Wetenschappelijk artikel: Modern Communications Technology in Ethnic Nationalist Hands: The case of the Kurds

David Romano

 

Volgens David Romano hebben moderne communicatietechnologieën een grote impact gehad op nationalistische bewegingen in het algemeen. Het heeft dingen mogelijk gemaakt die dat eerst niet waren.  Er is vaak gedacht dat massamedia eerder een homogeniserend effect op culturen zouden hebben. Het heeft de wereld inderdaad kleiner gemaakt, maar dat heeft net nieuwe mogelijkheden geschapen voor staatloze groeperingen, die zich door diaspora over de hele wereld hebben verspreid. Vandaag de dag is het bijna voor iedereen mogelijk, van welke strekking of afkomst je ook bent, om een boek of een krantje te publiceren. Een goed voorbeeld hiervan is het tijdschrift “De Koerden” van het Koerdisch Instituut vzw te Brussel, een dergelijk onafhankelijk tijdschrift kan door een vzw met beperkte middelen worden uitgegeven dankzij de opkomst van de massaproductie van moderne communicatie- technologieën. Hetzelfde geldt tevens voor blogs, websites,…. Enkele decennia geleden zou dit niet mogelijk geweest zijn. 

 

Wijd verspreide toegang tot radio’s, gsm’s, internet en camera’s maakt het gemakkelijker om ideeën wereldwijd te verspreiden. Informatie die er vroeger uren en soms zelfs dagen over deed om bekend te raken, wordt nu in een fractie van een seconde de hele wereld rond gestuurd. Bij de  arrestatie in 1999 van Ocalan ( de leider van de PKK) door de Turken, werden deze beelden dankzij satelliet en internet op zeer efficiënte wijze doorgestuurd waardoor protestacties al enkele uren later konden starten.  Er is een diversiteit aan relaties ontstaan die mensen onderhouden over de grenzen heen. Het is een universeel fenomeen, gelijkgezinden vinden elkaar gemakkelijker terug, en ze mobiliseren zich rond zeer uiteenlopende thema’s.

 

Het spreekt voor zich dat voor een volk als de Koerden, dat beschikt over een welbepaalde cultuur en geschiedenis, een medium als het internet hun zaak zeker ten goede komt. We moeten niet vergeten dat na de eerste wereldoorlog Koerdistan werd verdeeld tussen Turkije, Iran, Irak en Syrië en dat er hierdoor een culturele, linguïstieke en politieke afstand is ontstaan  tussen de verschillende Koerdische groeperingen. Dankzij moderne communicatietechnieken en dan vooral het internet kan deze afstand vandaag overbrugd worden. Deze overbrugging is noodzakelijk in de huidige context: Koerdische minderheden in de bovengenoemde landen, zijn onderhevig aan urbanisatie- en onderwijssystemen die trachten de Koerden binnen hun nationale kader te assimileren. Hierdoor ontstaat de angst bij de Koerdische nationalisten dat ze de oorspronkelijke loyaliteit aan hun moedernatie zouden verliezen. Deze angst is niet onterecht, zeker binnen de Turkse landsgrenzen wordt er grote moeite gedaan om elke expressie van Koerdische etniciteit te onderdrukken, in sommige gevallen is die assimilatiepolitiek ook succesvol geweest.

 

Ook voor de Koerden die zich buiten Koerdistan gevestigd hebben en die naast hun Koerdische loyaliteit ook andere loyaliteiten ontwikkeld hebben, meestal ten opzichte van het land waarheen zij gemigreerd zijn, is het bestaan van een “virtueel Koerdistan” (Watts, 2004) erg belangrijk. De transnationale netwerken die hierdoor zijn ontstaan, hebben een sterke verbondenheid gecreëerd. We kunnen spreken van een soort van “Cybernatie” (Mills, 2002). Het Koerdische probleem is niet langer enkel een lokaal of een regionaal conflict, het wordt hoe langer hoe meer gezien als een Europees probleem (Watts, 2004). Omdat de afstand door de moderne communicatiemiddelen sterk verkleind is, voelt een Koerd die in Duitsland woont zich evengoed aangesproken als een Koerd in Turkije. Het conflict maakt deel uit van de dagdagelijkse routine, het is niet langer een ver-van-mijn-bed-show.

 

Deze situatie heeft ook veel kansen gecreëerd voor Koerdische nationalisten, ten eerste is het bestaan van een transnationale gemeenschap de manier bij uitstek om de Koerdische cultuur staande te houden. Zoals Romano ook aanhaalt, speelt vooral de taal hier een zeer belangrijke rol. Binnen de Koerdische taal bestaan er verschillende dialecten die sterk van elkaar verschillen. De Koerdische beweging is zich ervan bewust dat taal één van de belangrijkste elementen is die de identiteit van een persoon bepaalt, het is dus voor hun van groot belang om een gestandaardiseerde vorm van hun taal te promoten. Eenzelfde taal zou volgens deze logica ook de andere interne verschillen onder de Koerden wegwerken. Ten tweede heeft dit transnationale netwerk het mogelijk gemaakt de strenge Staatscontrole, die in Iran, Irak, Syrie en vooral in Turkije bestaat en die het communicatiemonopolie willen behouden, te omzeilen. De Koerdische satellietzender MED TV en het productiehuis Roj dat uitzend vanuit London en Denderleeuw heeft als voornaamste doel het etnische bewustzijn van de Koerden te promoten. Zoiets zou in Turkije volstrekt onmogelijk zijn. Er zijn dan ook al meerdere initiatieven ondernomen om deze zender het zwijgen op te leggen, maar het recht op vrije meningsuiting heeft tot nu toe de bovenhand gehaald. 

 

De auteur van dit artikel gaat ervan uit dat wanneer de vier landen, waarin de Koerdische minderheid zijn thuis vindt, minder repressief zouden reageren op elke uiting van Koerdische identiteit, de Koerden hoogstwaarschijnlijk ook minder radicale claims zouden hebben en zelfs zouden afstappen van hun secessionistische ideeën. Dit is echter niet noodzakelijk zo, want het feit dat Koerdistan over belangrijke natuurlijke rijkdommen beschikt, zorgt ervoor dat de economische factoren die in dit conflict meespelen niet over het hoofd kunnen worden gezien.  Ergens is de vergelijking met regio’s zoals Catalonië of zelfs Vlaanderen mogelijk, zij beschikken over zeer uitgebreide autonomie waaronder onafhankelijke media, dit heeft desondanks geen einde gebracht aan de “strijd” voor onafhankelijkheid (Keating, 2003).

 

Een tweede punt van kritiek is dat het idee van een transnationale gemeenschap op het internet niet overroepen mag worden. Eerst en vooral heeft niet iedereen toegang tot dit medium, daarbij komt ook nog eens dat het Koerdische netwerk op het internet misschien wel zeer groot is, maar ook zeer divers: niet elke website of blog staat achter dezelfde doelstellingen. Het kan gaan van puur culturele en folkloristische informatie tot radicalere uitlatingen die soms zelfs oproepen tot geweld. Het zou dus gevaarlijk en kortzichtig kunnen zijn deze allen over eenzelfde kam te scheren.

 

Geconsulteerde werken:

 

Keating M., Loughlin J., Deschouwer K. (2003). Culture, Institutions and Economic Development: A study of Eight European Regions. Elgar, Cheltenham.

 

 

Mills, K. (2002). Cybernations: Identity, Self-determination, Democracy and the “Internet Effect” in the Emerging Information Order. Global Society, Vol. 16, Issue 1, pp. 69-87

 

Romano, D. (2002). Modern Communications Technology in Ethnic Nationalist Hands: The Case of the Kurds. Canadian Journal of Political Science, 35:1, pp.127-149

 

 

 

Watts N.F. (2004). Institutionalizing Virtual Kurdistan West, Transnational Networks and Ethnic Contention in International Affairs. In J.S. Migdal, States and Societies in the Struggle to Shape Identities and Local Practices (pp.121-147).Cambridge University Press, Cambridge