Bespreking van het populaire artikel: België wil Koerdische tv monddood maken, Katy Rijnders

Moderne communicatie technologieën, waaronder satelliettelevisie, hebben een grote impuls gegeven aan het transnationaal activisme van diaspora gemeenschappen. Zo heeft de opkomst van de satelliettelevisie bij de Koerden een transnationaal forum doen ontstaan dat politieke mobilisatie meer publiek maakt en de eis van politieke en culturele rechten en de opbouw van een Koerdische natie nastreeft. Nieuwe media maken het de oorspronkelijke natie-staten bovendien moeilijker om proteststemmen te onderdrukken. Toch slagen laatstgenoemde via lokale, nationale en internationale kanalen erin de transnationale strijd van dergelijke minderheden te belemmeren.

De oprichting van de Koerdische satellietzender MED-TV in 1995 bleek een groot succes. Het bereikte miljoenen Koerden wereldwijd en was een belangrijke bron van alternatieve informatie voor diegenen die de Turkse officiële media wantrouwde (Van Bruinessen, 2000). Video cassettes van programma’s van de MED-TV werden rondgestuurd binnen de Koerdische gemeenschappen. Ook de live discussies in de studio met studiogasten van over de hele wereld werden belangrijke media om de Koerdische boodschap transnationaal uit te dragen. Maar Turkije deed echter alles wat in zijn macht lag om MED-TV te verhinderen. En de uitzending van emotionele studiogasten die ondubbelzinnig opriepen tot geweld in het kader van de arrestatie van PKK leider Öcalan, was dan ook het uitgelezen moment voor Turkije om tussen te komen. Als gevolg maakte de Independent Television Commission een einde aan de MED-TV licentie. Volgens Koerden-expert Martin Van Bruinessen kwam het initiatief voor MED-TV wel van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK), maar deed het veel moeite om meer pluralistische visies weer te geven. Koerden met allerlei achtergronden gaven opinies weer op MED-TV die opmerkelijk verschilden van de partijlijn. MED-TV afdoen als een crimineel bastion vindt hij dan ook voorbarig en ongefundeerd. De meest recentelijke opvolging is het Koerdische Roj TV uit Denemarken, dat ook studio’s en kantoren heeft in het Belgische Denderleeuw (Van Bruinessen, 2000).

De Turkse regering bleef druk uitoefenen op de landen waar de Koerdische televisie was gehuisvest. Zo ondernam de Belgische politie in 1996, gebaseerd op Turkse informatie, een razzia op het Koerdische productiehuis, de televisie en het Koerdische parlement in ballingschap en confisceerde alle computers en video materiaal en documentatie om bewijsmateriaal te vinden over illegale financiële transacties, drugssmokkel en kinderhandel. Deze inval leidde tot een groots opgezette rechtszaak die maar liefs twaalf jaar duurde. Het artikel ‘België wil Koerdische tv monddood maken’ in het tijdschrift van  het Koerdisch Instituut betoogt dat de Belgische overheid sinds begin dit jaar met een nieuw politiek manoeuvre de Koerdische tv de mond wil snoeren, nu via fiscale weg. In september 2007 werd beslist dat de zaak ten gronde was verjaard en dat de inbeslagnames op de activa, geld dat via een tussenpersoon op banken werd geplaatst in Luxemburg en Zwisterland, diende te worden opgegeven. De beschuldigingen van illegale transacties, drugssmokkel, kinderhandel, wapenhandel, afpersing etc. werden teniet verklaard wegens het tekort aan bewijsmateriaal. Wederom werd de oorzaak van de beschuldigingen gelegd in de relatie met de PKK die alles zou financieren. Ook hier schoot de bewijslast tekort. Meer zelfs, de verdediging kon bewijzen dat politiemensen beloften maakten aan Koerden, die in ruil voor foutieve verklaringen tegen de Koerdische televisie en andere instituties, een bespoedigde verblijfsvergunning verkregen.

Recentelijk zou de Belgische overheid het fiscale pad bewandelen. De Bijzondere Belastinginspectie zet NV Roj onder druk door een onderzoek naar de belastingtoestand van de zender, een boete wegens belastingontduiking en het beslag leggen op bankrekeningen van Roj. Telkens uit de overtuiging dat Roj televisie een spreekbuis is van de PKK. Wederom wijst het Koerdische instituut in de richting van de Turkse regering, die België onder druk zou zetten om Roj tv zo snel mogelijk failliet te doen gaan en de mond te snoeren.

Ook Belgische politici zijn betrokken bij de zaak. Geert Lambert stelt dat er een vermoeden is dat de Belgische fiscus in opdracht van buiten-en binnenlandse veiligheidsdiensten zou handelen. Zo sprak hij in Senaat op 10 april 2008: “Ik wil de diensten van Financiën er niet lichthartig van beschuldigen dat ze zich voor de kar laten spannen van buitenlandse en binnenlandse veiligheidsdiensten, maar er zijn aanwijzingen dat dit wel degelijk het geval is. Zo bracht Frank Urbancic, de adjunct-coördinator van de antiterrorismedienst van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, voor enkele maanden een bezoek aan België waarover in de pers niets werd bericht… volgens Urbancic is Roj TV de voorhoede van de terroristische activiteiten en de propaganda-arm van de PKK”.

Hoewel de moderne technologie nieuwe mogelijkheden biedt om de Koerdische kwestie aan te kaarten in de internationale gemeenschap, hebben de Koerden nog steeds te kampen met tegenwind van regeringen, zowel in het binnen- als in het buitenland.

Geraadpleegde literatuur:

Rijnders, K. (2008). België wil Koerdische tv monddood maken. Tweemaandelijks tijdschrift van het Koerdisch Instituut, 43 (8), 10-12.

Van Bruinessen, M. (2000). Transnational aspects of the Kurdish question. Firenze: Robert Schuman Centre for Advanced Studies.

Belgische senaat Annales. (2008) Demande d’explications de M. Geert Lambert au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes institutionnelles sur «les missions de l’Inspection spéciale des impôts». Geraadpleegd op 15 december HYPERLINK http://www.senate.be/www/?MIval=/publications/viewPubDoc&TID=67110588&LANG=.

Binevsa, B., 2006.  Traces, le peuple du paon (documentaire). Brussel: Michigan films.
http://www.youtube.com/watch?v=80QQfoRecRQ onder de naam documentary on the yezidi religion.
De documentaire is ook te verkrijgen bij het Koerdisch Instituut in Brussel: www.kurdishinstitute.be.

Bêrîvan Binevsa is een jonge, Koerdische regisseuse, geboren in Istanbul 1. In 1997 komt ze als politiek vluchteling naar België. Ze gaat film studeren aan het INRACI waar ze de kortfilm La mélodie du petit château maakt, die enkele prijzen wint. In 2006 maakt ze de documentaire Traces, le peuple du paon, die hier aan bod komt. Berivan is ook actief voor het Koerdisch Instituut in Brussel 2.

berivan

Hoewel de meeste Koerden Sunni of Alevi zijn, zijn er ook een heel aantal Yezidische Koerden 3.  Misschien had u daar, net als ik, nog nooit van gehoord: een goede reden om deze documentaire te bekijken en om deze post te lezen!

In Traces, le people du paon, gaat Bêrîvan Binevsa de Yezidische Koerden in Armenië bezoeken. Ze wil meer weten over deze etnische groep die de laatste vertegenwoordigers zijn van een van de oudste godsdiensten van Mesopotamië.

De Yezidi zijn met een ongeveer een half miljoen (maar gezien ze erg discreet zijn over hun religie, blijft dit aantal een gok), waarvan ongeveer de helft in Irak (in de buurt van Mosul) woont. Een 60 000-tal woont in Duitsland, 40 000 in Armenië en ongeveer 30 000 in Rusland. Sinds 1990 proberen steeds meer Yezidi naar West-Europa of Rusland te emigreren waar ze vaak hun gebruiken verliezen. De Yezidische gemeenschap wordt zo steeds kleiner.

De meesten Yezidi spreken Koerdisch (Kurmanji) en hun culturele gewoonten zijn herkenbaar Koerdisch. Ze worden dan ook door velen (o.a. door Binevsa) tot de Koerden gerekend.

Toch zijn de Yezidi outcasts. Al tijdens de 19de eeuw deed de druk van Ottomaanse, islamitische  volkeren hen voor ballingschap kiezen (vooral in de Sovjet-Unie, waar zij hun tradities wel mochten behouden) en ook binnen de Koerdische gemeenschap zijn de Yezidi niet populair 4. Hoewel enerzijds heel wat Yezidi zichzelf geen Koerden beschouwen 5, zijn anderzijds de Yezidi voor vele moslim-Koerden ook geen Koerden. Het probleem ligt voor de islamitische Koerden vooral bij het feit dat de Yezidi de duivel zouden aanbidden… Inderdaad… dit verdient wat meer uitleg!

De Yezidisme is zeer syncretisch en verenigt elementen van (Soefi-)Islam, Perzische (zeker Zoroastrianisme) en traditionele godsdiensten. Volgens de Yezidi werd de wereld geschapen door god en wordt ze nu geleid door 7 aartsengelen. De belangrijkste is Melek Tawus, de Pauw-engel en bij hem ligt ook de reden voor de slechte reputatie van de Yezidi. Voor de moslims is deze figuur namelijk ook gekend als Shaytan: de duivel.
Het ontstaansverhaal van Melek Tawus is in beide religies vrij gelijklopend in de zin dat god de engelen had geschapen en nadien Adam, waarna hij de engelen vroeg voor Adam te knielen. Melek Tawus weigerde. Voor de moslims verloor hij door deze keuze de genade van god, werd een gevallen engel en later de duivel. Voor de Yezidi daarentegen, was deze vraag een test van god en is Melek Tawus glansrijk geslaagd. Daarom is hij juist de leider van de aartsengelen en gods afgezant op aarde geworden.  Hij wordt voorgesteld als een pauw. Vandaar: het volk van de pauw.

Toch zien de moslims deze Melek Tawus-volgelingen als duivelaanbidders. Hierdoor werden zij doorheen de eeuwen zwaar onderdrukt en hard aangepakt door hun islamitische buren. Vooral tijdens het Ottomaanse rijk van de 18de en de eerste helft van de 19de eeuw werd de gemeenschap bijna uitgeroeid door de Ottomaanse Turken en de Moslim Koerden.
Bedoeling van de vervolging was het verplicht bekeren tot de Sunni Islam van het Turks Ottomaanse rijk. Binevsa laat verschillende oudere Yezidi aan het woord die nog veel slechte associaties met de islamitische Koerden en de Ottomaanse heersers hebben.

Door de intolerantie binnen het Ottomaanse rijk vluchten veel Yezidi aan het begin van de 19de eeuw naar Armenië. Maar na het uiteenvallen van de Sovjet Unie (na 1990) en het stijgende nationalisme dat volgde, voelen ze zich meer dan ooit heimatslos. Deze problematiek komt uitgebreid aan bod in deze documentaire. Sommige geïnterviewden beschouwen het tot nu toe onbestaande (er wordt gesproken over Turkije) Koerdistan als hun grondgebied waar ze opnieuw willen wonen, andere willen in Armenië blijven. Ze genieten daar immers voldoende vrijheid en zijn nu toch ingeburgerd. O.a. wordt aangehaald dat het kerkhof, dat een belangrijke religieuze en sociale rol speelt, niet achtergelaten kan worden. Het pro-Koerdistan antwoord is dat er nog veel meer generaties voorouders in Koerdistan begraven liggen.

Los van het informatieve gehalte van de documentaire,  is deze volgens mij ook interessant op een ander niveau. Namelijk het feit dat een jonge Koerdische vrouw haar weg naar West-Europa zoekt, filmschool volgt en vervolgens het medium van de documentaire inzet om een aspect van haar roots te exploreren en te delen met de rest van de wereld via docu-festivals en on-line toonmogelijkheden (zoals YouTube) 6. Hierdoor slaagt ze erin een heel ander publiek aan te spreken en sensibiliseren m.b.t. het bestaan en de problematiek van de Yezidi. Ook draagt ze bij aan de Koerdische eenheid, door de  Yezidische Koerd-zijn als uitgangspunt te nemen.

Ik kijk in elk geval uit naar meer werk van mevouw Binevsa!

  1. Cinemamed, 2006. Geraadpleegd op 20 december 2008 op  http://www.cinemamed.be/archives/Programme06/In%20het%20kort/inhetkort.html.
  2. www.kurdishinstitute.be
  3. De Ley, H., 2001. De Koerdische Yezidi’s. Centrum voor Islam in Europa. Geraapleegd op 20 december 2008 op http://www.flwi.ugent.be/cie/CIE/yezidi.htm; Van Bruinessen, M., 1998. The Kurds and Islam.  Les Annales de l’Autre Islam, No.5, pp. 13-35. Geraadpleegd op 20 december op http://www.let.uu.nl/~martin.vanbruinessen/personal/publications/ ; http://www.yeziditruth.org.
  4. Kanttekening: binnen het Yezidisme is er een grote bekommernis met religieuze zuiverheid. In de Wikipedia entry over de Yezidis kom ik het volgende tegen: ‘Too much contact with non-Yazidis is also considered polluting. In the past, Yazidis avoided military service which would have led them to live among Muslims, and were forbidden to share such items as cups or razors with outsiders.’
    Wat doet denken dat Binevsa’s voorbeeld aan de denigrerende behandeling van de Yezidische Koerden door de moslim Koerden misschien ook in een ander licht geïnterpreteerd kan worden. Ze haalt immers aan dat als een Yezidi om water kwam vragen, haar familie dit niet uit een glas gaf, maar in hun handen goot. Maar het is dus goed mogelijk dat dit voor de Yezidi ook de voorkeur wegdroeg… Deze bemerking wil geenszins afbruik doen aan de wandaden die de Yezidi te verduren kregen en die absoluut te veroordelen zijn.
  5. De interne verdeeldheid van het al dan niet Koerd-zijn van de Yezidi komt in de documentaire van Binevsa ruim aan bod. Een van de opinies is dat alle Koerden Yezidi zijn en dat de afgedwaalden wel weer bij zinnen zullen komen. Zie hierover ook Krikorian, O., 2004. Being Yezidi. Oneworld Multimedia. Geraadpleegd op 20 december 2008 op http://www.oneworld.am/journalism/articles/yezidi.html.
  6. Watts, N.F., 2004. Institutionalizing Virtual Kurdistan West. In ‘Boundaries and Belonging’, Migdal, J. (ed.), Cambridge: University Press; www.institutkurde.org.

yezidi

van Bruinessen, M., 1989. The ethnic identity of the Kurds, in: Ethnic groups in the Republic of Turkey, compiled and edited by Peter Alford Andrews with Rüdiger Benninghaus [=Beihefte zum Tübinger Atlas des Vorderen Orients, Reihe B, Nr.60]. Wiesbaden: Dr. Ludwich Reichert, pp. 613-21. Geraadpleegd op 15 december 2008 op http://www.let.uu.nl/~martin.vanbruinessen/personal/publications.

Prof. M. van Bruinessen

Prof. M. van Bruinessen

Op 3 december 2008 gaf Prof. Martin van Bruinessen in het kader van een lezingenreeks  “Turkish and Kurdish nationalisms and politcal islam in Turkey” (georganiseerd door MENARG in Gent) een gastlezing met als onderwerp de strijd over de etnische identiteit van de Turkse Koerden. Hij gebruikte daarin de gevleugelde woorden ‘scratch a Turk’ om aan te geven dat de meerderheid van de Turken onder hun Turkse ‘bovenlaag’ eigenlijk wel ergens een etnisch andere (Armeense, Koerdische…) grootouder of overgrootouder heeft.

Nu blijkt het krabben van Koerden minstens even interessant! De meesten Koerden hebben wel het gevoel tot een aparte etnische groep te behoren, maar waar de grenzen van deze groep liggen en wat die etnische identiteit precies vormt, ligt verre van vast.

Al in 1989 wijdde prof. van Bruinessen een artikel aan de Koerdische etnische identiteit in Turkije: The Ethnic Identity of the Kurds in Turkey. In 2000 werd het in een andere context  herprint. De vraag blijft immers actueel: wie is er Koerd? We bekijken de vraag vanuit de Turkse situatie.

De brede definitie van Koerd-zijn die Martin van Bruinessen in dit artikel hanteert is de volgende: Koerden zijn alle moedertaalsprekers van (dialecten van) de Iraanse talen Koermanji of Zaza en alle Turks-taligen die zeggen af te stammen van Kurmanji of Zaza-sprekers en die zichzelf Koerden beschouwen. Maar heel wat mensen zouden met deze definitie geen genoegen kunnen nemen, omdat ze haar te eng of te breed vinden. Laat ons kijken naar welke elementen er allemaal kunnen meespelen in het Koerd-zijn in Turkije.

1.    Taal
Het spreken van Kurmanji, Zaza of aanverwante dialecten wordt door velen als een van de pijlers van het Koerd-zijn beschouwd. Toch is dit niet zo evident. Ten eerste zijn deze talen, hoewel ze beide Iraanse talen zijn, zeer verschillend en onderling niet zo maar begrijpbaar. Hoewel de meeste Zaza wel wat Kurmanji spreken, is dat omgekeerd zeker niet het geval. Wat natuurlijk communicatie problemen met zich meebrengt en bijvoorbeeld ook tot gevolg had dat de communicatie binnen de Koerdisch Nationalistische Beweging initieel in het Turks gebeurde. Een tweede probleem met de eis ‘Koerdisch’ te spreken om Koerd te kunnen zijn, is dat er heel wat afstammelingen zijn, die zich Koerd voelen, maar de taal niet machtig zijn. Denken we aan diaspora Koerden, die wel erg actief zijn voor de Koerdische zaak, maar daarom niet per se Koerdisch spreken.

2.    Religie
Religie is een ander criterium dat door verschillende groepen wordt aangegrepen om Koerden van niet-Koerden te onderscheiden, maar dat zelfs nog onduidelijker is dan het taal-criterium. De meerderheid van de Koerden zijn Sunni van de Shafi’i mezhep (rechtsschool) (de meeste Turken volgen de Hanefi mezhep; en vragen naar iemands mezhep is dan ook een voorzichtige manier om te achterhalen of hij Turk of Koerd is). De tweede grootste groep zijn Alevi moslims. De Alevi’s drinken af en toe alcohol en de man-vrouw relaties zijn wat gelijkmatiger verdeeld, wat de striktere Sunni’s niet kunnen aanvaarden. Verder zijn er ook kleine groepen Yezidi en is er een aanzienlijk aantal Shiitische moslims. Helaas weigeren veel Shafi’i Koerden, Alevi en Yezidi als Koerden te erkennen. In de jaren ‘70 slaagde te Koerdische Nationale Beweging er tijdelijk in meer samenhorigheid tussen de verschillende religieuze groepen te creëren, maar door economische en politieke ontwikkelingen is de spanning tussen vooral de Sunni’s en Alevi’s vanaf de jaren 80 weer erg gestegen en wordt religie weer als een erg belangrijk symbool van identiteit beschouwd.

3.    Koerdische stammen
De ‘wildcard’ van het Koerd-zijn wordt blijkbaar geleverd door het afstammen van een van de grote Koerdische families. Zelfs als je geen Koerdisch spreekt en je jezelf niet eens als Koerdisch beschouwt, maakt de bloedband met deze oude Koerdische stammen je sowieso Koerd voor het leven.

4.    Secondaire symbolen
Klederdracht, typische gerechten, muziek… worden ook als typisch Koerdisch beschouwd, maar blijken vaak meer regionaal bepaald dan echt Koerdisch.

We kunnen dus stellen dat er geen eenduidige etnische grens tussen Koerden en niet-Koerden bestaat, maar dat het eerder gaat over etnische (zelf-) definiëring. De geschiedenis bevestigt dit met vele verhalen van individuen en hele groepen die overstappen van ‘etnische aanhorigheid’ meestal gedreven door eigen politieke en economische motieven, maar natuurlijk gebeurde een dergelijke overstap vaak ook onder dwang…

Vanaf het ontstaan van de Turkse republiek, voerde die immers een radicale nationaliseringscampagne door1. Etnische diversiteit werd gezien als een gevaar voor de zuiverheid van de staat en de Koerden, die de grootste niet-Turkse groep op het grondgebied waren, werden (en worden) beschouwd als een groot probleem. Bij gevolg kregen de Koerden allemaal een stempel ‘Turk’ op hun voorhoofd gedrukt. Alle Koerdische-talige en culturele uitdrukkingen werden verboden en eigennamen en plaatsnamen werden ver-turkst. Om het verturkingsproces nog wat te bespoedigen werden er grootschalige verhuisacties ondernomen waarbij Koerden en andere etnische groepen zich verplicht elders moesten vestigen. Ook werd er een nieuwe, historische doctrine in het leven geroepen die uitlegde dat de Koerden eigenlijk altijd Turken waren geweest, maar dat ze door een historische ongelukje hun taal waren kwijtgeraakt…

Toch bleek dit nieuwe Turk-schap voor velen maar een fineerlaagje en vanaf de jaren ’70 komt er dan ook een grootschalige Koerdische revival op gang. Men gaat de Koerdische symbolen als klederdracht, muziek, Newroz (het Koerdische nieuwjaar) en natuurlijk de taal weer bovenhalen. Helaas worden deze ontwikkelingen sinds de militaire overname in 1980 weer krachtig de kop ingedrukt.

Tot de dag van vandaag zien we de strijd voor de erkenning van Koerdische rechten nog steeds  onverminderd doorgaan. De diaspora Koerden hebben een grote inbreng en voor velen is het zelfs: ‘Cool to be a Kurd!’. Ook de vele nieuwe wapens van de 21ste eeuw: internet, satelliettelevisie, vergrote burgerparticipatie in de politiek e.d. bewijzen hun kracht. Dus… de strijd gaat door!

1.  Romano, D., 2006. The Kurdisch Nationalist Movement, Opportunity, mobilization and identity. Cambridge: University Press; Van Bruinessen, M., 1999. The nature and uses of violence in the Kurdish conflict. Paper presented at the International colloquium “Ethnic construction and political violence”, organised by the Fondazione Giangiacomo Feltrinelli. Cortona. Geraadpleegd op 15 december 2008 op http://www.let.uu.nl/~martin.vanbruinessen/personal/publications.

Azady, 20 december 2007. Internet niet zo veilig voor Koerden. Geraadpleegd op 21 december 2008 op http://www.azady.nl/news.php?readmore=6331.

Een internetzoektocht met als trefwoorden: Koe/urdistan, Koe/urd en aanverwanten levert de nieuwsgierige surfer in geen tijd een massa hits op. Ongelofelijk hoeveel informatie je kan vinden over de Koerdische kwestie vanuit alle mogelijke invalshoeken.  De geschiedenis van de Koerden,  discussies over wat en waar Koerdistan precies is, over hoe Koerden samenleven met hun niet-Koerdische buren, over het recht  op onderwijs in het Koerdisch en welke Koerdische taal dat dan moet zijn (er zijn er immers verschillende), over wie er zich Koerd mag/wil noemen en wie niet… En voor wie een Koerdische taal machtig is, opent er zich een nog bredere variëteit aan websites.

Ook is er sinds een 10-tal jaar Koerdische satelliettelevisie, die ook online bekeken kan worden. Deze zenders brengen een breed aanbod aan voornamelijk Koerdisch gesproken programma’s met zowel nieuws en cultuur als entertainment.  Roj tv (www.roj.tv), die trouwens vanuit Denderleeuw uitzendt, is een van de bekendste. Deze zender is eigenlijk de opvolger (of eerder de nieuwe naam) van het Medya tv, waarvan de Franse overheid in 2004 de licentie introk met als reden vermeende links met de PKK 1. Medya tv zou zelf al een opvolger zijn van Med tv dat in 1999 haar Britse licentie om dezelfde reden verloor. Toch was de beslissing tot herroepen van de licentie volgens de omroep politiek gekleurd: de verkiezingen kwamen eraan in Turkije en de omroep zegt dat Koerdische zenders overal ter wereld werden geboycot. Andere Koerdische televisiestations zijn bijvoorbeeld: Kurdsat-tv (www.kurdsat.tv) en Kurdistan-tv (www.kurdistan.tv), die zenden uit vanuit hun eigen grondgebied in Iraaks Koerdistan. Mezopotamya-tv (www.metv.dk ) zendt op haar beurt uit vanuit Denemarken.

Documentaires en reportages over de Koerdische problematiek krijgen via het internet ook een nieuw en veel breder publiek. Zo zou het Flash filmpje over de genocide in Halabja in 1988 (www.halabja.org) al door meer dan 300 000 mensen bekeken zijn! De website van Brave New Films (www.bravenewfilms.org) is ook een geweldige site voor dit type audio-visuele bronnen.

Maar het internet biedt veel meer dan enkel informatie, het is ook de ideale tool voor het uitbouwen van netwerken en vooral Koerden in diaspora blijken hierin zeer actief!

Viva Kurdistan (www.vivakurdistan.com, online sinds juli 2005) bijvoorbeeld is een grote online gemeenschap voor Koerden en vrienden van Koerden. Ze gebruiken de slogan: “one people, one nation, one struggle” en bieden je gratis een eigen profiel pagina, gastenboek, fotoalbums, blog en mailsysteem (à la Facebook) om zo Koerden van over de hele wereld te ontmoeten.

Een ander voorbeeld is www.azady.nl . Het is een Nederlandse website voor Koerden en sympathisanten die op luchtige wijze in het Nederlands info en entertainment voor Koerden brengt. Je kan lid worden van de site en dan commentaar geven op de geposte artikels en reacties van andere leden.

www.kurd4all.nl is een Nederlands-Koerdische jongeren- en studentenorganisatie. Ze willen: “het maximale halen uit de Koerdische jongeren in Nederland en voor een goed imago van de Koerden zorgen.” Enerzijds bieden ze een informatieve website, maar ze organiseren ook activiteiten, zoals lezingen, debatten, bezinningsweekends. www.kurdstudent.com is eenzelfde type site uit Zweden  (waar de diaspora Koerden trouwens bijzonder actief zijn).

Blogs, zoals degene die u nu leest, zijn er ook volop. Roj Bash (Good Morning; http://northerniraq.info) is zo een groepsblog die informatie over Koerdistan geeft. Over de schrijvers geven ze volgende mee: “Roj Bash writers are not necessary Kurd by ethnic but by heart.”

Ook heel interessant is m.i. Aka Kurdistan (www.akakurdistan.com). Dit is de online opvolger van het boek en de tentoonstelling Kurdistan, In the Shadow of History van Susan Meiselas. Bedoeling is een collectief, Koerdisch geheugen op te bouwen en culturele uitwisseling mogelijk te maken aan de hand van foto’s, kaarten en verhalen. “Images and recollections serve as testimony to the long and suppressed history of the Kurds.”

Wat me specifiek opvalt bij de diaspora jongereninitiatieven, waarvan de community’s en blogs een duidelijk voorbeeld zijn, is dat de focus veel meer op Koerdische eenheid ligt. Ze lijken zich niet bezig te houden met onderlinge Koerdische verdeeldheid veroorzaakt door verschillen in taal, religie of nationaliteit.  Ze profileren zich bewust als Koerd, zonder meer. Deze eensgezindheid vormt m.i. een welkome en productieve afwisseling van de vele, energievretende onderlinge disputen binnen de Koerdische gemeenschap. De interne onenigheid wordt immers ook vaak aangegrepen om de Koerdische eisen onder de mat te schuiven. Misschien zal deze meer eensgezinde generatie diaspora Koerden erin slagen om tot echte oplossingen te komen. De drijvende kracht voor de Koerdische strijd lijkt momenteel sowieso zeer sterk bij hen te liggen 2.

Helaas blijken deze nieuwe, schijnbaar onschuldige netwerkkanalen niet zonder gevaar… In het artikel Internet niet zo veilig voor Koerden wordt het verhaal verteld van 2 personen die door de Turkse overheid zijn opgepakt voor pro-Koerdische uitlatingen op het internet 3. Een pro-Koerdische Turkse activiste had op haar Facebook-account foto’s met de Koerdische vlag en een kaart van Koerdistan gepost. Een 17-jarige Koerdische jongen verspreidde filmpjes van Koerdische demonstraties via You Tube. De Turkse overheid houdt het internet blijkbaar goed in de gaten en heeft zelfs besloten om een comité op te richten voor “internetmisdaden”.

We kunnen dus concluderen dat de 21ste eeuw heel wat technologische innovaties biedt die zeer goed kunnen ingezet worden in de strijd voor meer Koerdische rechten. Anderzijds blijken deze ontwikkelingen ook de tegenstand niet te zijn ontgaan en blijft voorzichtigheid en het zoeken naar nieuwe wegen noodzakelijk als de Koerden bij hun eisen willen blijven.

1 Radiovisie, 4 maart 2004. Koerdische Medya TV uit de ether gehaald. Geraadpleegd op 21 december 2008 op www.radiovisie.eu/int/nieuws.rvsp?art=00060007; Wereldjournalisten, 23 mei 2007. Koerden in Nederland. Geraadpleegd op 21 december 2008 op www.wereldjournalisten.nl/factsheet/2007/05/23/factsheet_koerden_in_nederland; Hickerson, A.A., 2003. Identity via Satellite: a case study of the Kurdish satellite television station Medya TV. Brussels: Kurdish Institute.

2 Van Bruinessen, M., 2000. Transnational aspects of the Kurdish question. Florence: European University Institute. Geraadpleegd op 21 december 2008 op http://www.let.uu.nl/~martin.vanbruinessen/personal/publications.

3 Azady, 20 december 2007. Internet niet zo veilig voor Koerden. Geraadpleegd op 21 december 2008 op http://www.azady.nl/news.php?readmore=6331; Romano, 2006. The Kurdisch Nationalist Movement, Opportunity, mobilization and identity. Cambridge: University Press.

 

Mijn laatste commentaar: http://www.caucaz.com/home_eng/breve_contenu.php?id=183

Wanneer je de woorden ‘Kurd’, ‘Kurdes’, ‘Koerden’ of ‘Kurdistan’ intikt in Google, krijg je een heleboel resultaten over de PKK, de Iraakse Koerden, de Turkse Koerden en de inval van Turkije in de Iraakse autonome regio. Op het eerste zicht lijkt het alsof er enkel Koerden wonen in het Noorden van Irak en in het Zuidoosten en Oosten van Turkije. Wat is er dan aan de hand met de Koerden in Syrië, Iran en Armenië (dit is een heel kleine minderheid)?

Volgens Kevin McKiernan heeft de geografie van ‘Koerdistan’ zeker een invloed op de strijdbaarheid van het Koerdische volk. McKiernan beweert dat de Syrische Koerden weinig of geen kans hebben tot het voeren van een succesvolle guerilla omdat het gelegen is in een vlakte. De Koerdische gebieden in Irak, Turkije en Iran zijn daarentegen gelegen in bergachtige gebieden en hier is een opstand dus beter te organiseren. (McKiernan, 2006)

Iran? Wat gebeurt er dan in Iran? In het Iraanse gebergte is er sinds 2004 een Koerdische Guerillabeweging actief, PJAK (‘Free Life Party of  Kurdistan’). Deze beweging kwam in de aandacht nadat Shivan Qaderi, een Iraanse Koerd en activist gearresteerd en geëxecuteerd werd in juli 2005. Het lijk van Qaderi werd aan een voertuig gebonden en om de bevolking te intimideren door de stad gesleept(US Department of State, 2005). De hele regio werd opgeschrikt door demonstraties, acties en rellen. Het Iraanse leger reageerde met verschillende acties tegen PJAK in de omgeving van Merivan.

PJAK heeft duidelijk banden met de PKK (de Arbeiderspartij van Koerdistan, vooral actief in Turkije). Éen van de belangrijke linken is Shapour Badoshiveh, vandaag verantwoordelijk voor de Westerse Koerdistan divisie binnen de PKK en vroeger één van de leiders van de PJAK. Een andere link is dat zij Abdulah Öcalan (de leider van de PKK, opgepakt in 1999) zien als hun spirituele leider.

Het doel van de PJAK is volgens zijn leider leider Abdul-Rahman Haci Ahmedi, niet de onafhankelijkheid van Koerdistan, of de Koerdisch-Iraanse regio, maar het streven naar een vredevolle en democratische samenleving voor verschillende etnieën. Op dat vlak is de PJAK dus minder extremistisch dan de PKK (Rashaan, 2007). De partij heeft 5 grote netwerken: ‘The Union of Women in Western Kurdistan’ (YJKR), ‘the Union for Youth in Western Kurdistan’ (YCR), ‘the Union for the Democratic Press’ (YRD). Er is ook nog een politieke tak en een leger (KRK) voor zelfverdediging.

Volgens Erlich Reese wordt de Koerdische verzetsbeweging in haar strijd tegen het Islamitisch regime gesteund door de Amerikaanse en Israëlische regering, zowel financieel als materieel. Bronnen van de PJAK spreken deze berichten echter tegen, maar ze zouden maar al te graag Amerikaanse steun genieten (Reese, 2007). Dat Koerdische verzetsbewegingen zoals de PJAK van strategisch nut zijn voor de Amerikanen bewijst ook de moeilijke positie waarin de Duitse staat zich bevindt. Enerzijds is de PJAK een goede bondgenoot voor de Amerikanen in de strijd tegen het Iraanse regime omdat zij door hun strijdvaardigheid het regime van Ahmadinejad destabiliseren. Anderzijds staat de Duitse regering onder druk van de Iraanse overheid. Deze verwijten de Duitse overheid onverschilligheid ten opzichte van de terroristische acties van de PJAK en kunnen er daarenboven ook niet mee lachen dat de leider van de PJAK, Ahmedi, een Duits paspoort heeft en vanuit Keulen zijn troepen stuurt. (BUCHEN S., GOETZ J., ROBEL S., 2008) PJAK zelf beschuldigt de Verenigde Staten ervan cruciale informatie en wapens door te spelen aan de Turkse en Iraanse regime’s zodat deze hun strijd tegen de Koerden gerichter kunnen voeren. (ALASOR R., 2008)

Ik heb in er in mijn 3 blogposts voor gekozen om de Koerdische kwestie vanuit 3 verschillende perspectieven te bespreken: de Iraakse, de Iraanse en ook vanuit Duits – Turks oogpunt.

Uit de 3 posts blijkt dat de Koerdische vraag naar meer autonomie en respect voor de Koerdische bevolking zeker nog leeft. De vraag is echter ook of de Koerdische gemeenschap, verspreid over Syrië, Turkije, Iran, Irak en Armenië,  één is in zijn strijd voor meer rechten en eventueel een onafhankelijk Koerdistan, zoals ons verteld werd bij het bezoek aan het Koerdisch Instituut in Brussel. Het lijkt me eerder van niet. De meeste Koerdische groepen zijn vooral actief in eigen land en strijden logischerwijs tegen het regime dat hen verdrukt. De enige uitzondering lijkt me de PKK, die zoals hierboven beschreven ook zoekt naar partners in buurlanden, zoals de PJAK. De droom van één onafhankelijk Kurdistan leeft zeker nog, maar er kan enkel aan gewerkt worden indien elke Koerdische groep op zich er eerst in geslaagd is meer vrijheden en rechten te bekomen.

Een tweede belangrijke constatatie is dat dit regionale conflict niet enkel gevolgen heeft voor de politieke situatie in de regio, maar ook een grote invloed kan hebben op politiek in landen waar Koerdische immigranten wonen. Je hoeft maar te denken aan het proces tegen Fehriye Erdhal en de commotie die haar verdwijning met zich mee bracht in ons land. Ook in Duitsland heeft men het Koerdisch-Turkse conflict van nabij kunnen beleven. De migratie van Turkse Koerden naar de Iraakse Autonome regio, zorgde ook voor Turkse inmenging in Irak.

 

Ten derde is ook de Amerikaanse aanwezigheid in het Midden Oosten beïnvloedt door de Koerdische kwestie en omgekeerd. Het is duidelijk dat de Amerikaanse regering niet goed weet welke houding aan te nemen tegenover de Koerden. Het grootste probleem is vooral dat Turkije, een belangrijke Amerikaanse bondgenoot in de regio, in zijn beleid zelf de rechten van Koerden ondermijnt. Net zoals het voor Duitsland in de jaren ’90 een voortdurend afwegen van belangen was, moet de Amerikaanse staat heel erg opletten om niet op de tenen van bepaalde partijen te trappen, waar ze meestal niet in slaagt. Je zou het Amerikaanse beleid ten opzichte van de Koerden echter ook op een andere manier kunnen bekijken: het lijkt soms alsof de Koerden ingeschakeld worden wanneer ze nuttig zijn en verder aan  hun lot overgelaten worden,  zoals een speelbal van de VS in een strategisch belangrijke regio. 

De Koerdische zaak is een heel delicate kwestie. Door zijn positie in een woelige regio zijn er heel veel belangen vertegenwoordigd waardoor het conflict een internationale dimensie krijgt. Deze internationale dimensie wordt nog krachtiger door de migratie van vele Koerden naar ‘Westerse’ landen die daar de strijd tegen hun thuisland verder voeren.

McKIERNAN K. (2006), The Kurds: A People in Search of their Homeland, geraadpleegd op http://nl.youtube.com/watch?v=5gGXVx_tL24 op 20/12/2008

U.S. State Department of State (2005), Iran: Voices struggling to be heard, geraadpleegd op  http://www.state.gov/g/drl/rls/56548.htm  op 20/12/2008

RASHAAN Z. (2007) De achtergrond van de PJAK, Azady, geraadpleegd op http://www.azady.nl/articles.php?article_id=391 op 20/12/2008

REESE E. (2007), The Celibates of Ocalan, Mother Jones [0362-8841] vol:32 iss:2 pg:18

BUCHEN S., GOETZ J. ROBEL S.  (2008) Germany concerned about PJAK activities, Spiegel online International geraadpleegd op http://www.spiegel.de/international/germany/0,1518,547211,00.html op 20/12/2008  

ALASOR R. (2008), PJAK accusing USA to help Iran via Turkey,  The Kurdish Institute geraadpleegd op  http://www.kurdishinstitute.be/english/21.html  op 20/12/2008      

CHAMKA M. (2005), PJAK, the unknown entity of the Kurdish Resistance in Iran, Caucaz Europenews, geraadpleegd op http://www.caucaz.com/home_eng/breve_contenu.php?id=183 op 20/12/2008

 

 

Filmpje op Youtube: EuroNews –No Comment: Bruxelles, Belgique

Dit fragment toont de rellen tussen Turken en Koerden in Sint-Joost-ten-Node op zondag 1 april 2007 na brand in een Koerdisch gemeenschapshuis. De brand had zich ‘s nachts voorgedaan en volgens de brandweer was er geen twijfel mogelijk dat hij was aangestoken. Toen dit nieuws bekend raakte onder de Koerdische gemeenschap ontstond er protest, vooral omdat het niet de eerste keer was dat zulke feiten zich voordeden. Ze hielden een sit-in voor het uitgebrande lokaal, dit is ook op de beelden te zien. Ze waren er van overtuigd dat de daders Turken waren en dat het ging om een politieke actie en niet om banaal vandalisme. Deze protestactie was niet naar de zin van een 400-tal Turkse jongeren, die deze sit-in als een provocatie zagen. Het kwam tot rellen, de politie moest zich tussen de twee groepen opstellen om een confrontatie te vermijden. Door de toenemende agressie, vooral van Turkse zijde, die luidkeels anti-PKK slogans bleven scanderen, moest zelfs het waterkanon worden ingezet.

 

De beelden spreken voor zich. Dit gaat niet om een historisch conflict dat passief aanwezig is onder deze bevolkingsgroepen. Bij de minste provocatie kan het vuur al in de pan slaan. Volgens de extreem-nationalistische Turkse beweging bestaat er geen Koerdische minderheid in Turkije. Het gaat om een marxistisch geïnspireerde, terroristische afscheidingsbeweging die actief is onder de leiding van Abdullah Ocalan, zijnde de PKK. Alle Koerden worden in deze visie dan ook afgeschilderd als extreem linkse PKK’ers.

 

Als we de beelden van dichtbij bekijken zien we duidelijke gelijkenissen met de beelden van Palestijnse jonge mannen die zich verzetten tegen de Israëlische bezetter, met het enige verschil dat de Palestijnen elke dag met het conflict worden geconfronteerd, en dat zij in hun directe verleden mensen uit hun omgeving aan deze oorlog verloren zijn. Ergens is het dus verrassend zoveel woede aan te treffen bij jongeren waarvan het grootste deel niet eens in Turkije geboren is en zich nog nooit in een reële conflictsituatie hebben begevonden. Een groot deel is waarschijnlijk te verklaren door de opvoeding die deze jongens genoten hebben. Als het met de paplepel wordt bijgebracht dat elke aanval op de Turkse Staat als een aanval op je persoonlijke eer moet worden geïnterpreteerd, dan spreekt het voor zich dat er nogal fel wordt gereageerd. Hierbij mag ook niet worden vergeten dat iedere Turkse man die zijn nationaliteit wil behouden op een bepaalde leeftijd zijn legerdienst moet volbrengen, en de mogelijkheid bestaat dat ze in Koerdische gebieden worden geplaatst. Dit brengt het conflict meteen een stukje dichterbij.

 

Als voorbereidend werk voor deze blog zijn wij gaan praten met Derwich Ferho de directeur van het Koerdische Instituut van Brussel. Het was meteen merkbaar hoe diep geworteld dit conflict wel zit. Het instituut is ook al meerdere keren het doelwit geweest van Turks geweld. Ferho spreekt van zeven aanslagen in het totaal. Dit geweld loopt vaak parallel met gebeurtenissen in Turkije maar volgens Ferho ligt het ook voor een stuk aan de haatdragende discours binnen de Turkse moskees in België. Het gaat hier volgens hem wel om een minderheid. Het grootste deel van de Turkse gemeenschap is niet echt op de hoogte van wat er allemaal gebeurt maar hyper-nationalistische groeperingen zoals de Grijze Wolven of Islamo-Turkse nationalisten proberen heel bewust elk Koerdisch initiatief te kelderen. Dit kan soms heel ver gaan. Door de activiteiten voor de Koerdische zaak van Derwich Ferho en zijn broer Medeni, die actief is op de Koerdische ROJ-TV in Denderleeuw, zijn hun ouders in Turks-Koerdistan vermoord geweest hoogstwaarschijnlijk door Turkse autoriteiten, alhoewel zij dit zelf nooit hebben toegegeven.

 

Langs Koerdische zijde bestaat de al dan niet reële angst dat extreem-nationalistische Turkse bewegingen zich tot doel stellen om bepaalde Belgische gemeentes om te vormen  tot wat Dogan Ozguden (zie Paarden van Troje) “Turkish Towns” noemt. Het zou de bedoeling zijn Koerdische en Armeense minderheden door middel van bijvoorbeeld criminele brandstichtingen te verjagen. Hier zal natuurlijk ergens wel een grond van waarheid in zitten, maar het mes snijdt altijd langs twee kanten. De PKK is niet enkel een uitvloeisel van een op hol geslagen Turks-nationalistische fantasie, het is een bestaande en zelfs actieve organisatie, die reeds aanslagen heeft gepleegd en die naast militairen ook burgers heeft omgebracht. Alles hangt van het perspectief af, volgens Ferho is het PKK helemaal geen terroristische organisatie. Hij ziet het als een bevrijdingsorganisatie die enkel militaire doelwitten heeft. Hij draait de kwestie om en definieert eerder de Turkse Staat als terroristisch.

 

Beide visies zullen wel ergens gelijk hebben. Het blijft een complexe kwestie, maar het staat zeker vast dat dit conflict zijn eindpunt nog niet heeft bereikt. De gemoederen blijven hoog oplopen, niet enkel in Turkije maar ook hier in België, waar dit buitenlandse conflict duidelijk zijn verlengstuk gekregen heeft.

Artikel uit het tijdschrift “De Koerden” : Inmenging van Turkse regime in Belgische verkiezingen

Dogan Ozguden (De Koerden, jaargang 7, n°37, juli-augustus, p.22-23)

 

Dit betoog van Ozguden klaagt binnen de Belgische context de dubbelzinnigheid van bepaalde verkiezingskandidaten en verkozenen van Turkse origine aan. Volgens hem trachten belangrijke Turkse lobby’s hun programma te promoten binnen de Belgische Staat via wat hij “Paarden van Troje” noemt. Turkse verkozenen zouden dus druk uitoefenen op vooraanstaande politici als  Yves Leterme, Johan Vandelanotte of Laurette Onkelinx om bepaalde onderwerpen zoals de Armeense genocide, het terroristisch karakter van de PKK, het respect van mensenrechten in Turkije al dan niet op de politieke agenda te plaatsen. Het aantal Belgen van Turkse origine is aanzienlijk, er vallen dus veel stemmen te rapen. Het spreekt  voor zich dat er met hun mening meer rekening zal worden gehouden, dan met die van de veel kleinere Koerdische of Armeense gemeenschap in België. Dit blijft immers een van de basisprincipes van de democratie: de stem van de meerderheid geldt.

 

 

Het is ergens ook evident dat iemand die grotendeels verkozen is door een Turkse achterban, hun belangen dan ook verdedigt. Laurette Onkelinx kan slechts burgemeester worden van Schaarbeek, als zij niet ingaat tegen wat belangrijk wordt bevonden binnen de grote Turkse gemeenschap in deze gemeente. Hetzelfde geldt om maar een voorbeeld te geven voor personages als Patrick Janssens (sp.a) die toegevingen heeft moeten doen aan zijn eerder rechtse electoraat, om burgemeester van Antwerpen te kunnen worden in plaats van Vlaams Belang kopstuk Filip Dewinter. Zo werkt de politiek nu eenmaal, zelfs al is dat niet altijd overeenkomstig met hoe het zou moeten zijn, op zich is hier niets schokkends aan.

 

 

Aan de andere kant zou het mogelijk moeten zijn voor een land als België, dat in principe ver van Turkije afstaat, om neutraal te blijven in zo’n emotioneel geladen problematiek. We moeten echter toegeven dat door de geglobaliseerde context van vandaag en vooral binnen het kader van de Europese Unie. België steeds vaker bepaalde posities moet innemen met betrekking tot conflicten die zich oorspronkelijk niet op hun grondgebied afspeelden.  Transnationale mobilisatie heeft ervoor gezorgd dat het Koerdische probleem zich voor een deel verplaatst heeft, zowel Turkse als Koerdische lobby’s proberen de Belgische Staat te beïnvloeden om hun persoonlijke belangen te doen gelden. Het hangt van de bestaande machtsverhoudingen af wie van de twee binnen de Belgische context het laatste woord zal hebben.

 

 

De invloed die wordt uitgeoefend valt dus zeker niet te ontkennen, de loyaliteit ten opzichte van het land van herkomst is zowel voor de Turkse als voor de Koerdische gemeenschap zeer sterk. De interne verdeeldheid binnen België speelt hier hoogstwaarschijnlijk een belangrijke rol, het nationale bewustzijn en het bijkomende nationalisme is hier veel minder sterk dan in Turkije. In de Verenigde Staten, waar een zeer groot nationaal bewustzijn bestaat, zou iedereen het bijvoorbeeld absurd vinden als Barack Obama nu plots, naast het algemene belang in het bijzonder de belangen van Kenianen zou verdedigen.  Als Belgische politici als Fatma Pehlivan of Cemal Cavdarli dit wel doen zien wij hier over het algemeen geen graten in.

 

 

We moeten eerlijk zijn, het grootste deel van de Belgische bevolking staat vrij onverschillig ten opzichte van kwesties zoals het al dan niet terroristische karakter van de PKK. De gemoederen zullen veel hoger oplopen als het gaat over de scheiding van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde bijvoorbeeld. Dit verklaart ook waarom het ontkennen van de Joodse genocide veel meer stof zal doen opwaaien dan het negationisme omtrent rond de Armeense genocide of de mensenrechtenschendingen in het Koerdische deel van Turkije bestaat. De Joodse kwestie zit veel meer geworteld in onze nationale geschiedenis en ligt dus ook gevoeliger.

 

 

Het feit dat dit type debat in België wordt gevoerd is een relatief nieuw fenomeen en dat het effectief ook het nieuws haalt is op zich al zeer interessant. Niet enkel de betrokken gemeenschappen mobiliseren zich om van hun versie van het conflict de dominerende versie te maken, ook Belgische politici worden verplicht kleur te bekennen over een conflict dat hun niet eigen is.