Bespreking van het populaire artikel: België wil Koerdische tv monddood maken, Katy Rijnders

Moderne communicatie technologieën, waaronder satelliettelevisie, hebben een grote impuls gegeven aan het transnationaal activisme van diaspora gemeenschappen. Zo heeft de opkomst van de satelliettelevisie bij de Koerden een transnationaal forum doen ontstaan dat politieke mobilisatie meer publiek maakt en de eis van politieke en culturele rechten en de opbouw van een Koerdische natie nastreeft. Nieuwe media maken het de oorspronkelijke natie-staten bovendien moeilijker om proteststemmen te onderdrukken. Toch slagen laatstgenoemde via lokale, nationale en internationale kanalen erin de transnationale strijd van dergelijke minderheden te belemmeren.

De oprichting van de Koerdische satellietzender MED-TV in 1995 bleek een groot succes. Het bereikte miljoenen Koerden wereldwijd en was een belangrijke bron van alternatieve informatie voor diegenen die de Turkse officiële media wantrouwde (Van Bruinessen, 2000). Video cassettes van programma’s van de MED-TV werden rondgestuurd binnen de Koerdische gemeenschappen. Ook de live discussies in de studio met studiogasten van over de hele wereld werden belangrijke media om de Koerdische boodschap transnationaal uit te dragen. Maar Turkije deed echter alles wat in zijn macht lag om MED-TV te verhinderen. En de uitzending van emotionele studiogasten die ondubbelzinnig opriepen tot geweld in het kader van de arrestatie van PKK leider Öcalan, was dan ook het uitgelezen moment voor Turkije om tussen te komen. Als gevolg maakte de Independent Television Commission een einde aan de MED-TV licentie. Volgens Koerden-expert Martin Van Bruinessen kwam het initiatief voor MED-TV wel van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK), maar deed het veel moeite om meer pluralistische visies weer te geven. Koerden met allerlei achtergronden gaven opinies weer op MED-TV die opmerkelijk verschilden van de partijlijn. MED-TV afdoen als een crimineel bastion vindt hij dan ook voorbarig en ongefundeerd. De meest recentelijke opvolging is het Koerdische Roj TV uit Denemarken, dat ook studio’s en kantoren heeft in het Belgische Denderleeuw (Van Bruinessen, 2000).

De Turkse regering bleef druk uitoefenen op de landen waar de Koerdische televisie was gehuisvest. Zo ondernam de Belgische politie in 1996, gebaseerd op Turkse informatie, een razzia op het Koerdische productiehuis, de televisie en het Koerdische parlement in ballingschap en confisceerde alle computers en video materiaal en documentatie om bewijsmateriaal te vinden over illegale financiële transacties, drugssmokkel en kinderhandel. Deze inval leidde tot een groots opgezette rechtszaak die maar liefs twaalf jaar duurde. Het artikel ‘België wil Koerdische tv monddood maken’ in het tijdschrift van  het Koerdisch Instituut betoogt dat de Belgische overheid sinds begin dit jaar met een nieuw politiek manoeuvre de Koerdische tv de mond wil snoeren, nu via fiscale weg. In september 2007 werd beslist dat de zaak ten gronde was verjaard en dat de inbeslagnames op de activa, geld dat via een tussenpersoon op banken werd geplaatst in Luxemburg en Zwisterland, diende te worden opgegeven. De beschuldigingen van illegale transacties, drugssmokkel, kinderhandel, wapenhandel, afpersing etc. werden teniet verklaard wegens het tekort aan bewijsmateriaal. Wederom werd de oorzaak van de beschuldigingen gelegd in de relatie met de PKK die alles zou financieren. Ook hier schoot de bewijslast tekort. Meer zelfs, de verdediging kon bewijzen dat politiemensen beloften maakten aan Koerden, die in ruil voor foutieve verklaringen tegen de Koerdische televisie en andere instituties, een bespoedigde verblijfsvergunning verkregen.

Recentelijk zou de Belgische overheid het fiscale pad bewandelen. De Bijzondere Belastinginspectie zet NV Roj onder druk door een onderzoek naar de belastingtoestand van de zender, een boete wegens belastingontduiking en het beslag leggen op bankrekeningen van Roj. Telkens uit de overtuiging dat Roj televisie een spreekbuis is van de PKK. Wederom wijst het Koerdische instituut in de richting van de Turkse regering, die België onder druk zou zetten om Roj tv zo snel mogelijk failliet te doen gaan en de mond te snoeren.

Ook Belgische politici zijn betrokken bij de zaak. Geert Lambert stelt dat er een vermoeden is dat de Belgische fiscus in opdracht van buiten-en binnenlandse veiligheidsdiensten zou handelen. Zo sprak hij in Senaat op 10 april 2008: “Ik wil de diensten van Financiën er niet lichthartig van beschuldigen dat ze zich voor de kar laten spannen van buitenlandse en binnenlandse veiligheidsdiensten, maar er zijn aanwijzingen dat dit wel degelijk het geval is. Zo bracht Frank Urbancic, de adjunct-coördinator van de antiterrorismedienst van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, voor enkele maanden een bezoek aan België waarover in de pers niets werd bericht… volgens Urbancic is Roj TV de voorhoede van de terroristische activiteiten en de propaganda-arm van de PKK”.

Hoewel de moderne technologie nieuwe mogelijkheden biedt om de Koerdische kwestie aan te kaarten in de internationale gemeenschap, hebben de Koerden nog steeds te kampen met tegenwind van regeringen, zowel in het binnen- als in het buitenland.

Geraadpleegde literatuur:

Rijnders, K. (2008). België wil Koerdische tv monddood maken. Tweemaandelijks tijdschrift van het Koerdisch Instituut, 43 (8), 10-12.

Van Bruinessen, M. (2000). Transnational aspects of the Kurdish question. Firenze: Robert Schuman Centre for Advanced Studies.

Belgische senaat Annales. (2008) Demande d’explications de M. Geert Lambert au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes institutionnelles sur «les missions de l’Inspection spéciale des impôts». Geraadpleegd op 15 december HYPERLINK http://www.senate.be/www/?MIval=/publications/viewPubDoc&TID=67110588&LANG=.