het geweld tegen Turkse doelwitten in Duitsland af. De Duitse staat verzwakte zijn standpunt, de PKK werd niet langer als een terroristische organisatie beschouwd, maar als een criminele organisatie. De druk op Duitsland, vanuit Turkije en vanuit internationale instanties bleef echter groot.

Wanneer Öcalan in februari 1999 gevangengenomen werd in Kenia en later ter dood veroordeeld werd,  lokte dit een golf van protest uit in Duitsland. Koerden kwamen overal op straat om te protesteren tegen de doodstraf van hun leider. Zo slaagden zij erin de Duitse minister van Buitenlandse Zaken  als onderhandelaar naar Turkije te sturen om de Turkse autoriteiten onder druk te zetten de doodstraf van Öcalan ongedaan te maken. Ook de Europese Commissie waarschuwde dat een uitvoering van de doodstraf op Öcalan de kansen tot toetreding tot de EU voor Turkije zeer klein zouden maken.

Koerden in diaspora hebben duidelijk de kansen die Westerse landen hen boden met beide handen genomen. Het recht op vrije meningsuiting  in Westerse landen liet hen toe niet alleen informatie te verspreiden in Europa, maar ook naar alle Koerden over de hele wereld. Het recht op vereniging liet hen toe zich te mobiliseren en op te komen voor de Koerdische zaak. Waar zij echter gewelddadige middelen gingen gebruiken, werden ze onmiddellijk de mond gesnoerd. De immigratie van Koerden naar Duitsland, duwde de Duitse autoriteiten indirect tussen twee vuren: het Koerdische en het Turkse.

 

Barbara Bracke

 

HASSANPOUR A. (1998) Satellite footprints as national borders: MED-TV and the extraterritoriality of state sovereignty, Journal of Muslim of Minority Affairs; Vol. 18 Issue 1, p53, 20p

 

WATTS F. N. (2004) Institutionalizing virtual Kurdistan west, transnational networks and ethnic contention in international affairs, Bounderies and Belonging, Migdal

 

OSTERGAARD-NIELSEN Eva (2000) Trans-State Loyalties and Politics of Turks and Kurds, The John Hopkins University Press

 

UCARER E.M, LYON J.L (2001) Mobilizing etnic conflict: Kurdish separatism in Germany and the PKK, Etnic and Racial Studies, Vol. 24 No.6, pp. 925 – 948