McKiernan Kevin, The Kurds: a people in search of their homeland: http://nl.youtube.com/watch?v=5gGXVx_tL24

 

Kevin McKiernan is een Amerikaans fotograaf en documentairemaker. Hij maakte kennis met de Koerdische problematiek toen hij Irak tijdens de Eerste Golfoorlog in ’91 voor het eerst bezocht. Door ons door zijn lens te laten meekijken beschrijft hij de evolutie van de situatie van de Koerden in Irak en hun verhouding tot Irak, de Verenigde Staten en Turkije.

De Verenigde Staten hebben al heel lang een zeer dubbelzinnige houding ten opzichte van Irak, Sadam Hussein en de Iraakse Koerden. In 1988 voerde Sadam Hussein een chemische aanslag (in het kader van de Anfalcampagne) uit op de Koerden, waarbij minstens 5000 Koerden de dood vonden. Na de aanslag smeekten de Koerden om internationale acties tegen Irak en Saddam Hussein. De Senaat van de Verenigde Staten stelde handelssancties voor, maar deze werden door de Bush-Reagan administratie geblokkeerd. Bagdad kreeg zelfs een maand later een hoop financiële steun zowel van de Amerikanen als de Britten. (Romano, 2006)

Na de aanslagen op de Twin Towers in 2001 riep Rumsfeld de hulp in van de Koerden. De Amerikaanse regering plande een regimewissel in Irak. Als een van de redenen voor de inval gaven de Amerikanen onder andere de gasaanval van Saddam Hussein op de Koerden in 1988 op. De Koerden waren bijgevolg zeer pro oorlog, en namen de kans om mee te werken aan de oorlog met beide handen. De Koerden zagen dit ook als een mogelijkheid om zich als enige betrouwbare Amerikaanse bondgenoot uit het het Midden Oosten te profileren, temeer omdat het Turkse parlement (een andere Amerikaanse bondgenoot) weigerde de Amerikaanse troepen via Turkije doorgang te geven naar Irak (Romano, 2006).  De Amerikanen zouden de Koerdische Autonome regio als een uitvalsbasis gebruiken, die al sinds 1992 enige vorm van autonomie kende.

In 2003 vallen de Verenigde Staten Irak binnen, maar het scenario is volgens McKiernan uiteindelijk volledig anders dan eerst gepland. In de periode voor de Amerikaanse inval wordt de Koerdische regio namelijk geteisterd door bomaanslagen, gepleegd door Koerdische islamfundamentalisten, Ansar Al Islam. Deze groepering zou steun gekregen hebben van de Iraakse en Iraanse regering om de Koerdische autonome regio te destabiliseren (Romano, 2006). De Koerden smeekten de Amerikanen in te grijpen. Volgens McKiernan deden de Amerikanen dat niet.  Dit wordt echter tegengesproken door David Romano (2006). Volgens hem wachtten de Koerden na 9/11 met opzet om de Ansar Al-Islam te vernietigen zodat ze zich achter de Amerikaanse ‘War on terror’ konden scharen en zo Amerikaanse steun zouden verkrijgen. De Amerikanen hielpen volgens Romano (2006) uiteindelijk wel bij het neerslaan van de Ansar Al-Islam.

Na de Amerikaanse inval, bleek de Koerdische Autonome Regio al gauw de plaats in Irak waar het enigsinds veilig was. Het succes van de Iraakse Koerden wekte echter afgunst op bij de andere Koerden. De nieuwe uitzonderlijke situatie zorgde ook voor een verhoogde strijdbaarheid bij de Koerdische Turken. Vele Turkse Koerden verhuisden echter ook naar de Koerdische Autonome regio omdat ze er zich veilig waanden. Zo gebeurde het ook dat de PKK een vaste voet aan wal zette in Irak.

Dit was echter olie op het vuur en zorgde voor extra problemen. De aanwezigheid van de PKK en Turkse Koerden in de Iraakse autonome regio werd door de Turkse overheid als zeer problematisch aanzien. Turkije besloot dan ook actie te ondernemen en de Iraakse autonome regio binnen te vallen, na toestemming te hebben gekregen van Condoleeza Rice, Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken. Dit is zeer gevaarlijk voor de fragiele democratie en voor de eenheid tussen de Koerden. Reeds na de Amerikaanse inval in Irak groeide ook de rivaliteit en de vijandigheden tussen de Turkse en Iraakse Koerden. Nadat Turkije de Koerdische Autonome regio binnenviel, werden de spanningen nog groter.

Ook de Amerikaanse regering zat met problemen ten aanzien van de Koerdisch-Turkse vijandigheden. Beide partijen, Turkije en de Koerden,  zijn namelijk Amerika’s grootste bondgenoten in het Midden Oosten. Enerzijds is Turkije  een belangrijke NAVO bondgenoot en een zeer belangrijke moslimstaat uit de Regio. De militaire bases in Turkije zijn ook van fundamenteel belang voor de Amerikaanse militaire aanwezigheid in het Midden Oosten. De Koerden anderzijds, zijn zeer pro-Amerikaans, in vergelijking met andere volkeren uit het Midden Oosten (Economist, 2006, 16/12). Een andere reden waarom de Amerikanen de Koerden niet willen of kunnen laten vallen, is omdat zij de steun van de Koerdische gemeenschap hard kunnen gebruiken in de strijd tegen het Iraanse theocratische regime van Ahmadinejad, president van Iran (Romano, 2006).

Aan de Amerikaanse inval waren er echter ook positieve kanten voor de Koerden: de economie leefde op, en er was een grotere veiligheid in de Koerdische regio dan in andere regio’s in Irak. Deze veiligheid wil de Koerdische Regionale Regering beklemtonen om het toerisme in de regio aan te wakkeren. De Koerdische minister van Toerisme, Nimrud Baito, wil zowel religieuze toeristen als liefhebbers van skiën en archeologie aantrekken. (Montague, 2007) Zoals McKiernan (2006) het een beetje vreemd verwoordt, Koerdistan is “a Switzerland like place in the Middle East”.

Desondanks blijft de situatie van de Koerden toch vrij precair: Hun buren zijn niet meteen hun beste vrienden en ook tussen de Koerden onderling botert het niet steeds even goed. De politici van de Koerdische autonome regio proberen nu voornamelijk de geboekte vooruitgang te stabiliseren en proberen, om de buurlanden en internationale gemeenschap te vriend te houden, hun eisen gematigd te houden.

 Ondanks het feit dat ze zeer Pro-Amerikaans zijn, Arabieren beschrijven ze vaak als Zionisten omdat ze aanhangers zijn van de Westerse waarden, is de liefde blijkbaar niet altijd wederzijds, en worden ze soms in de steek gelaten. Het is zoals McKiernan het beschrijft:  de enige vriend van de Koerden zijn de bergen.

 

Barbara Bracke

 

ROMANO (2006) The Kurdisch Nationalist Movement, Opportunity, mobilization and identity, Cambridge University Press

 

“America between the Turks and Kurds” (2006-12-16) Economist, Vol. 381, Issue 8508

  

MONTAGUE J. (2007) Beyond the Green Zone, New statesman [1364-7431], vol:136 iss:4835 pg:54

 

McKiernan K (2006), The Kurds: A People in Search of their Homeland, geraadpleegd op http://nl.youtube.com/watch?v=5gGXVx_tL24 op 18/12/2008