wetenschappelijk


Eriksen, T.H., 2007. Nationalism and the Internet, in: Nations and Nationalism, nr. 13, 2007, 1-17.

 

De auteur bouwt in dit artikel verder op het onderzoek van Ernest Gellner rond het concept van ‘nationalisme’. Centraal in Gellner’s argumentatie is dat nationalisme de natiestaat heeft helpen creëren, en niet omgekeerd. Hij bouwt een theorie uit van territoriaal gebonden identiteitsvorming. Het is logisch dat nationale identiteiten voornamelijk territoriaal verbonden zijn. Toch merkt de auteur dat daar waar natiestaten gebonden blijven tot hun territorium, cultuur, politiek, economie, mensen en structuren van macht deze verbondenheid aan de grenzen kunnen overstijgen. De territoriale integriteit van de natiestaat is niet langer een voorwaarde voor een werkende unificerende nationale identiteit. Nu blijkt het interessant om in het licht van deze ideeën de rol van het Internet te analyseren. Naties die hun territorium kwijt zijn, die om politieke redenen verspreid werden, etc. verschijnen op het Internet, met duidelijke doeleinden. “In the global era of movement and deterritorialisation, the Internet is used to strenthen, rather than weaken, national identities” (1).

We leven in een tijdperk dat gekenmerkt kan worden door migraties, transnationalisme, etc. Gellner  haalde het concept van ‘diasporanationalisme’ aan, “a distinctive, very conspicious and important sub-species of nationalism” (2). De factoren die nationalisme drijven en loyaliteit scheppen bij de aanhangers van de natie zijn vandaag grensoverschrijdend. In deze processen blijken de nieuwe communicatietechnologieën een belangrijke rol te spelen. Hierbij ontstaat het fenomeen van “virtueel nationalisme”. De auteur argumenteert dat aangezien immigranten nooit volledig geassimileerd kunnen worden, deze complexe en kwetsbare gemengde identiteiten vormen. In deze situatie vormen de transnationale netwerken met mensen van hun oorspronkelijke locatie een alternatief of een aanvulling voor hun onvolledig lidmaatschap bij een natiestaat. De vele migraties en de nieuwe communicatietechnologieën “create new conditions for collective identity management” (3).

Eriksen onderscheidt centrifugale en centripetale krachten bij dit proces :

          McLuhan en het concept van ‘global village’ : de gemeenschap met dewelke individuen zich kunnen identificeren kan eveneens, en voor het eerst in de geschiedenis de hele wereld omvatten.

          Individualisme : het resultaat van modernisering leidt ons tot de conclusie dat gemeenschappen alsmaar bescheidener worden.

Dit lijkt in eerste opzicht tot een paradox te leiden maar volgens de auteur is er geen contradictie tussen het individualisme en de groei van abstracte gemeenschappen, integendeel. We leven in een situatie gekenmerkt door complexiteit, waarbij heterogeniteit de norm is, en monoculturalisme de uitzondering. Tegelijk blijven belangrijke machten werken tegen ordeverstoring en het afbreken van grenzen.

Internet wordt dus gezien als een “re-embedding technology”. Het kan nationale identiteiten reproduceren over grote afstanden om mensen te verenigen in virtuele gemeenschappen.  Eriksen onderscheid drie vormen van communicatie via het Internet :

(1)    Unilateraal – gebruik als massamedium

(2)    Bilateraal

(3)    Tussenliggende vormen

Al deze vormen van communicatie worden gebruikt door organisaties, groeperingen en individuen met nationalistische politieke agenda’s. “Internet is becoming the major medium for consolidation, strengthening and definition of collective identities, especially in the absence of a firm and institutional base” (4).

De Koerden vormen één van de grootste etnische groepen die nooit een natiestaat onder hun controle hebben gehad. De Koerdische diaspora is uitgestrekt en vormeloos. Ze hebben geen communicatie-infrastructuur in hun land(en) van herkomst. Als antwoord op deze nood hebben Koerden in het buitenland talrijke media tot leven gebracht. Deze dienen om een collectieve identiteit op te bouwen, maar eveneens om de Koerdische kwestie wereldwijd bekend te maken. Lacking a state, the task of creating a Kurdish civil society and collective identity is largely left to private entreprise” (5). Daar het grootste deel van de Koerdische elite gevlucht is naar het buitenland, is Internet het perfecte medium geworden voor het verspreiden van informatie voor Koerden, maar ook voor de versterking van de Koerdische identiteit. Zonder deze nieuwe communicatietechnologieën, zou de creatie van een gevoel van ‘behoren tot de gemeenschap’ in deze situatie veel ingewikkelder zijn. In deze context van diaspora en van onvolledige integratie helpt Internet bij het scheppen van een gevoel van sociale cohesie, en van culturele integratie. Het creëert een vorm van identificatie. “ Virtual nations on the Internet can serve both as a compensation for the nation they have lost, and as rallying-points for future and imminent political action” (6). Het is belangrijjk te noteren dat de auteur onderscheid maakt tussen verschillende vormen van gebruik van het medium door diasporas, in functie van hun relatie tot nationalisme. Het is duidelijk dat niet elke website, youtube-film e.a. oproepen tot politieke actie. Het punt is hier dat het medium opportuniteiten schept voor onafhankelijkheidsstrijd in absentia, en dat deze ook benuttigd worden door de Koerdische diaspora.

 

 

(1)    Eriksen, p.1

(2)    Gellner 1983 : 101

(3)    Eriksen, p. 6

(4)    Eriksen, p.8

(5)    Eriksen, p.9

(6)    Eriksen, p. 12

Bespreking van wetenschappelijke tekst: uit “The Kurdisch Nationalist Movement” (2006) van David Romano pg.147 – 159.

Romano stelt in zijn boek de Koerdische kwestie op een erg verhelderende en interessante manier voor. In deze post bespreek ik slechts een deel uit het vierde hoofdstuk van zijn boek, namelijk “State media, information monopolies and insurgent media”. Hierin geeft hij aan de hand van veel interessante voorbeelden een voorstelling van de manieren waarop Koerden, in Europa en in het Midden Oosten media benut hebben / benutten voor de Koerdische kwestie en hoe deze media aldus een voedingsbodem vormt voor de ontwikkeling van hun nationale identiteit.

De Turkse politiek ten opzichte van de Koerdische minderheid kan op veel vlakken repressief genoemd worden. Ik beperk me hier tot het vermelden van twee interessante voorbeelden om deze politiek inleidend te illustreren. Op andere posts op deze blog gaat men al dieper in op deze Turkse politiek. Media, die door de Koerden gebruik werd om hun nationale identiteit te promoten werden door de Turkse autoriteiten altijd streng gecontroleerd en vaak zelfs verboden verklaard. Zelfs in het jaar na de eerste Turkse toetredingsonderhandelingen met de Europese Unie, heeft RTUK (Turkeys Supreme Board of Radio and Television) in totaal 704 dagen van 62 verschillende televisiezenders en 3889 dagen van 67 verschillende radiozenders uit de ether gehaald (1). Tevens werd ook de bekende film “Braveheart” door de bovenstaande instelling afgestempeld als een overbodige luxe voor de Koerden. Het zou hen immers kunnen inspireren tot een gelijkaardige opstand in Turkije.

De opkomst van nieuwe communicatiemiddelen brengen veel veranderingen voor de Koerdische onderdrukking. In de eerste plaats breken ze het monopolie van (Turkse) autoriteiten in het verschaffen van informatie. Dankzij de grotere toegankelijkheid van communicatiemiddelen kunnen ook steeds meer Koerden hun kant van het verhaal bekend maken aan de buitenwereld. Op die manier kan een realistischere internationale opinie over de Koerdische kwestie gecreëerd worden. Koerden kunnen gebruik maken van media om deze te beïnvloeden. Clandestiene foto’s en video’s zijn zo bijvoorbeeld gebruikt geweest als overtuigende bewijzen voor de repressieve politiek. Zulke sensibiliseringscampagnes maken het mogelijk om steun te krijgen van verschillende organisaties zoals bijvoorbeeld mensenrechtenorganisaties.

Ten tweede kan met behulp van moderne communicatietechnieken de Koerdische cultuur verrijkt worden zowel in de diaspora als in de Koerdische regio’s. Zoals ik in mijn andere post al heb vermeld heeft vooral het internet de standaardisering van het Kurmanji beduidend versneld. De moderne communicatietechnieken zorgen er bovendien voor dat deze Culturele waarden ook terug hun weg vinden naar de Koerdische regio’s. Zo worden bijvoorbeeld pro-Koerdische kranten, zoals Ozgur Politika, die in Europa uitgegeven worden omdat ze in Turkije verboden zijn, terug gesmokkeld naar de Koerdische regio’s (2). Bovenstaande ontwikkelingen versterken de zogenaamde “Koerdische virtuele wereld”, waar ik in een andere post verder op inga.

De belangrijkste middelen die de ontwikkeling van de nationale Koerdische identiteit hebben beïnvloed zijn het internet en de (satelliet)televisie. Op het internet kan men alle soort van informatie publiceren onafhankelijk van het feit of ze wel of niet graag gezien zijn door de autoriteiten in de Koerdische gebieden. Helaas is de toegang tot (bepaalde sites op) het internet niet altijd even evident in de Koerdische regio’s. Toch baant de informatie zich, ondanks alle restricties, vaak een weg. Ook de e-mail is een goedkoop, gemakkelijk en moeilijk tegen te houden middel om ideeën en informatie uit te wisselen en te verspreiden over alle mogelijke onderwerpen. De satelliettelevisie is wellicht het medium dat de Koerden het meest succesvol hebben benut en dat tegelijkertijd ook voor de Turkse autoriteiten als de grootste hinderpaal werd ervaren. De Koerden worden niet voor niets weleens de “televisie natie” genoemd (3). De satelliettelevisie gaf de Koerden een machtig instrument ter beschikking dat de censuur en controle in landen zoals Turkije gemakkelijk kon omzeilen. Daarenboven kan het medium vrijwel alle kijkers aanspreken ongeacht de leeftijd, gender, religie, enz. Ondanks het feit dat het niet altijd even gemakkelijk was om toegang te hebben tot de satelliettelevisie in de Koerdische regio’s en het bezitten van een exemplaar niet zonder risico was/is, doet men er alles voor om een satelliet te kunnen bemachtigen. Zo is bekend dat mensen waardevolle bezittingen verkochten om een satelliet te kunnen betalen. Indien men er om de een of andere reden geen kon bemachtigen, keek men toch op plaatsen waar men er wel eentje had. Algauw werd televisie een uitermate sterk middel om het etnische bewustzijn van de Koerden te promoten en een nationale cultuur te creëren.

In het begin reageerden de Turkse autoriteiten niet mals op deze televisiehype van de Koerden. Ze vernielden de schotels en vervolgden de eigenaars. Zoals al eerder is besproken geweest op deze blog, deden ze er alles aan om de licenties van de Koerdische televisie ongedaan te maken. Verscheidene diplomatische initiatieven werden gelanceerd die, hoewel ze soms resultaat opleverden, uiteindelijk niet in hun opzet slaagden. Wanneer in een licentie werd ingetrokken, dook er ergens anders een nieuwe Koerdische zender op. We kunnen dus besluiten dat de Koerden in dit dispuut het laatste woord hebben gekregen. De Turkse regering heeft officieus zijn nederlaag toegegeven: zij zijn niet in staat de Koerdische uitzendingen stil te leggen.

Bovendien had deze strijd vaak een averechts effect, het heeft de Koerdische nationale identiteit alleen maar versterkt en de aandacht getrokken van de internationale opinie in het voordeel van de Koerden.

Bronnen:

(1) Romano, D. (2006). The Kurdisch Nationalist Movement. p. 148

(2) Romano, D. (2006). The Kurdisch Nationalist Movement. p. 151

(3) Romano, D. (2006). The Kurdisch Nationalist Movement. p. 153



van Bruinessen, M., 1989. The ethnic identity of the Kurds, in: Ethnic groups in the Republic of Turkey, compiled and edited by Peter Alford Andrews with Rüdiger Benninghaus [=Beihefte zum Tübinger Atlas des Vorderen Orients, Reihe B, Nr.60]. Wiesbaden: Dr. Ludwich Reichert, pp. 613-21. Geraadpleegd op 15 december 2008 op http://www.let.uu.nl/~martin.vanbruinessen/personal/publications.

Prof. M. van Bruinessen

Prof. M. van Bruinessen

Op 3 december 2008 gaf Prof. Martin van Bruinessen in het kader van een lezingenreeks  “Turkish and Kurdish nationalisms and politcal islam in Turkey” (georganiseerd door MENARG in Gent) een gastlezing met als onderwerp de strijd over de etnische identiteit van de Turkse Koerden. Hij gebruikte daarin de gevleugelde woorden ‘scratch a Turk’ om aan te geven dat de meerderheid van de Turken onder hun Turkse ‘bovenlaag’ eigenlijk wel ergens een etnisch andere (Armeense, Koerdische…) grootouder of overgrootouder heeft.

Nu blijkt het krabben van Koerden minstens even interessant! De meesten Koerden hebben wel het gevoel tot een aparte etnische groep te behoren, maar waar de grenzen van deze groep liggen en wat die etnische identiteit precies vormt, ligt verre van vast.

Al in 1989 wijdde prof. van Bruinessen een artikel aan de Koerdische etnische identiteit in Turkije: The Ethnic Identity of the Kurds in Turkey. In 2000 werd het in een andere context  herprint. De vraag blijft immers actueel: wie is er Koerd? We bekijken de vraag vanuit de Turkse situatie.

De brede definitie van Koerd-zijn die Martin van Bruinessen in dit artikel hanteert is de volgende: Koerden zijn alle moedertaalsprekers van (dialecten van) de Iraanse talen Koermanji of Zaza en alle Turks-taligen die zeggen af te stammen van Kurmanji of Zaza-sprekers en die zichzelf Koerden beschouwen. Maar heel wat mensen zouden met deze definitie geen genoegen kunnen nemen, omdat ze haar te eng of te breed vinden. Laat ons kijken naar welke elementen er allemaal kunnen meespelen in het Koerd-zijn in Turkije.

1.    Taal
Het spreken van Kurmanji, Zaza of aanverwante dialecten wordt door velen als een van de pijlers van het Koerd-zijn beschouwd. Toch is dit niet zo evident. Ten eerste zijn deze talen, hoewel ze beide Iraanse talen zijn, zeer verschillend en onderling niet zo maar begrijpbaar. Hoewel de meeste Zaza wel wat Kurmanji spreken, is dat omgekeerd zeker niet het geval. Wat natuurlijk communicatie problemen met zich meebrengt en bijvoorbeeld ook tot gevolg had dat de communicatie binnen de Koerdisch Nationalistische Beweging initieel in het Turks gebeurde. Een tweede probleem met de eis ‘Koerdisch’ te spreken om Koerd te kunnen zijn, is dat er heel wat afstammelingen zijn, die zich Koerd voelen, maar de taal niet machtig zijn. Denken we aan diaspora Koerden, die wel erg actief zijn voor de Koerdische zaak, maar daarom niet per se Koerdisch spreken.

2.    Religie
Religie is een ander criterium dat door verschillende groepen wordt aangegrepen om Koerden van niet-Koerden te onderscheiden, maar dat zelfs nog onduidelijker is dan het taal-criterium. De meerderheid van de Koerden zijn Sunni van de Shafi’i mezhep (rechtsschool) (de meeste Turken volgen de Hanefi mezhep; en vragen naar iemands mezhep is dan ook een voorzichtige manier om te achterhalen of hij Turk of Koerd is). De tweede grootste groep zijn Alevi moslims. De Alevi’s drinken af en toe alcohol en de man-vrouw relaties zijn wat gelijkmatiger verdeeld, wat de striktere Sunni’s niet kunnen aanvaarden. Verder zijn er ook kleine groepen Yezidi en is er een aanzienlijk aantal Shiitische moslims. Helaas weigeren veel Shafi’i Koerden, Alevi en Yezidi als Koerden te erkennen. In de jaren ‘70 slaagde te Koerdische Nationale Beweging er tijdelijk in meer samenhorigheid tussen de verschillende religieuze groepen te creëren, maar door economische en politieke ontwikkelingen is de spanning tussen vooral de Sunni’s en Alevi’s vanaf de jaren 80 weer erg gestegen en wordt religie weer als een erg belangrijk symbool van identiteit beschouwd.

3.    Koerdische stammen
De ‘wildcard’ van het Koerd-zijn wordt blijkbaar geleverd door het afstammen van een van de grote Koerdische families. Zelfs als je geen Koerdisch spreekt en je jezelf niet eens als Koerdisch beschouwt, maakt de bloedband met deze oude Koerdische stammen je sowieso Koerd voor het leven.

4.    Secondaire symbolen
Klederdracht, typische gerechten, muziek… worden ook als typisch Koerdisch beschouwd, maar blijken vaak meer regionaal bepaald dan echt Koerdisch.

We kunnen dus stellen dat er geen eenduidige etnische grens tussen Koerden en niet-Koerden bestaat, maar dat het eerder gaat over etnische (zelf-) definiëring. De geschiedenis bevestigt dit met vele verhalen van individuen en hele groepen die overstappen van ‘etnische aanhorigheid’ meestal gedreven door eigen politieke en economische motieven, maar natuurlijk gebeurde een dergelijke overstap vaak ook onder dwang…

Vanaf het ontstaan van de Turkse republiek, voerde die immers een radicale nationaliseringscampagne door1. Etnische diversiteit werd gezien als een gevaar voor de zuiverheid van de staat en de Koerden, die de grootste niet-Turkse groep op het grondgebied waren, werden (en worden) beschouwd als een groot probleem. Bij gevolg kregen de Koerden allemaal een stempel ‘Turk’ op hun voorhoofd gedrukt. Alle Koerdische-talige en culturele uitdrukkingen werden verboden en eigennamen en plaatsnamen werden ver-turkst. Om het verturkingsproces nog wat te bespoedigen werden er grootschalige verhuisacties ondernomen waarbij Koerden en andere etnische groepen zich verplicht elders moesten vestigen. Ook werd er een nieuwe, historische doctrine in het leven geroepen die uitlegde dat de Koerden eigenlijk altijd Turken waren geweest, maar dat ze door een historische ongelukje hun taal waren kwijtgeraakt…

Toch bleek dit nieuwe Turk-schap voor velen maar een fineerlaagje en vanaf de jaren ’70 komt er dan ook een grootschalige Koerdische revival op gang. Men gaat de Koerdische symbolen als klederdracht, muziek, Newroz (het Koerdische nieuwjaar) en natuurlijk de taal weer bovenhalen. Helaas worden deze ontwikkelingen sinds de militaire overname in 1980 weer krachtig de kop ingedrukt.

Tot de dag van vandaag zien we de strijd voor de erkenning van Koerdische rechten nog steeds  onverminderd doorgaan. De diaspora Koerden hebben een grote inbreng en voor velen is het zelfs: ‘Cool to be a Kurd!’. Ook de vele nieuwe wapens van de 21ste eeuw: internet, satelliettelevisie, vergrote burgerparticipatie in de politiek e.d. bewijzen hun kracht. Dus… de strijd gaat door!

1.  Romano, D., 2006. The Kurdisch Nationalist Movement, Opportunity, mobilization and identity. Cambridge: University Press; Van Bruinessen, M., 1999. The nature and uses of violence in the Kurdish conflict. Paper presented at the International colloquium “Ethnic construction and political violence”, organised by the Fondazione Giangiacomo Feltrinelli. Cortona. Geraadpleegd op 15 december 2008 op http://www.let.uu.nl/~martin.vanbruinessen/personal/publications.

 Wetenschappelijk artikel: Modern Communications Technology in Ethnic Nationalist Hands: The case of the Kurds

David Romano

 

Volgens David Romano hebben moderne communicatietechnologieën een grote impact gehad op nationalistische bewegingen in het algemeen. Het heeft dingen mogelijk gemaakt die dat eerst niet waren.  Er is vaak gedacht dat massamedia eerder een homogeniserend effect op culturen zouden hebben. Het heeft de wereld inderdaad kleiner gemaakt, maar dat heeft net nieuwe mogelijkheden geschapen voor staatloze groeperingen, die zich door diaspora over de hele wereld hebben verspreid. Vandaag de dag is het bijna voor iedereen mogelijk, van welke strekking of afkomst je ook bent, om een boek of een krantje te publiceren. Een goed voorbeeld hiervan is het tijdschrift “De Koerden” van het Koerdisch Instituut vzw te Brussel, een dergelijk onafhankelijk tijdschrift kan door een vzw met beperkte middelen worden uitgegeven dankzij de opkomst van de massaproductie van moderne communicatie- technologieën. Hetzelfde geldt tevens voor blogs, websites,…. Enkele decennia geleden zou dit niet mogelijk geweest zijn. 

 

Wijd verspreide toegang tot radio’s, gsm’s, internet en camera’s maakt het gemakkelijker om ideeën wereldwijd te verspreiden. Informatie die er vroeger uren en soms zelfs dagen over deed om bekend te raken, wordt nu in een fractie van een seconde de hele wereld rond gestuurd. Bij de  arrestatie in 1999 van Ocalan ( de leider van de PKK) door de Turken, werden deze beelden dankzij satelliet en internet op zeer efficiënte wijze doorgestuurd waardoor protestacties al enkele uren later konden starten.  Er is een diversiteit aan relaties ontstaan die mensen onderhouden over de grenzen heen. Het is een universeel fenomeen, gelijkgezinden vinden elkaar gemakkelijker terug, en ze mobiliseren zich rond zeer uiteenlopende thema’s.

 

Het spreekt voor zich dat voor een volk als de Koerden, dat beschikt over een welbepaalde cultuur en geschiedenis, een medium als het internet hun zaak zeker ten goede komt. We moeten niet vergeten dat na de eerste wereldoorlog Koerdistan werd verdeeld tussen Turkije, Iran, Irak en Syrië en dat er hierdoor een culturele, linguïstieke en politieke afstand is ontstaan  tussen de verschillende Koerdische groeperingen. Dankzij moderne communicatietechnieken en dan vooral het internet kan deze afstand vandaag overbrugd worden. Deze overbrugging is noodzakelijk in de huidige context: Koerdische minderheden in de bovengenoemde landen, zijn onderhevig aan urbanisatie- en onderwijssystemen die trachten de Koerden binnen hun nationale kader te assimileren. Hierdoor ontstaat de angst bij de Koerdische nationalisten dat ze de oorspronkelijke loyaliteit aan hun moedernatie zouden verliezen. Deze angst is niet onterecht, zeker binnen de Turkse landsgrenzen wordt er grote moeite gedaan om elke expressie van Koerdische etniciteit te onderdrukken, in sommige gevallen is die assimilatiepolitiek ook succesvol geweest.

 

Ook voor de Koerden die zich buiten Koerdistan gevestigd hebben en die naast hun Koerdische loyaliteit ook andere loyaliteiten ontwikkeld hebben, meestal ten opzichte van het land waarheen zij gemigreerd zijn, is het bestaan van een “virtueel Koerdistan” (Watts, 2004) erg belangrijk. De transnationale netwerken die hierdoor zijn ontstaan, hebben een sterke verbondenheid gecreëerd. We kunnen spreken van een soort van “Cybernatie” (Mills, 2002). Het Koerdische probleem is niet langer enkel een lokaal of een regionaal conflict, het wordt hoe langer hoe meer gezien als een Europees probleem (Watts, 2004). Omdat de afstand door de moderne communicatiemiddelen sterk verkleind is, voelt een Koerd die in Duitsland woont zich evengoed aangesproken als een Koerd in Turkije. Het conflict maakt deel uit van de dagdagelijkse routine, het is niet langer een ver-van-mijn-bed-show.

 

Deze situatie heeft ook veel kansen gecreëerd voor Koerdische nationalisten, ten eerste is het bestaan van een transnationale gemeenschap de manier bij uitstek om de Koerdische cultuur staande te houden. Zoals Romano ook aanhaalt, speelt vooral de taal hier een zeer belangrijke rol. Binnen de Koerdische taal bestaan er verschillende dialecten die sterk van elkaar verschillen. De Koerdische beweging is zich ervan bewust dat taal één van de belangrijkste elementen is die de identiteit van een persoon bepaalt, het is dus voor hun van groot belang om een gestandaardiseerde vorm van hun taal te promoten. Eenzelfde taal zou volgens deze logica ook de andere interne verschillen onder de Koerden wegwerken. Ten tweede heeft dit transnationale netwerk het mogelijk gemaakt de strenge Staatscontrole, die in Iran, Irak, Syrie en vooral in Turkije bestaat en die het communicatiemonopolie willen behouden, te omzeilen. De Koerdische satellietzender MED TV en het productiehuis Roj dat uitzend vanuit London en Denderleeuw heeft als voornaamste doel het etnische bewustzijn van de Koerden te promoten. Zoiets zou in Turkije volstrekt onmogelijk zijn. Er zijn dan ook al meerdere initiatieven ondernomen om deze zender het zwijgen op te leggen, maar het recht op vrije meningsuiting heeft tot nu toe de bovenhand gehaald. 

 

De auteur van dit artikel gaat ervan uit dat wanneer de vier landen, waarin de Koerdische minderheid zijn thuis vindt, minder repressief zouden reageren op elke uiting van Koerdische identiteit, de Koerden hoogstwaarschijnlijk ook minder radicale claims zouden hebben en zelfs zouden afstappen van hun secessionistische ideeën. Dit is echter niet noodzakelijk zo, want het feit dat Koerdistan over belangrijke natuurlijke rijkdommen beschikt, zorgt ervoor dat de economische factoren die in dit conflict meespelen niet over het hoofd kunnen worden gezien.  Ergens is de vergelijking met regio’s zoals Catalonië of zelfs Vlaanderen mogelijk, zij beschikken over zeer uitgebreide autonomie waaronder onafhankelijke media, dit heeft desondanks geen einde gebracht aan de “strijd” voor onafhankelijkheid (Keating, 2003).

 

Een tweede punt van kritiek is dat het idee van een transnationale gemeenschap op het internet niet overroepen mag worden. Eerst en vooral heeft niet iedereen toegang tot dit medium, daarbij komt ook nog eens dat het Koerdische netwerk op het internet misschien wel zeer groot is, maar ook zeer divers: niet elke website of blog staat achter dezelfde doelstellingen. Het kan gaan van puur culturele en folkloristische informatie tot radicalere uitlatingen die soms zelfs oproepen tot geweld. Het zou dus gevaarlijk en kortzichtig kunnen zijn deze allen over eenzelfde kam te scheren.

 

Geconsulteerde werken:

 

Keating M., Loughlin J., Deschouwer K. (2003). Culture, Institutions and Economic Development: A study of Eight European Regions. Elgar, Cheltenham.

 

 

Mills, K. (2002). Cybernations: Identity, Self-determination, Democracy and the “Internet Effect” in the Emerging Information Order. Global Society, Vol. 16, Issue 1, pp. 69-87

 

Romano, D. (2002). Modern Communications Technology in Ethnic Nationalist Hands: The Case of the Kurds. Canadian Journal of Political Science, 35:1, pp.127-149

 

 

 

Watts N.F. (2004). Institutionalizing Virtual Kurdistan West, Transnational Networks and Ethnic Contention in International Affairs. In J.S. Migdal, States and Societies in the Struggle to Shape Identities and Local Practices (pp.121-147).Cambridge University Press, Cambridge

 

 

 

Bespreking van het wetenschappelijk artikel: Exit and Voice Revisited: the Challenge of Migrant Media, Kira Kosnick

Tijdens de jaren ’70 werd emigratie gunstig geacht voor natie-staten, politieke managers en vertegenwoordiger van de staat. Het verlaten van de staat onder de vorm van emigratie maakt het mensen immers onmogelijk om politieke veranderingen te eisen. Vooral onderzoek over de effecten van migratie op de natie-staat tijdens de 19de en 20ste eeuw kwam tot deze conclusie. Hirschman definieerde op die manier ‘exit’ als het wegtrekken uit het land van oorsprong, waardoor de mogelijkheden op ‘voice’, vertaald als opstand of verzet, beperkt zijn. Politieke conflicten en sociale protesten in de 21ste eeuw in West-Europa en het Midden-Oosten bewijzen echter het tegendeel. Immigranten blijven geaffilieerd met hun land van oorsprong en engageren zich in transnationale en diasporische politieke activiteiten. Ze ontwikkelen nieuwe manieren om hun ontevredenheid met de politieke stand van zaken in hun oorspronkelijke verblijfplaats te verwoorden. Globalisatie veroorzaakt niet enkel nieuwe druk op natie-staten, maar het heeft ook de voorwaarden van diepgaand politiek verzet of politiek activisme ingrijpend veranderd. Sommige dissidente groepen slagen er zelfs in om sterker verzet te voeren vanuit het buitenland dan van binnen uit. Diaspora gemeenschappen kunnen zelfs de verhalen van de natie creëren door de tijdloosheid van de natie aan te tonen door de weigeren om te integreren en ze beïnvloeden de standpunten en acties van nationalisten in het thuisland (Curtis, 2005). De opkomst van nieuwe communicatietechnologieën is hiervoor de katalysator bij uitstek.

Koerdische nationalisten ontwikkelen dergelijk dissidente activiteiten tegenover hun land van oorsprong, voornamelijk Turkije (naast Iran, Irak en Syrië). Ze benutten nieuwe mogelijkheden voor kritisch activisme dat ondenkbaar zou zijn van binnen uit en dat grote gevolgen heeft voor Turkije, zowel met betrekking tot de opbouw van de natie, als met het beleid tegenover minderheden.

Meer dan een miljoen etnische Koerden emigreerden sinds 1960 als arbeidersemigrant of politieke en/of economische vluchteling naar Europa. Ze bleven zich echter verbonden voelen met hun Koerdische etnische nationaliteit en organisaties van politieke mobilisatie. Volgens Andy Curtis is het de tweede generatie immigranten die meer belang hechten aan de Koerdische identiteit dan de eerste generatie. Door de perceptie dat integreren in immigratieland onmogelijk is, door intens contact met land van oorsprong en de confrontatie met discriminatie van eerste generatie, ontstaat de idee dat een onafhankelijk Koerdistan alle Koerden ten goede zou komen (Curtis, 2005). Bovendien moet men, hoewel verspreid over de hele wereld, putten uit gemeenschappelijke ‘deep resources’ om transnationalisme waar te maken. Antony Smith omschrijft het dit concept als het collectief geheugen, religieuze geloofsovertuigingen en het voorvaderlijke thuisland (Smith, 1996). Dit is ook het geval voor de Koerden die in de regio’s van het zogenaamde Koerdistan leven; de natie-staten waarvan deze regio’s deel uitmaken doen er alles aan om deze separatistische ambities te onderdrukken. Turkije spant echter de kroon in het ontkennen van enige politieke, economische en culturele Koerdische autonomie of vrijheden. Maar ontwikkelingen in communicatie technologieën hebben een nieuwe vorm en praktijk van Koerdisch nationalisme teweeg gebracht die de territoriale culturele politiek van de Turkse staat uitdaagt. Martin Van Bruinessen stelt zelf: ‘The Kurdish nation is unlikely to have ever transformed, had its members never left Kurdistan’ (Van Bruinessen, 2000).

De Turkse staat heeft een geschiedenis van strenge controle over de geschreven media en een staatsmonopolie op broadcasting tot de jaren ’90. Rapportering over politiek gevoelige onderwerpen, zoals Koerdisch separatisme en staatsacties worden gewelddadig afgestraft in Turkije. Verdwijningen van journalisten en geweld tegen media organisaties vormen geen uitzonderingen. Sinds 2001 heeft de Turkse staat enkele wettelijke hervormingen en constitutionele amendementen doorgevoerd, voornamelijk in het kader van de onderhandelingen over Europees Turks lidmaatschap. Maar ondanks de toenemende openheid is het nog steeds moeilijk voor minderheden om gehoor te krijgen in het media circuit van Turkije. Koerdisch media activisme veranderde echter fundamenteel met de komst van de satelliet MED-TV. MED-TV is een transnationaal diasporisch project met een Koerdisch nationalistische agenda die opereerde buiten Turks territoria en die de regio’s die onder Koerdistan vallen en de Koerdische bevolking in de Mediterrane regio’s en over heel West-Europa bereikte. Turkije deed er echter alles aan om dit kanaal te verwijderen uit het media landschap. De Turkse pers kondigde een protestcampagne af door MED-TV af te beelden als een terroristisch project, aangezien het kanaal PKK activisten aan het woord laat. De toenmalige Turkse eerste minister onderhandelde meermaals met de regeringen van de landen waarin MED-TV zich gevestigd had en slaagde erin de MED-TV telkens te onderbreken en te verplaatsen. De Turkse rijkswacht en politie voerde zelfs aanvallen uit op huizen waarvan de antennes in de richting van het Intelsag signaal stonden dat MET-TV uitzend. Het kat en muis spel tussen de Turske regering en MED-TV en haar opvolgers eindige uiteindelijk wanneer de Turkse staat zich begon te realiseren dat ze de productie van Kurdisch-nationalistische televisie buiten Turkije niet kunnen controleren, laat staan verbieden. ‘We cannot prevent this through fines and bans because of the advances in the technology’. De vooruitgang van de communicatie technologie in de context van de huidige globalisatie wordt dus aangewezen als de voornaamste oorzaak. Med-TV werd opgevolgd door CTV met non-politieke programma’s en meer recentelijk, door Medya-TV. (Van Bruinessen, 2000) Östen Wahlbeck merkt hier wel bij op dat moderne communicatie technologieën duur zijn, vooral Koerdische vluchtelingen kunnen zich vaak niet meer veroorloven dan een radio, brief of telefoongesprek (Wahlbeck, 1998).

De gevolgen  van de satelliet televisie voor het Koerdisch nationalistische project zijn meervoudig. Vooreerst heeft het een enorme impact op de staatspolitiek. Politieke mobilisatie wordt meer publiek, flexibel en mobiel. Het draagt bij tot de opbouw van een Koerdische natie, onder andere ook door het promoten van een standaardisatie van Koerdische dialecten op de televisiekanalen. Het fungeert daarenboven als een publiek en transnationaal forum voor Koerdische leiders en intellectuelen, die openlijk over en voor de Koerden spreken wereldwijd. Lokale media praktijken promoten tot slot transnationaal media activisme. Het is de samenwerking tussen lokale, nationale en transnationale politieke niveaus, naast de opkomst van nieuwe media technologieën die de Koerdische satelliet televisie mogelijk hebben gemaakt.

Moderne communicatie technologieën, waaronder satelliet televisie, zullen zeer belangrijk blijven voor leden van de Koerdische diaspora om sterke identificaties met de gedeterrioraliseerde, virtuele Koerdische natie vast te houden en zelfs te versterken en te ijveren voor culturele en politieke rechten, aangezien regeringen het veel moeilijker hebben om proteststemmen tot in de kiem te smoren.

Elien Gillaerts

Geraadpleegde literatuur:
Curtis, A. (2005). Nationalism in the diaspora: a study of the Kurdish movement’. Geraadpleegd op 18 december 2008 op HYPERLINK “http://www.tamilnation.org/selfdetermination/nation/kurdish-diaspora.pdf”
Kosnick, K. (2008). Exit and Voice revisited: the challenge of migrant media. Research Group Transnationalism Werkdocument, 9. Frankfurt: Johann Wolfgang Goethe University.
Smith, A. (1996). The Resurgence of Nationalism? Myth and Memory in the Renewal of Nations. The British Journal of Sociology, 47 (4), 575-598.
Van Bruinessen, M. (2000). Transnational aspects of the Kurdish question. Firenze: Robert Schuman Centre for Advanced Studies.
Wahlbeck, O. (1998). Transnationalism and Diasporas: the Kurdish example. Montreal: International Sociological Association XIV World Congress of Sociology.

Mobilizing ethnic conflict: Kurdish separatism in Germany and the PKK. Alynna J. Lyon and Emek M. Uçarer

Dit artikel illustreert hoe de PKK (de Koerdische arbeiderspartij) voet aan wal zette in Duitsland en er zo in slaagde een internationale dimensie te geven aan het Koerdische conflict. Het toont aan hoe de PKK, via zijn aanwezigheid in een liberale democratie als Duitsland, de kansen had mensen te mobiliseren en collectief actie te voeren.

 

De Turkse autoriteiten voerden sinds lange tijd een assimilatie politiek tegenover de Koerdische bevolking. Vanzelfsprekend bleef Koerdisch verzet niet uit.  In 1984 begon de PKK, onder leiding van Abdullah Öcalan, aan een reeks van gewelddadige acties tegen de Turkse autoriteiten. Turkije reageerde met harde repressie. Bijgevolg vluchtten veel Koerden uit Turkije. Duitsland was met zijn democratisch regime voor veel Koerden een goede keuze, temeer omdat er reeds veel Koerden, als gastarbeiders, aanwezig waren.

 

Mede dankzij de technologische vooruitgang bleven Koerden in diaspora  contact houden met Koerden in Turkije. Eens in Duitsland werd het Koerdische nationalisme levendig gehouden via culturele en sociale organisaties. De PKK  slaagde erin via deze organisaties mensen te mobiliseren. Dat de PKK in Duitsland veel Koerden wist samen te brengen is volgens Eva Ostergaard-Nielsen (2000) ook vrij logisch. Hoe minder oppositie getolereerd wordt in het thuisland, hoe meer de tegenstand in het gastland zal floreren. Doordat de Turkse staat politieke partijen en andere organisaties onderdrukt en discrimineert, draagt zij bij tot de vorming van oppositiegroepen in diaspora, waar meer liberale vrijheden bestaan.

 

Deze liberale waarden in Europa gaven de PKK de mogelijkheid de media te bespelen: er werden Koerdische kranten gemaakt. In mei 1995 werd een Koerdisch televisienet opgericht: MED TV. Het tv-net werd verdedigd en geholpen door Westerse linkse media, door mensenrechtenactivisten en door politici. Het net identificeerde zich als de spreekbuis van een minderheid die individuele vrijheid en mensenrechten wilden promoten (Watts, 2004).

De kracht van audiovisuele media is natuurlijk veel groter dan die van geschreven pers. Hassanpour Amir (1998) schrijft dit toe aan het feit dat televisieprogramma’s en beelden in staat zijn veel sociale grenzen te overschrijden: ongeletterdheid, taal, leeftijd, geslacht en religie. Door de combinatie van beeld, geluid, en schrift is televisie het ideale medium om het gevoel van cultuur en identiteit te vergroten. Via sateliet bereikt MED TV Koerden in Iran, Irak, Turkije, Syria, Noord-Afrika, West-Azië en Europa. Zo bereikt de TV zender een transnationaal Koerdisch publiek.

 

Het hoofddoel van de PKK was de Duitse, en ook de Europese bevolking en autoriteiten meer informatie te verschaffen over de benarde situatie van de Koerden in Turkije. Via verschillende acties probeerde de PKK de Koerdische kwestie in Europa in de spotlight te plaatsen. In het begin hielden ze vooral bijeenkomsten en stakingen, soms collectief in verschillende Europese steden. Begin jaren ’90 begon de PKK een agressievere koers te varen.  Hun doelwitten waren Turkse bedrijven, en later ook  Turkse sport- en culturele organisaties.

Naarmate de acties van de PKK gewelddadiger werden, verhoogde ook de alertheid van de Duitse politie. Zo richtte de PKK na verloop van tijd zijn pijlen ook op de Duitse autoriteiten. De spanningen tussen beide partijen namen dan ook toe. In 1993 werd de PKK in Duitsland buiten de wet gesteld. Dit gebeurde nadat Koerden over het hele land Turkse ambassades, bedrijven en winkels hadden aangevallen. Men wou met deze actie de Duitse regering onder druk zetten zodat zij de rol van onderhandelaar op zich zouden nemen in de Turks-Koerdische kwestie. Dit was duidelijk een poging om indirect invloed te hebben op de politiek in Turkije.

De Duitse regering stond al langer onder Turkse druk omwille van zijn zachte aanpak van de PKK en de Koerden. Ook Turkse immigranten probeerden namelijk hun stempel op de Duitse politieke agenda te drukken. Naar de mening van Eva Ostergaard-Nielsen (2000) is de rol van media ook hierin zeer belangrijk. De Turkse media waren zeer kritisch over de tolerante houding van Westerse landen tegenover Koerdische bewegingen.

Na het bannen van de PKK stopte het geweld niet. Wanneer de Turkse regering het staakt-het-vuren van de PKK niet beantwoordde, dreigde Öcalan  ermee de bij Duitsers populaire vakantieoorden te attackeren in Turkije en waarschuwde hij voor rellen in Europa.

In 1996 veranderde de PKK van toon en strategie. Öcalan veroordeelde geweld. Na enkele onderhandelingen tussen Duitsland en Öcalan nam het geweld tegen Turkse doelwitten in Duitsland af. De Duitse staat verzwakte zijn standpunt, de PKK werd niet langer als een terroristische organisatie beschouwd, maar als een criminele organisatie. De druk op Duitsland, vanuit Turkije en vanuit internationale instanties bleef echter groot.

Wanneer Öcalan in februari 1999 gevangengenomen werd in Kenia en later ter dood veroordeeld werd,  lokte dit een golf van protest uit in Duitsland. Koerden kwamen overal op straat om te protesteren tegen de doodstraf van hun leider. Zo slaagden zij erin de Duitse minister van Buitenlandse Zaken  als onderhandelaar naar Turkije te sturen om de Turkse autoriteiten onder druk te zetten de doodstraf van Öcalan ongedaan te maken. Ook de Europese Commissie waarschuwde dat een uitvoering van de doodstraf op Öcalan de kansen tot toetreding tot de EU voor Turkije zeer klein zouden maken.

Koerden in diaspora hebben duidelijk de kansen die Westerse landen hen boden met beide handen genomen. Het recht op vrije meningsuiting  in Westerse landen liet hen toe niet alleen informatie te verspreiden in Europa, maar ook naar alle Koerden over de hele wereld. Het recht op vereniging liet hen toe zich te mobiliseren en op te komen voor de Koerdische zaak. Waar zij echter gewelddadige middelen gingen gebruiken, werden ze onmiddellijk de mond gesnoerd. De immigratie van Koerden naar Duitsland, duwde de Duitse autoriteiten indirect tussen twee vuren: het Koerdische en het Turkse.

 

Barbara Bracke

 

HASSANPOUR A. (1998) Satellite footprints as national borders: MED-TV and the extraterritoriality of state sovereignty, Journal of Muslim of Minority Affairs; Vol. 18 Issue 1, p53, 20p

 

WATTS F. N. (2004) Institutionalizing virtual Kurdistan west, transnational networks and ethnic contention in international affairs, Bounderies and Belonging, Migdal

 

OSTERGAARD-NIELSEN Eva (2000) Trans-State Loyalties and Politics of Turks and Kurds, The John Hopkins University Press

 

UCARER E.M, LYON J.L (2001) Mobilizing etnic conflict: Kurdish separatism in Germany and the PKK, Etnic and Racial Studies, Vol. 24 No.6, pp. 925 – 948