Bespreking van populair artikel Kurdistan unbound, Christopher Farah

Ondanks het feit dat de twee miljoen Syrische Koerden de grootste etnische minderheid vormen van Syrië, worden ze door de Syrische autoriteiten niet als een minderheid erkend. Het Syrische staatsburgerschap wordt hun doorgaans onthouden. Hieruit volgt dat zij vaak het slachtoffer zijn van discriminatie. Zoals bovendien blijkt uit verscheidene onderzoeken van Amnesty International worden hun rechten stelselmatig geschonden (1). Met protestacties in het Koerdische deel van Syrië, wordt dan ook gewoonlijk snel komaf gemaakt. De opstandelingen, worden (vaak) letterlijk en figuurlijk monddood gemaakt.

In zijn artikel bespreekt Farah hoe Koerdische supporters na een voetbalmatch slaags raken met Arabische supporters. Deze krijgen met de hulp van de Syrische politie de Koerden snel klein. Er vallen 30 doden. Later krijgt het conflict een vervolg in de vorm van wekenlange protestacties in andere Koerdische gebieden. Intussen heeft het ook zijn intrede gevonden op internationaal niveau hoofdzakelijk door toedoen van het medium internet. De grote toename in Koerdische websites, waarop de gebeurtenissen als het ware ‘live’ te volgen waren, zorgde er volgens Nijyar Shemdin – de vertegenwoordiger van het Kurdistan Regional Government in de VS – voor dat “Koerden over de hele wereld de situatie volgden op het internet en hun ongenoegen uitten door te betogen voor ambassades”(2).

We zien dus dat het internet de Koerden over de hele wereld verenigd. Op dit medium werd het conflict eerst in een virtuele versie vertaald, waarna het ook getransformeerd werd in reëel verzet. Met andere woorden: het internet vergroot zowel de mogelijkheden aan de Koerden in “Koerdistan” als de gebieden buiten “Koerdistan”. Daar waar de Koerden ter plaatse informatie naar de buitenwereld zullen toesturen, zullen de Koerden in de diaspora hun strijd wereldwijd kenbaar maken en zo nodig ook aanvullen: samen kunnen ze door middel van het moderne medium strijden voor hun gemeenschappelijke belang, ieder zijn eigen mogelijkheden benuttend. Het internet verenigt de Koerden over het de wereld en maakt bovendien hun strijd beslist zichtbaarder op het internationale forum.

Hieraan zijn volgens de auteur ook enkele neveneffecten aan verbonden. Het internet, zo merkt hij op, wordt immers niet enkel als informatiebron over belangrijke (hedendaagse) gebeurtenissen gebruikt. Bijkomend bieden veel Koerdische websites de surfers ook een soort van “virtueel land” aan. De creatie van deze utopie wendt hun aandacht af van het oorspronkelijke streven naar een onafhankelijk Koerdistan. Zo merkt de oprichter van KurdTeens (een site voor jonge Koerden) Bryar Fattah, bijvoorbeeld op “We sometimes feel like each website is like a city from the Kurdish cities. Our virtual Koerdistan is not on the ground. It’s in our minds.”(3) Het wendt hun niet alleen af van de realiteit, het internet biedt hen ook de mogelijkheid om allerlei, vaak tegenstrijdige inzichten, te bediscussiëren. Deze tegenstrijdige ideeën zijn het natuurlijk gevolg de verschillende achtergrondsituaties en ervaringen die Koerden in de diaspora hebben. Ze zijn afkomstig van verschillende landen, ze zijn in verschillende landen terechtgekomen, men heeft verschillende belangen, die mede afhankelijk worden gemaakt van de uiteenlopende relaties die bepaalde landen hebben met de plaatselijke overheden in de Koerdische gebieden. Dit leidt soms tot tegenstrijdige ideeën over een mogelijke Koerdische staat. In een aanverwant artikel schrijft Denise Natali hierover “The asymmetrical nature of transnational networks has further constrained the possibilities of Kurdish statehood.” (4).

Farah stelt dat het internet langs de ene kant samenbrengt en democratiseert maar langs de andere kant ook de verschillen in de verschillende diaspora gemeenschappen in de verf zet. Deze verschillende opinies kunnen verdeeldheid tussen de Koerden in de hand werken en dusdanig de Koerden van hun oospronkelijke doel afleiden.

Zoals Myria Georgiou in haar paper: “Diasporic Communities On-Line: A Bottom Up Experience of Transnationalism” treffend concludeert: “there is a need to be sensitive both to the possibilities of exclusion and segregation, as well as to the possibilities of the Internet furthering and democratising diasporic communication.”(5)

Bronnen:

(1) Suri, Sanjay. (2005) Torture and Oppression of Kurds in Syria, http://www.antiwar.com/ips/suri.php?articleid=5142

(2) Farah, Christopher. (2004) Kurdistan unbound, http://archive.salon.com/tech/feature/2004/04/07/online_kurdistan/index.html

(3) Farah, Christopher. (2004) Kurdistan unbound, http://archive.salon.com/tech/feature/2004/04/07/online_kurdistan/index.html

(4) Denise, Natali. (2004) Transnational Networks: New Opportunities and Constraints for Kurdisch Statehood, http://findarticles.com/p/articles/mi_qa5400/is_200404/ai_n21347136/pg_2?tag=artBody;col1

(5) Georgiou, M. (2002) Diasporic Communities On-Line: A Bottom Up Experience of Transnationalism, http://www.lse.ac.uk/collections/EMTEL/Minorities/papers/hommesmigrations.doc