van Bruinessen, M., 1989. The ethnic identity of the Kurds, in: Ethnic groups in the Republic of Turkey, compiled and edited by Peter Alford Andrews with Rüdiger Benninghaus [=Beihefte zum Tübinger Atlas des Vorderen Orients, Reihe B, Nr.60]. Wiesbaden: Dr. Ludwich Reichert, pp. 613-21. Geraadpleegd op 15 december 2008 op http://www.let.uu.nl/~martin.vanbruinessen/personal/publications.

Prof. M. van Bruinessen

Prof. M. van Bruinessen

Op 3 december 2008 gaf Prof. Martin van Bruinessen in het kader van een lezingenreeks  “Turkish and Kurdish nationalisms and politcal islam in Turkey” (georganiseerd door MENARG in Gent) een gastlezing met als onderwerp de strijd over de etnische identiteit van de Turkse Koerden. Hij gebruikte daarin de gevleugelde woorden ‘scratch a Turk’ om aan te geven dat de meerderheid van de Turken onder hun Turkse ‘bovenlaag’ eigenlijk wel ergens een etnisch andere (Armeense, Koerdische…) grootouder of overgrootouder heeft.

Nu blijkt het krabben van Koerden minstens even interessant! De meesten Koerden hebben wel het gevoel tot een aparte etnische groep te behoren, maar waar de grenzen van deze groep liggen en wat die etnische identiteit precies vormt, ligt verre van vast.

Al in 1989 wijdde prof. van Bruinessen een artikel aan de Koerdische etnische identiteit in Turkije: The Ethnic Identity of the Kurds in Turkey. In 2000 werd het in een andere context  herprint. De vraag blijft immers actueel: wie is er Koerd? We bekijken de vraag vanuit de Turkse situatie.

De brede definitie van Koerd-zijn die Martin van Bruinessen in dit artikel hanteert is de volgende: Koerden zijn alle moedertaalsprekers van (dialecten van) de Iraanse talen Koermanji of Zaza en alle Turks-taligen die zeggen af te stammen van Kurmanji of Zaza-sprekers en die zichzelf Koerden beschouwen. Maar heel wat mensen zouden met deze definitie geen genoegen kunnen nemen, omdat ze haar te eng of te breed vinden. Laat ons kijken naar welke elementen er allemaal kunnen meespelen in het Koerd-zijn in Turkije.

1.    Taal
Het spreken van Kurmanji, Zaza of aanverwante dialecten wordt door velen als een van de pijlers van het Koerd-zijn beschouwd. Toch is dit niet zo evident. Ten eerste zijn deze talen, hoewel ze beide Iraanse talen zijn, zeer verschillend en onderling niet zo maar begrijpbaar. Hoewel de meeste Zaza wel wat Kurmanji spreken, is dat omgekeerd zeker niet het geval. Wat natuurlijk communicatie problemen met zich meebrengt en bijvoorbeeld ook tot gevolg had dat de communicatie binnen de Koerdisch Nationalistische Beweging initieel in het Turks gebeurde. Een tweede probleem met de eis ‘Koerdisch’ te spreken om Koerd te kunnen zijn, is dat er heel wat afstammelingen zijn, die zich Koerd voelen, maar de taal niet machtig zijn. Denken we aan diaspora Koerden, die wel erg actief zijn voor de Koerdische zaak, maar daarom niet per se Koerdisch spreken.

2.    Religie
Religie is een ander criterium dat door verschillende groepen wordt aangegrepen om Koerden van niet-Koerden te onderscheiden, maar dat zelfs nog onduidelijker is dan het taal-criterium. De meerderheid van de Koerden zijn Sunni van de Shafi’i mezhep (rechtsschool) (de meeste Turken volgen de Hanefi mezhep; en vragen naar iemands mezhep is dan ook een voorzichtige manier om te achterhalen of hij Turk of Koerd is). De tweede grootste groep zijn Alevi moslims. De Alevi’s drinken af en toe alcohol en de man-vrouw relaties zijn wat gelijkmatiger verdeeld, wat de striktere Sunni’s niet kunnen aanvaarden. Verder zijn er ook kleine groepen Yezidi en is er een aanzienlijk aantal Shiitische moslims. Helaas weigeren veel Shafi’i Koerden, Alevi en Yezidi als Koerden te erkennen. In de jaren ‘70 slaagde te Koerdische Nationale Beweging er tijdelijk in meer samenhorigheid tussen de verschillende religieuze groepen te creëren, maar door economische en politieke ontwikkelingen is de spanning tussen vooral de Sunni’s en Alevi’s vanaf de jaren 80 weer erg gestegen en wordt religie weer als een erg belangrijk symbool van identiteit beschouwd.

3.    Koerdische stammen
De ‘wildcard’ van het Koerd-zijn wordt blijkbaar geleverd door het afstammen van een van de grote Koerdische families. Zelfs als je geen Koerdisch spreekt en je jezelf niet eens als Koerdisch beschouwt, maakt de bloedband met deze oude Koerdische stammen je sowieso Koerd voor het leven.

4.    Secondaire symbolen
Klederdracht, typische gerechten, muziek… worden ook als typisch Koerdisch beschouwd, maar blijken vaak meer regionaal bepaald dan echt Koerdisch.

We kunnen dus stellen dat er geen eenduidige etnische grens tussen Koerden en niet-Koerden bestaat, maar dat het eerder gaat over etnische (zelf-) definiëring. De geschiedenis bevestigt dit met vele verhalen van individuen en hele groepen die overstappen van ‘etnische aanhorigheid’ meestal gedreven door eigen politieke en economische motieven, maar natuurlijk gebeurde een dergelijke overstap vaak ook onder dwang…

Vanaf het ontstaan van de Turkse republiek, voerde die immers een radicale nationaliseringscampagne door1. Etnische diversiteit werd gezien als een gevaar voor de zuiverheid van de staat en de Koerden, die de grootste niet-Turkse groep op het grondgebied waren, werden (en worden) beschouwd als een groot probleem. Bij gevolg kregen de Koerden allemaal een stempel ‘Turk’ op hun voorhoofd gedrukt. Alle Koerdische-talige en culturele uitdrukkingen werden verboden en eigennamen en plaatsnamen werden ver-turkst. Om het verturkingsproces nog wat te bespoedigen werden er grootschalige verhuisacties ondernomen waarbij Koerden en andere etnische groepen zich verplicht elders moesten vestigen. Ook werd er een nieuwe, historische doctrine in het leven geroepen die uitlegde dat de Koerden eigenlijk altijd Turken waren geweest, maar dat ze door een historische ongelukje hun taal waren kwijtgeraakt…

Toch bleek dit nieuwe Turk-schap voor velen maar een fineerlaagje en vanaf de jaren ’70 komt er dan ook een grootschalige Koerdische revival op gang. Men gaat de Koerdische symbolen als klederdracht, muziek, Newroz (het Koerdische nieuwjaar) en natuurlijk de taal weer bovenhalen. Helaas worden deze ontwikkelingen sinds de militaire overname in 1980 weer krachtig de kop ingedrukt.

Tot de dag van vandaag zien we de strijd voor de erkenning van Koerdische rechten nog steeds  onverminderd doorgaan. De diaspora Koerden hebben een grote inbreng en voor velen is het zelfs: ‘Cool to be a Kurd!’. Ook de vele nieuwe wapens van de 21ste eeuw: internet, satelliettelevisie, vergrote burgerparticipatie in de politiek e.d. bewijzen hun kracht. Dus… de strijd gaat door!

1.  Romano, D., 2006. The Kurdisch Nationalist Movement, Opportunity, mobilization and identity. Cambridge: University Press; Van Bruinessen, M., 1999. The nature and uses of violence in the Kurdish conflict. Paper presented at the International colloquium “Ethnic construction and political violence”, organised by the Fondazione Giangiacomo Feltrinelli. Cortona. Geraadpleegd op 15 december 2008 op http://www.let.uu.nl/~martin.vanbruinessen/personal/publications.