multimediaal


“Kurdistan, the Other Iraq”. Op de Amerikaanse zenders kon men in 2006 deze reclamespots zien, die de stabiliteit van het Irakese Koerdistan in het licht stellen.

Het doel is om (Amerikaanse en Britse) investeerders te lokken. De publicitaire campagne werd gelanceerd door de Koerdische administratie in het noorden van Irak en bevat een aantal reclamespots die vanaf juli 2006 op de Amerikaanse zenders te zien waren. Het contract tussen het Amerikaans mediabedrijf Russo, Marsh and Rogers (RM&R) en de Irakese regering loopt over verschillende jaren en voorziet een budget van miljoenen dollars. Één van de filmpjes begint met “Thank you America for democracy”. Men legt dan uit dat Koerdistan zeer tevreden is met de vrede en de veiligheid die dankzij Amerikanen verkregen werd. Een ander filmpje legt uit dat naast de soldaten van de coalitie, er reeds geëxperimenteerde veiligheidsorganisaties bestonden. De Arabieren, Koerden en Westerlingen kunnen er zo samen gezellig hun vakanties doorbrengen. In de derde spot leggen investeerders uit dat men hier niet enkel een vlieghaven helpt bouwen, maar ook democratie, dat men investeert in toekomst, hoop, dromen etc. De filmpjes willen aantonen dat commerciële en industriële groei bestaat in de regio, en dat geen enkele soldaat van de coalitie er gestorven is sinds het begin van de oorlog in Irak. Uiteraard bestaan dan ook Britse versies van deze reclamespots, waar de Koerden hun dankwoorden naar de Britten richten.

Have you seen the Other Iraq?

It’s spectacular.
It’s peaceful.
It’s joyful.
Fewer than two hundred US troops
are stationed here.
Arabs, Kurds and westerners all vacation together.

Welcome to Iraqi-Kurdistan!

The people of Iraqi-Kurdistan invite you to discover their peaceful region, a place that has practiced democracy for over a decade, a place where the universities, markets, cafes and fair grounds buzz with progress and prosperity and where the people are already sowing the seeds of a brighter future. (www.theotheriraq.com)

De situatie blijkt echter niet zo rooskleurig te zijn als in de reclamespots, maar ook in officiële discours wordt geschetst. Wanneer Amerika Irak binnenviel, stortte het regime van Sadam Hussein in elkaar. Na jaren repressie en menselijke drama’s opende zich een toekomst vol hoop voor de Irakese Koerden. Als men op het veld gaat merkt men echter dan de situatie moeilijk is, en dat de burgers kritisch zijn. Ze beschuldigen hun leiders ervan corrupt te zijn. Deze denken enkel aan macht en houden weinig rekening met de publieke opinie. Koerdistan is in Irak bijna een onafhankelijke staat. Het politieke leven wordt er gedomineerd door twee partijen, de Democratische Partij van Koerdistan van Massoud Barzani, en de Patriottische Unie van Koerdistan van Jalal Tabani. De twee partijen blijken alles te controleren en schakelen over tot geweld in hun drift naar macht en rijkdom.

Met beperkte  economische en sociale rechten kunnen de burgers moeilijk hun politieke rol spelen, en dus invloed uitoefenen op politieke beslissingen. In verschillende steden is toegang tot water en elektriciteit moeilijk, en bestaat watervervuiling dat tot ziektes kan leiden (zoals men afgelopen weken hebben gezien in Zimbabwe). Het budget van het Irakese Koerdistan is nochtans groot, o.a. door het regionale deel van de winsten op export van olie, maar dit geld wordt zelden gebruikt om onderontwikkeling weg te vegen. Er ontstaat een scheiding tussen de gewone burgers en de politieke elite. Beide partijen beweren voor het nationale goed te werken, maar de burgers zelf spreken over corruptie, patronagesystemen en favoritisme. De partijen, de clans en de families zijn zodanig verbonden dat het moeilijk wordt om het werkelijke politieke landschap te onderscheiden. Er bestaan wel wetten en instituties, maar de contradictie tussen de teksten en de werkelijkheid lijkt groot. En zo werd het enthousiasme van zelfbeschikking vervangen door neerslachtigheid …

 

www.theotheriraq.com

www.azady.nl/news.php?readmore=3127

www.cbsnews.com/stories/2007/02/16/60minutes/main2486679.shtml

http://nl.youtube.com/watch?v=MTLlEJGlC4U

 

 

Voices for freedom: Het belang van muziek in de Koerdische diaspora

In deze post wil ik aan de hand van twee filmpjes het belang dat door de Koerden aan muziek wordt gehecht illustreren. Muziek geeft het Koerdische volk de mogelijkheid om hun strijd naar erkenning en vrijheid op een aparte manier te verwoorden. Ook in de diaspora zetten Koerden hun muzikale traditie verder. Daar probeert men nieuwe kansen en mogelijkheden te benutten die in de landen van herkomst meestal moeilijk te verwezenlijken waren. Zoals de Koerdische diaspora een nieuwe dimensie heeft gegeven aan bijvoorbeeld de ontwikkeling van de geschreven Koerdische taal, de Koerdische literatuur (1), zo heeft ze ongetwijfeld ook de ontwikkeling van de Koerdische muziek positief beïnvloedt.

Muziek speelt al sinds oudsher een belangrijke rol in de Koerdische diaspora. Reeds in de 9de eeuw emigreerde Ziryab,* een groot Koerdisch zanger en dichter, uit het Koerdische Irak naar Spanje. In de emigratie richtte hij een muziekschool op en werd hij bekend omwille van een nieuw, uniek en invloedrijk muzikaal genre, de Klassieke Andalusische muziek. Het is algemeen aanvaard dat Ziryab hier de grondlegger van is geweest (2).

Tot op de dag van vandaag verlaten veel Koerdische artiesten – al dan niet gedwongen – hun vaderland om hun geluk te beproeven in de diaspora. Muziek draagt aldaar in grote mate bij tot een sterker Koerdische bewustzijn. Een bijdrage leveren tot dit bewustzijn wordt dan ook door veel Koerdische artiesten als een morele verplichting beschouwd. Ook de coryfee van de Koerdische muziek, Siwan Perwer, deelt deze mening (3). Oorspronkelijk zong hij in het Turks, waar hij overigens in Turkije tot verplicht was, maar op zijn 20ste besluit hij zijn Koerdische achtergrond niet langer op de achtergrond te laten in zijn liederen. Steeds meer begaan met het lot van de Koerden – vooral in zijn vaderland Turkije – gaat hij zich ten volle wijden aan de Koerdische belangen en sindsdien bezingt hij deze in het Koerdisch. Niet lang daarna werd hij verbannen uit Turkije en nu leeft hij al 32 jaar in ballingschap. In de diaspora heeft hij zijn positie en zijn verzet kunnen versterken. Hiermee vormt hij een mooi voorbeeld van het feit dat moderne communicatiemiddelen ervoor kunnen zorgen dat de “voice” en “exit” van de hedendaagse emigrant niet meer exclusieve keuzes hoeven te zijn maar perfect complementair kunnen zijn. (zie wetenschappelijk artikel van Elien) In de hoedanigheid van een protestzanger heeft hij steeds meer bekendheid verworven in de diaspora alsook in Turkije. In zijn liederen wilt hij protesteren tegen de uitsluiting van de Koerden in zijn geboorteland, Turkije, maar ook in de rest van de wereld. Hij is uitgegroeid tot hét symbool van de Koerdische diaspora: elke Koerd in de diaspora kent hem, heeft zelfs een cassette met zijn muziek, in elk ontmoetingcentrum hangt zijn foto (4).

In bovenstaand filmpje zien we hoe hij de Koerden samenbrengt op een concert in het Duitse Wüppertal.

Naast deze alom bekende, traditionele bijna “transnationale bard”, vinden de jongste jaren ook steeds meer jonge Koerden hun weg naar muziek. Met name Koerdische rappers schieten in West-Europa als paddenstoelen uit de grond. In Duitsland zijn rappers zoals Serhado en Azat ontzettend populair. Ook in Nederland is bijvoorbeeld Hozan Salayi, beter bekend als Ozie-N, vaak te zien op de Koerdische televisie en Koerdische feesten. Hoewel het Koerdische bewustzijn logischerwijze niet meer zo diep ingeworteld is als bij de eerste generatie van de Koerden in het buitenland, is er bij deze artiesten vaak ook nog een engagement merkbaar voor de Koerdische kwestie. Al geeft Ozie-N bijvoorbeeld toe dat hij liever swingende feestmuziek maakt, voornamelijk in het Engels zingt en zich op een carrière concentreert, toch ziet ook hij het als zijn ‘plicht’ om met zijn muziek bij te dragen aan de Koerdische kwestie. Zo zong hij in maart van dit jaar onder andere op de twintigjarige herdenking van Halabja in Delft (5). Deze jonge artiesten vinden bovendien steeds gemakkelijker hun weg naar de moderne communicatiemiddelen zoals het internet om hun muziek te promoten. Hun muziek wordt gekenmerkt door een opvallende mix van traditionele Koerdische muziek en Westerse muziekstijlen, voornamelijk hiphop en rap, zoals duidelijk blijkt dit tweede filmpje.

Het illustreert volgens mij voortreffelijk de dubbele cultuur van deze jongeren, ze stellen hun dagelijkse leefwereld alsook hun Koerdische achtergrond voor. Er zijn beelden te zien uit de regio Hewraman in ‘Koerdistan’ en van de straatcultuur van deze jongeren in het Westen. Er wordt gezongen in het Engels en in het Duits maar ook in het Soranî.**

We kunnen besluiten dat muziek een belangrijk medium is dat de Koerden zowel in als buiten de diaspora samenbrengt. Artiesten bezingen niet enkel de Koerdische culturele waarden, ook roepen zij in hun muziek zowel jong en oud op om belang te hechten aan hun Koerdische identiteit. Enkele jaren geleden op een Newruz-feestje*** in Berlijn zong een jonge Duits-Koerdische rapper de volgende woorden: “yek- do – sê- çar – Kurdî beje!” (één – twee – drie – vier – spreek Kurdisch! ). Via zijn muziek wou hij de Koerdische jeugd aansporen om in de diaspora de gemeenschappelijke moedertaal niet uit het oog te verliezen. (6)

*Onder deze bijnaam werd hij bekend, officieel heette hij “Abu l-Hasan /Ali Ibn Nafi” of in het Koerdisch “Zorab”.

** Het Soranî is een Koerdisch dialect dat in Iraans en Iraaks Koerdistan wordt gesproken door ongeveer zes miljoen mensen.

*** Newruz is het Koerdische/Iraanse Nieuwjaar dat gevierd wordt op 21 maart.

Bronnen:

(1) Website van het Koerdisch Instituut te Parijs, The Kurdisch diaspora, http://www.institutkurde.org/en/kurdorama/

(2) Kugay, K. (2007). The way of Kurdisch Music. http://findarticles.com/p/articles/mi_m1197/is_/ai_n19295994

(3) Tassier, M. Siwan Perwer zingt omdat het zijn plicht is. De standaard, 2004, 31 juli. http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=GSO7O5OE

(4) Dit is gebaseerd op Tassier, M. Siwan Perwer zingt omdat het zijn plicht is. De standaard, 2004, 31 juli. http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=GSO7O5OE, Danckaers, T. Muziek is de metgezel van elke Koerd. MO* 2006, 28 maart. http://www.mo.be/index.php?id=61&tx_uwnews_pi2[art_id]=462 en Vantyghem, P. Pleidooi om binnen te mogen. De standaard, 2000, 15 januari. http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=DST15012000_037&word

(5) Zozan, A. (2008). Ozie-N maakt liever swingende feestmuziek. (interview met Ozie-N) http://www.azady.nl/articles.php?article_id=536

(6) Christensen, D. (2007). Music in Kurdish Identity Formations. http://www.mcm.asso.fr/site02/music-w-islam/articles/ChristensenKurds-2007.pdf

Het videofragment van het Arabische televisienetwerk Al-Jazeera, toont het debat tussen de Koerdische schrijver, Shirzad Adel Al-Yazidi en de Jordaanse schrijver, Ibrahim Al-Alarsh op 9 oktober 2007.

De discussie behandelt de Koerdische Autonome Regio. Al-Yazidi weerlegt de claims van Koerdische afscheiding en, uit naam van het hele Koerdische volk, pleit hij voor een federaal systeem waarin Koerden en Arabieren in vreedzame coëxistentie samenleven. Met de val van de Iraakse dictator Sadam Hussein en de Ba’th republiek is er immers een einde kunnen komen aan het fascistische, gecentraliseerde en criminele regime. Hierop beschuldigt Al-Alarsh de Koerden ervan te collaboreren met Israël en met alle andere vijanden van Irak, zoals de Verenigde Staten. Hij spreekt van Zionistische infiltratie en het deporteren van Arabieren, Turken, Assyriërs en Yazidiërs. Bovendien nemen de Koerden Kirkuk en haar olierijke gronden in. Meer autonomie voor Koerden zou kortom leiden tot een opdeling van Irak, Syrië, Turkije en Irak en zou de implementatie van het Zionistische complot betekenen. Al-Yazidi wijst hen er echter op dat de Koerdische zaak reeds bestond voor Israël en dat hij ervan overtuigd is dat de Koerden geen enkele relaties onderhouden met Israël in tegenstelling tot andere Arabische landen. De gemoederen lopen hoog op en Al-Alarsh insinueert zelfs dat hij de Koerdische en Joodse genocide te ontkennen. Hij is er daarenboven van overtuigd dat het Ba’th regime het enige regime was in de regio die de Koerdische nationaliteit erkende en dat de Koerden van enige autonomie konden genieten. Maar wanneer Al-Yazidi verwijst naar de val van Sadam Hussein en zijn regime, kan het schelden pas beginnen.

Het internet is een tweede spectaculaire ontwikkeling binnen het media landschap van de Koerden. Het opent een bron van nieuwe mogelijkheden die verreikende gevolgen kunnen hebben. Zoals reeds werd aangehaald door mijn blogcollega’s is het aantal Koerdische websites extreem snel gegroeid de laatste jaren en de aard van informatie die ter beschikking wordt gesteld, is sterk uiteenlopend. Van Koerdische muziek, slideshows over de geschiedenis van Koerdistan, politieke propaganda tot het voorlezen van verbannen boeken. Het geeft ook een impuls aan de onwikkeling van een moderne standaardtaal (Van Bruinessen, 2000). Zoals het filmfragment aantoont, kunnen Koerden hun nationalistische programma en hun culturele en politieke eisen uitleggen en verdedigen. Het is een efficiënte manier om over de Koerdische kwestie te berichten aan zowat de hele wereld.

Toch brengt het internet enkele problemen met zich mee. Zoals het filmpje demonstreert kan het zeer polariserend werken. Het internet kent geen grenzen; elke mening kan men er op kwijt. Bovendien is het ook mogelijk om anoniem te blijven. Dit heeft tot gevolg dat het internet een wildgroei aan meningen bevat zonder enige consistentie of coherentie. Komt dit de Koerdische zaak wel ten goede? Hoewel er zowel uit de politieke, economische, culturele en nationalistische hoek stemmen komen die het Koerdische verhaal compleet maken, worden deze telkens weer blootgesteld aan kritiek en extreme opvattingen. Ter illustratie, onder elk Youtube filmpje is het mogelijk om je eigen “bescheiden” mening te geven. Onder bovenstaand fragment kan men dit lezen: ‘These Kurds I mean mountain rats are from Iran. But since they are traitors, they don’t want to admit their origin.’ Hoewel men individueel de waarde van zo’n uitspraken moet beoordelen, kunnen dergelijke extreme uitspraken, of zeg ik uitspattingen, gevolgen hebben en percepties van lezers veranderen.

Pluraliteit is per definitie aan te moedigen, maar het kan voor grote chaos zorgen. In het geval van de Koerdische diaspora en het verlangen om een ééngemaakt Koerdistan te vormen, lijkt het bovendien zeker belangrijk een coherente en consistente boodschap naar buiten te dragen. Hoewel dit misschien een mission impossible lijkt, ontbreken er toch enkele goed uitgebouwde en coherente websites of filmfragmenten over de Koerdische kwestie op het net die diverse boodschappen en Koerdische achtergronden expliciteren.

Hier steekt echter een nieuw probleem de kop op. Wie kan de gelegitimeerde samensteller zijn van dergelijke consistente informatie? In het filmpje claimt de Koerdische schrijver dit recht op, maar waarschijnlijk spreekt hij slechts voor een deel van de Koerdische gemeenschap, al gaat het maar om een geografisch verschil.

Meer nog dan de kritiek op Koerdische bijdragen op het web, dienen deze bijdragen zelf in vraag gesteld te worden en de mate waarin ze een consequent beeld van de Koerdische kwestie naar buiten brengen. Er dient wel rekening gehouden te worden met interne verschillen binnen de Koerdische diaspora. Hoewel het internet een uiterst belangrijke rol gespeeld heeft in de internationale gewaarwording van het Koerdische probleem, moet men echter de verwarrende en chaotische variëteit aan meningen stroomlijnen zodat een duidelijke boodschap naar buiten wordt gebracht.  Bovenal is het van belang dat het internet met de nodige kritische geest wordt bekeken.

Geraadpleegde literatuur:

Al Jazeera (9 okbtober 2007). Kurdish and Arab writers debate about Kurdistan, geraadpleegd op http://www.youtube.com/watch?v=afBaqY2m6aA op 19 december 2008.

Van Bruinessen, M. (2000). Transnational aspects of the Kurdish question. Firenze: Robert Schuman Centre for Advanced Studies.

Binevsa, B., 2006.  Traces, le peuple du paon (documentaire). Brussel: Michigan films.
http://www.youtube.com/watch?v=80QQfoRecRQ onder de naam documentary on the yezidi religion.
De documentaire is ook te verkrijgen bij het Koerdisch Instituut in Brussel: www.kurdishinstitute.be.

Bêrîvan Binevsa is een jonge, Koerdische regisseuse, geboren in Istanbul 1. In 1997 komt ze als politiek vluchteling naar België. Ze gaat film studeren aan het INRACI waar ze de kortfilm La mélodie du petit château maakt, die enkele prijzen wint. In 2006 maakt ze de documentaire Traces, le peuple du paon, die hier aan bod komt. Berivan is ook actief voor het Koerdisch Instituut in Brussel 2.

berivan

Hoewel de meeste Koerden Sunni of Alevi zijn, zijn er ook een heel aantal Yezidische Koerden 3.  Misschien had u daar, net als ik, nog nooit van gehoord: een goede reden om deze documentaire te bekijken en om deze post te lezen!

In Traces, le people du paon, gaat Bêrîvan Binevsa de Yezidische Koerden in Armenië bezoeken. Ze wil meer weten over deze etnische groep die de laatste vertegenwoordigers zijn van een van de oudste godsdiensten van Mesopotamië.

De Yezidi zijn met een ongeveer een half miljoen (maar gezien ze erg discreet zijn over hun religie, blijft dit aantal een gok), waarvan ongeveer de helft in Irak (in de buurt van Mosul) woont. Een 60 000-tal woont in Duitsland, 40 000 in Armenië en ongeveer 30 000 in Rusland. Sinds 1990 proberen steeds meer Yezidi naar West-Europa of Rusland te emigreren waar ze vaak hun gebruiken verliezen. De Yezidische gemeenschap wordt zo steeds kleiner.

De meesten Yezidi spreken Koerdisch (Kurmanji) en hun culturele gewoonten zijn herkenbaar Koerdisch. Ze worden dan ook door velen (o.a. door Binevsa) tot de Koerden gerekend.

Toch zijn de Yezidi outcasts. Al tijdens de 19de eeuw deed de druk van Ottomaanse, islamitische  volkeren hen voor ballingschap kiezen (vooral in de Sovjet-Unie, waar zij hun tradities wel mochten behouden) en ook binnen de Koerdische gemeenschap zijn de Yezidi niet populair 4. Hoewel enerzijds heel wat Yezidi zichzelf geen Koerden beschouwen 5, zijn anderzijds de Yezidi voor vele moslim-Koerden ook geen Koerden. Het probleem ligt voor de islamitische Koerden vooral bij het feit dat de Yezidi de duivel zouden aanbidden… Inderdaad… dit verdient wat meer uitleg!

De Yezidisme is zeer syncretisch en verenigt elementen van (Soefi-)Islam, Perzische (zeker Zoroastrianisme) en traditionele godsdiensten. Volgens de Yezidi werd de wereld geschapen door god en wordt ze nu geleid door 7 aartsengelen. De belangrijkste is Melek Tawus, de Pauw-engel en bij hem ligt ook de reden voor de slechte reputatie van de Yezidi. Voor de moslims is deze figuur namelijk ook gekend als Shaytan: de duivel.
Het ontstaansverhaal van Melek Tawus is in beide religies vrij gelijklopend in de zin dat god de engelen had geschapen en nadien Adam, waarna hij de engelen vroeg voor Adam te knielen. Melek Tawus weigerde. Voor de moslims verloor hij door deze keuze de genade van god, werd een gevallen engel en later de duivel. Voor de Yezidi daarentegen, was deze vraag een test van god en is Melek Tawus glansrijk geslaagd. Daarom is hij juist de leider van de aartsengelen en gods afgezant op aarde geworden.  Hij wordt voorgesteld als een pauw. Vandaar: het volk van de pauw.

Toch zien de moslims deze Melek Tawus-volgelingen als duivelaanbidders. Hierdoor werden zij doorheen de eeuwen zwaar onderdrukt en hard aangepakt door hun islamitische buren. Vooral tijdens het Ottomaanse rijk van de 18de en de eerste helft van de 19de eeuw werd de gemeenschap bijna uitgeroeid door de Ottomaanse Turken en de Moslim Koerden.
Bedoeling van de vervolging was het verplicht bekeren tot de Sunni Islam van het Turks Ottomaanse rijk. Binevsa laat verschillende oudere Yezidi aan het woord die nog veel slechte associaties met de islamitische Koerden en de Ottomaanse heersers hebben.

Door de intolerantie binnen het Ottomaanse rijk vluchten veel Yezidi aan het begin van de 19de eeuw naar Armenië. Maar na het uiteenvallen van de Sovjet Unie (na 1990) en het stijgende nationalisme dat volgde, voelen ze zich meer dan ooit heimatslos. Deze problematiek komt uitgebreid aan bod in deze documentaire. Sommige geïnterviewden beschouwen het tot nu toe onbestaande (er wordt gesproken over Turkije) Koerdistan als hun grondgebied waar ze opnieuw willen wonen, andere willen in Armenië blijven. Ze genieten daar immers voldoende vrijheid en zijn nu toch ingeburgerd. O.a. wordt aangehaald dat het kerkhof, dat een belangrijke religieuze en sociale rol speelt, niet achtergelaten kan worden. Het pro-Koerdistan antwoord is dat er nog veel meer generaties voorouders in Koerdistan begraven liggen.

Los van het informatieve gehalte van de documentaire,  is deze volgens mij ook interessant op een ander niveau. Namelijk het feit dat een jonge Koerdische vrouw haar weg naar West-Europa zoekt, filmschool volgt en vervolgens het medium van de documentaire inzet om een aspect van haar roots te exploreren en te delen met de rest van de wereld via docu-festivals en on-line toonmogelijkheden (zoals YouTube) 6. Hierdoor slaagt ze erin een heel ander publiek aan te spreken en sensibiliseren m.b.t. het bestaan en de problematiek van de Yezidi. Ook draagt ze bij aan de Koerdische eenheid, door de  Yezidische Koerd-zijn als uitgangspunt te nemen.

Ik kijk in elk geval uit naar meer werk van mevouw Binevsa!

  1. Cinemamed, 2006. Geraadpleegd op 20 december 2008 op  http://www.cinemamed.be/archives/Programme06/In%20het%20kort/inhetkort.html.
  2. www.kurdishinstitute.be
  3. De Ley, H., 2001. De Koerdische Yezidi’s. Centrum voor Islam in Europa. Geraapleegd op 20 december 2008 op http://www.flwi.ugent.be/cie/CIE/yezidi.htm; Van Bruinessen, M., 1998. The Kurds and Islam.  Les Annales de l’Autre Islam, No.5, pp. 13-35. Geraadpleegd op 20 december op http://www.let.uu.nl/~martin.vanbruinessen/personal/publications/ ; http://www.yeziditruth.org.
  4. Kanttekening: binnen het Yezidisme is er een grote bekommernis met religieuze zuiverheid. In de Wikipedia entry over de Yezidis kom ik het volgende tegen: ‘Too much contact with non-Yazidis is also considered polluting. In the past, Yazidis avoided military service which would have led them to live among Muslims, and were forbidden to share such items as cups or razors with outsiders.’
    Wat doet denken dat Binevsa’s voorbeeld aan de denigrerende behandeling van de Yezidische Koerden door de moslim Koerden misschien ook in een ander licht geïnterpreteerd kan worden. Ze haalt immers aan dat als een Yezidi om water kwam vragen, haar familie dit niet uit een glas gaf, maar in hun handen goot. Maar het is dus goed mogelijk dat dit voor de Yezidi ook de voorkeur wegdroeg… Deze bemerking wil geenszins afbruik doen aan de wandaden die de Yezidi te verduren kregen en die absoluut te veroordelen zijn.
  5. De interne verdeeldheid van het al dan niet Koerd-zijn van de Yezidi komt in de documentaire van Binevsa ruim aan bod. Een van de opinies is dat alle Koerden Yezidi zijn en dat de afgedwaalden wel weer bij zinnen zullen komen. Zie hierover ook Krikorian, O., 2004. Being Yezidi. Oneworld Multimedia. Geraadpleegd op 20 december 2008 op http://www.oneworld.am/journalism/articles/yezidi.html.
  6. Watts, N.F., 2004. Institutionalizing Virtual Kurdistan West. In ‘Boundaries and Belonging’, Migdal, J. (ed.), Cambridge: University Press; www.institutkurde.org.

yezidi

Filmpje op Youtube: EuroNews –No Comment: Bruxelles, Belgique

Dit fragment toont de rellen tussen Turken en Koerden in Sint-Joost-ten-Node op zondag 1 april 2007 na brand in een Koerdisch gemeenschapshuis. De brand had zich ‘s nachts voorgedaan en volgens de brandweer was er geen twijfel mogelijk dat hij was aangestoken. Toen dit nieuws bekend raakte onder de Koerdische gemeenschap ontstond er protest, vooral omdat het niet de eerste keer was dat zulke feiten zich voordeden. Ze hielden een sit-in voor het uitgebrande lokaal, dit is ook op de beelden te zien. Ze waren er van overtuigd dat de daders Turken waren en dat het ging om een politieke actie en niet om banaal vandalisme. Deze protestactie was niet naar de zin van een 400-tal Turkse jongeren, die deze sit-in als een provocatie zagen. Het kwam tot rellen, de politie moest zich tussen de twee groepen opstellen om een confrontatie te vermijden. Door de toenemende agressie, vooral van Turkse zijde, die luidkeels anti-PKK slogans bleven scanderen, moest zelfs het waterkanon worden ingezet.

 

De beelden spreken voor zich. Dit gaat niet om een historisch conflict dat passief aanwezig is onder deze bevolkingsgroepen. Bij de minste provocatie kan het vuur al in de pan slaan. Volgens de extreem-nationalistische Turkse beweging bestaat er geen Koerdische minderheid in Turkije. Het gaat om een marxistisch geïnspireerde, terroristische afscheidingsbeweging die actief is onder de leiding van Abdullah Ocalan, zijnde de PKK. Alle Koerden worden in deze visie dan ook afgeschilderd als extreem linkse PKK’ers.

 

Als we de beelden van dichtbij bekijken zien we duidelijke gelijkenissen met de beelden van Palestijnse jonge mannen die zich verzetten tegen de Israëlische bezetter, met het enige verschil dat de Palestijnen elke dag met het conflict worden geconfronteerd, en dat zij in hun directe verleden mensen uit hun omgeving aan deze oorlog verloren zijn. Ergens is het dus verrassend zoveel woede aan te treffen bij jongeren waarvan het grootste deel niet eens in Turkije geboren is en zich nog nooit in een reële conflictsituatie hebben begevonden. Een groot deel is waarschijnlijk te verklaren door de opvoeding die deze jongens genoten hebben. Als het met de paplepel wordt bijgebracht dat elke aanval op de Turkse Staat als een aanval op je persoonlijke eer moet worden geïnterpreteerd, dan spreekt het voor zich dat er nogal fel wordt gereageerd. Hierbij mag ook niet worden vergeten dat iedere Turkse man die zijn nationaliteit wil behouden op een bepaalde leeftijd zijn legerdienst moet volbrengen, en de mogelijkheid bestaat dat ze in Koerdische gebieden worden geplaatst. Dit brengt het conflict meteen een stukje dichterbij.

 

Als voorbereidend werk voor deze blog zijn wij gaan praten met Derwich Ferho de directeur van het Koerdische Instituut van Brussel. Het was meteen merkbaar hoe diep geworteld dit conflict wel zit. Het instituut is ook al meerdere keren het doelwit geweest van Turks geweld. Ferho spreekt van zeven aanslagen in het totaal. Dit geweld loopt vaak parallel met gebeurtenissen in Turkije maar volgens Ferho ligt het ook voor een stuk aan de haatdragende discours binnen de Turkse moskees in België. Het gaat hier volgens hem wel om een minderheid. Het grootste deel van de Turkse gemeenschap is niet echt op de hoogte van wat er allemaal gebeurt maar hyper-nationalistische groeperingen zoals de Grijze Wolven of Islamo-Turkse nationalisten proberen heel bewust elk Koerdisch initiatief te kelderen. Dit kan soms heel ver gaan. Door de activiteiten voor de Koerdische zaak van Derwich Ferho en zijn broer Medeni, die actief is op de Koerdische ROJ-TV in Denderleeuw, zijn hun ouders in Turks-Koerdistan vermoord geweest hoogstwaarschijnlijk door Turkse autoriteiten, alhoewel zij dit zelf nooit hebben toegegeven.

 

Langs Koerdische zijde bestaat de al dan niet reële angst dat extreem-nationalistische Turkse bewegingen zich tot doel stellen om bepaalde Belgische gemeentes om te vormen  tot wat Dogan Ozguden (zie Paarden van Troje) “Turkish Towns” noemt. Het zou de bedoeling zijn Koerdische en Armeense minderheden door middel van bijvoorbeeld criminele brandstichtingen te verjagen. Hier zal natuurlijk ergens wel een grond van waarheid in zitten, maar het mes snijdt altijd langs twee kanten. De PKK is niet enkel een uitvloeisel van een op hol geslagen Turks-nationalistische fantasie, het is een bestaande en zelfs actieve organisatie, die reeds aanslagen heeft gepleegd en die naast militairen ook burgers heeft omgebracht. Alles hangt van het perspectief af, volgens Ferho is het PKK helemaal geen terroristische organisatie. Hij ziet het als een bevrijdingsorganisatie die enkel militaire doelwitten heeft. Hij draait de kwestie om en definieert eerder de Turkse Staat als terroristisch.

 

Beide visies zullen wel ergens gelijk hebben. Het blijft een complexe kwestie, maar het staat zeker vast dat dit conflict zijn eindpunt nog niet heeft bereikt. De gemoederen blijven hoog oplopen, niet enkel in Turkije maar ook hier in België, waar dit buitenlandse conflict duidelijk zijn verlengstuk gekregen heeft.

McKiernan Kevin, The Kurds: a people in search of their homeland: http://nl.youtube.com/watch?v=5gGXVx_tL24

 

Kevin McKiernan is een Amerikaans fotograaf en documentairemaker. Hij maakte kennis met de Koerdische problematiek toen hij Irak tijdens de Eerste Golfoorlog in ’91 voor het eerst bezocht. Door ons door zijn lens te laten meekijken beschrijft hij de evolutie van de situatie van de Koerden in Irak en hun verhouding tot Irak, de Verenigde Staten en Turkije.

De Verenigde Staten hebben al heel lang een zeer dubbelzinnige houding ten opzichte van Irak, Sadam Hussein en de Iraakse Koerden. In 1988 voerde Sadam Hussein een chemische aanslag (in het kader van de Anfalcampagne) uit op de Koerden, waarbij minstens 5000 Koerden de dood vonden. Na de aanslag smeekten de Koerden om internationale acties tegen Irak en Saddam Hussein. De Senaat van de Verenigde Staten stelde handelssancties voor, maar deze werden door de Bush-Reagan administratie geblokkeerd. Bagdad kreeg zelfs een maand later een hoop financiële steun zowel van de Amerikanen als de Britten. (Romano, 2006)

Na de aanslagen op de Twin Towers in 2001 riep Rumsfeld de hulp in van de Koerden. De Amerikaanse regering plande een regimewissel in Irak. Als een van de redenen voor de inval gaven de Amerikanen onder andere de gasaanval van Saddam Hussein op de Koerden in 1988 op. De Koerden waren bijgevolg zeer pro oorlog, en namen de kans om mee te werken aan de oorlog met beide handen. De Koerden zagen dit ook als een mogelijkheid om zich als enige betrouwbare Amerikaanse bondgenoot uit het het Midden Oosten te profileren, temeer omdat het Turkse parlement (een andere Amerikaanse bondgenoot) weigerde de Amerikaanse troepen via Turkije doorgang te geven naar Irak (Romano, 2006).  De Amerikanen zouden de Koerdische Autonome regio als een uitvalsbasis gebruiken, die al sinds 1992 enige vorm van autonomie kende.

In 2003 vallen de Verenigde Staten Irak binnen, maar het scenario is volgens McKiernan uiteindelijk volledig anders dan eerst gepland. In de periode voor de Amerikaanse inval wordt de Koerdische regio namelijk geteisterd door bomaanslagen, gepleegd door Koerdische islamfundamentalisten, Ansar Al Islam. Deze groepering zou steun gekregen hebben van de Iraakse en Iraanse regering om de Koerdische autonome regio te destabiliseren (Romano, 2006). De Koerden smeekten de Amerikanen in te grijpen. Volgens McKiernan deden de Amerikanen dat niet.  Dit wordt echter tegengesproken door David Romano (2006). Volgens hem wachtten de Koerden na 9/11 met opzet om de Ansar Al-Islam te vernietigen zodat ze zich achter de Amerikaanse ‘War on terror’ konden scharen en zo Amerikaanse steun zouden verkrijgen. De Amerikanen hielpen volgens Romano (2006) uiteindelijk wel bij het neerslaan van de Ansar Al-Islam.

Na de Amerikaanse inval, bleek de Koerdische Autonome Regio al gauw de plaats in Irak waar het enigsinds veilig was. Het succes van de Iraakse Koerden wekte echter afgunst op bij de andere Koerden. De nieuwe uitzonderlijke situatie zorgde ook voor een verhoogde strijdbaarheid bij de Koerdische Turken. Vele Turkse Koerden verhuisden echter ook naar de Koerdische Autonome regio omdat ze er zich veilig waanden. Zo gebeurde het ook dat de PKK een vaste voet aan wal zette in Irak.

Dit was echter olie op het vuur en zorgde voor extra problemen. De aanwezigheid van de PKK en Turkse Koerden in de Iraakse autonome regio werd door de Turkse overheid als zeer problematisch aanzien. Turkije besloot dan ook actie te ondernemen en de Iraakse autonome regio binnen te vallen, na toestemming te hebben gekregen van Condoleeza Rice, Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken. Dit is zeer gevaarlijk voor de fragiele democratie en voor de eenheid tussen de Koerden. Reeds na de Amerikaanse inval in Irak groeide ook de rivaliteit en de vijandigheden tussen de Turkse en Iraakse Koerden. Nadat Turkije de Koerdische Autonome regio binnenviel, werden de spanningen nog groter.

Ook de Amerikaanse regering zat met problemen ten aanzien van de Koerdisch-Turkse vijandigheden. Beide partijen, Turkije en de Koerden,  zijn namelijk Amerika’s grootste bondgenoten in het Midden Oosten. Enerzijds is Turkije  een belangrijke NAVO bondgenoot en een zeer belangrijke moslimstaat uit de Regio. De militaire bases in Turkije zijn ook van fundamenteel belang voor de Amerikaanse militaire aanwezigheid in het Midden Oosten. De Koerden anderzijds, zijn zeer pro-Amerikaans, in vergelijking met andere volkeren uit het Midden Oosten (Economist, 2006, 16/12). Een andere reden waarom de Amerikanen de Koerden niet willen of kunnen laten vallen, is omdat zij de steun van de Koerdische gemeenschap hard kunnen gebruiken in de strijd tegen het Iraanse theocratische regime van Ahmadinejad, president van Iran (Romano, 2006).

Aan de Amerikaanse inval waren er echter ook positieve kanten voor de Koerden: de economie leefde op, en er was een grotere veiligheid in de Koerdische regio dan in andere regio’s in Irak. Deze veiligheid wil de Koerdische Regionale Regering beklemtonen om het toerisme in de regio aan te wakkeren. De Koerdische minister van Toerisme, Nimrud Baito, wil zowel religieuze toeristen als liefhebbers van skiën en archeologie aantrekken. (Montague, 2007) Zoals McKiernan (2006) het een beetje vreemd verwoordt, Koerdistan is “a Switzerland like place in the Middle East”.

Desondanks blijft de situatie van de Koerden toch vrij precair: Hun buren zijn niet meteen hun beste vrienden en ook tussen de Koerden onderling botert het niet steeds even goed. De politici van de Koerdische autonome regio proberen nu voornamelijk de geboekte vooruitgang te stabiliseren en proberen, om de buurlanden en internationale gemeenschap te vriend te houden, hun eisen gematigd te houden.

 Ondanks het feit dat ze zeer Pro-Amerikaans zijn, Arabieren beschrijven ze vaak als Zionisten omdat ze aanhangers zijn van de Westerse waarden, is de liefde blijkbaar niet altijd wederzijds, en worden ze soms in de steek gelaten. Het is zoals McKiernan het beschrijft:  de enige vriend van de Koerden zijn de bergen.

 

Barbara Bracke

 

ROMANO (2006) The Kurdisch Nationalist Movement, Opportunity, mobilization and identity, Cambridge University Press

 

“America between the Turks and Kurds” (2006-12-16) Economist, Vol. 381, Issue 8508

  

MONTAGUE J. (2007) Beyond the Green Zone, New statesman [1364-7431], vol:136 iss:4835 pg:54

 

McKiernan K (2006), The Kurds: A People in Search of their Homeland, geraadpleegd op http://nl.youtube.com/watch?v=5gGXVx_tL24 op 18/12/2008