Bespreking van het wetenschappelijk artikel: Exit and Voice Revisited: the Challenge of Migrant Media, Kira Kosnick

Tijdens de jaren ’70 werd emigratie gunstig geacht voor natie-staten, politieke managers en vertegenwoordiger van de staat. Het verlaten van de staat onder de vorm van emigratie maakt het mensen immers onmogelijk om politieke veranderingen te eisen. Vooral onderzoek over de effecten van migratie op de natie-staat tijdens de 19de en 20ste eeuw kwam tot deze conclusie. Hirschman definieerde op die manier ‘exit’ als het wegtrekken uit het land van oorsprong, waardoor de mogelijkheden op ‘voice’, vertaald als opstand of verzet, beperkt zijn. Politieke conflicten en sociale protesten in de 21ste eeuw in West-Europa en het Midden-Oosten bewijzen echter het tegendeel. Immigranten blijven geaffilieerd met hun land van oorsprong en engageren zich in transnationale en diasporische politieke activiteiten. Ze ontwikkelen nieuwe manieren om hun ontevredenheid met de politieke stand van zaken in hun oorspronkelijke verblijfplaats te verwoorden. Globalisatie veroorzaakt niet enkel nieuwe druk op natie-staten, maar het heeft ook de voorwaarden van diepgaand politiek verzet of politiek activisme ingrijpend veranderd. Sommige dissidente groepen slagen er zelfs in om sterker verzet te voeren vanuit het buitenland dan van binnen uit. Diaspora gemeenschappen kunnen zelfs de verhalen van de natie creëren door de tijdloosheid van de natie aan te tonen door de weigeren om te integreren en ze beïnvloeden de standpunten en acties van nationalisten in het thuisland (Curtis, 2005). De opkomst van nieuwe communicatietechnologieën is hiervoor de katalysator bij uitstek.

Koerdische nationalisten ontwikkelen dergelijk dissidente activiteiten tegenover hun land van oorsprong, voornamelijk Turkije (naast Iran, Irak en Syrië). Ze benutten nieuwe mogelijkheden voor kritisch activisme dat ondenkbaar zou zijn van binnen uit en dat grote gevolgen heeft voor Turkije, zowel met betrekking tot de opbouw van de natie, als met het beleid tegenover minderheden.

Meer dan een miljoen etnische Koerden emigreerden sinds 1960 als arbeidersemigrant of politieke en/of economische vluchteling naar Europa. Ze bleven zich echter verbonden voelen met hun Koerdische etnische nationaliteit en organisaties van politieke mobilisatie. Volgens Andy Curtis is het de tweede generatie immigranten die meer belang hechten aan de Koerdische identiteit dan de eerste generatie. Door de perceptie dat integreren in immigratieland onmogelijk is, door intens contact met land van oorsprong en de confrontatie met discriminatie van eerste generatie, ontstaat de idee dat een onafhankelijk Koerdistan alle Koerden ten goede zou komen (Curtis, 2005). Bovendien moet men, hoewel verspreid over de hele wereld, putten uit gemeenschappelijke ‘deep resources’ om transnationalisme waar te maken. Antony Smith omschrijft het dit concept als het collectief geheugen, religieuze geloofsovertuigingen en het voorvaderlijke thuisland (Smith, 1996). Dit is ook het geval voor de Koerden die in de regio’s van het zogenaamde Koerdistan leven; de natie-staten waarvan deze regio’s deel uitmaken doen er alles aan om deze separatistische ambities te onderdrukken. Turkije spant echter de kroon in het ontkennen van enige politieke, economische en culturele Koerdische autonomie of vrijheden. Maar ontwikkelingen in communicatie technologieën hebben een nieuwe vorm en praktijk van Koerdisch nationalisme teweeg gebracht die de territoriale culturele politiek van de Turkse staat uitdaagt. Martin Van Bruinessen stelt zelf: ‘The Kurdish nation is unlikely to have ever transformed, had its members never left Kurdistan’ (Van Bruinessen, 2000).

De Turkse staat heeft een geschiedenis van strenge controle over de geschreven media en een staatsmonopolie op broadcasting tot de jaren ’90. Rapportering over politiek gevoelige onderwerpen, zoals Koerdisch separatisme en staatsacties worden gewelddadig afgestraft in Turkije. Verdwijningen van journalisten en geweld tegen media organisaties vormen geen uitzonderingen. Sinds 2001 heeft de Turkse staat enkele wettelijke hervormingen en constitutionele amendementen doorgevoerd, voornamelijk in het kader van de onderhandelingen over Europees Turks lidmaatschap. Maar ondanks de toenemende openheid is het nog steeds moeilijk voor minderheden om gehoor te krijgen in het media circuit van Turkije. Koerdisch media activisme veranderde echter fundamenteel met de komst van de satelliet MED-TV. MED-TV is een transnationaal diasporisch project met een Koerdisch nationalistische agenda die opereerde buiten Turks territoria en die de regio’s die onder Koerdistan vallen en de Koerdische bevolking in de Mediterrane regio’s en over heel West-Europa bereikte. Turkije deed er echter alles aan om dit kanaal te verwijderen uit het media landschap. De Turkse pers kondigde een protestcampagne af door MED-TV af te beelden als een terroristisch project, aangezien het kanaal PKK activisten aan het woord laat. De toenmalige Turkse eerste minister onderhandelde meermaals met de regeringen van de landen waarin MED-TV zich gevestigd had en slaagde erin de MED-TV telkens te onderbreken en te verplaatsen. De Turkse rijkswacht en politie voerde zelfs aanvallen uit op huizen waarvan de antennes in de richting van het Intelsag signaal stonden dat MET-TV uitzend. Het kat en muis spel tussen de Turske regering en MED-TV en haar opvolgers eindige uiteindelijk wanneer de Turkse staat zich begon te realiseren dat ze de productie van Kurdisch-nationalistische televisie buiten Turkije niet kunnen controleren, laat staan verbieden. ‘We cannot prevent this through fines and bans because of the advances in the technology’. De vooruitgang van de communicatie technologie in de context van de huidige globalisatie wordt dus aangewezen als de voornaamste oorzaak. Med-TV werd opgevolgd door CTV met non-politieke programma’s en meer recentelijk, door Medya-TV. (Van Bruinessen, 2000) Östen Wahlbeck merkt hier wel bij op dat moderne communicatie technologieën duur zijn, vooral Koerdische vluchtelingen kunnen zich vaak niet meer veroorloven dan een radio, brief of telefoongesprek (Wahlbeck, 1998).

De gevolgen  van de satelliet televisie voor het Koerdisch nationalistische project zijn meervoudig. Vooreerst heeft het een enorme impact op de staatspolitiek. Politieke mobilisatie wordt meer publiek, flexibel en mobiel. Het draagt bij tot de opbouw van een Koerdische natie, onder andere ook door het promoten van een standaardisatie van Koerdische dialecten op de televisiekanalen. Het fungeert daarenboven als een publiek en transnationaal forum voor Koerdische leiders en intellectuelen, die openlijk over en voor de Koerden spreken wereldwijd. Lokale media praktijken promoten tot slot transnationaal media activisme. Het is de samenwerking tussen lokale, nationale en transnationale politieke niveaus, naast de opkomst van nieuwe media technologieën die de Koerdische satelliet televisie mogelijk hebben gemaakt.

Moderne communicatie technologieën, waaronder satelliet televisie, zullen zeer belangrijk blijven voor leden van de Koerdische diaspora om sterke identificaties met de gedeterrioraliseerde, virtuele Koerdische natie vast te houden en zelfs te versterken en te ijveren voor culturele en politieke rechten, aangezien regeringen het veel moeilijker hebben om proteststemmen tot in de kiem te smoren.

Elien Gillaerts

Geraadpleegde literatuur:
Curtis, A. (2005). Nationalism in the diaspora: a study of the Kurdish movement’. Geraadpleegd op 18 december 2008 op HYPERLINK “http://www.tamilnation.org/selfdetermination/nation/kurdish-diaspora.pdf”
Kosnick, K. (2008). Exit and Voice revisited: the challenge of migrant media. Research Group Transnationalism Werkdocument, 9. Frankfurt: Johann Wolfgang Goethe University.
Smith, A. (1996). The Resurgence of Nationalism? Myth and Memory in the Renewal of Nations. The British Journal of Sociology, 47 (4), 575-598.
Van Bruinessen, M. (2000). Transnational aspects of the Kurdish question. Firenze: Robert Schuman Centre for Advanced Studies.
Wahlbeck, O. (1998). Transnationalism and Diasporas: the Kurdish example. Montreal: International Sociological Association XIV World Congress of Sociology.