“Kurdistan, the Other Iraq”. Op de Amerikaanse zenders kon men in 2006 deze reclamespots zien, die de stabiliteit van het Irakese Koerdistan in het licht stellen.

Het doel is om (Amerikaanse en Britse) investeerders te lokken. De publicitaire campagne werd gelanceerd door de Koerdische administratie in het noorden van Irak en bevat een aantal reclamespots die vanaf juli 2006 op de Amerikaanse zenders te zien waren. Het contract tussen het Amerikaans mediabedrijf Russo, Marsh and Rogers (RM&R) en de Irakese regering loopt over verschillende jaren en voorziet een budget van miljoenen dollars. Één van de filmpjes begint met “Thank you America for democracy”. Men legt dan uit dat Koerdistan zeer tevreden is met de vrede en de veiligheid die dankzij Amerikanen verkregen werd. Een ander filmpje legt uit dat naast de soldaten van de coalitie, er reeds geëxperimenteerde veiligheidsorganisaties bestonden. De Arabieren, Koerden en Westerlingen kunnen er zo samen gezellig hun vakanties doorbrengen. In de derde spot leggen investeerders uit dat men hier niet enkel een vlieghaven helpt bouwen, maar ook democratie, dat men investeert in toekomst, hoop, dromen etc. De filmpjes willen aantonen dat commerciële en industriële groei bestaat in de regio, en dat geen enkele soldaat van de coalitie er gestorven is sinds het begin van de oorlog in Irak. Uiteraard bestaan dan ook Britse versies van deze reclamespots, waar de Koerden hun dankwoorden naar de Britten richten.

Have you seen the Other Iraq?

It’s spectacular.
It’s peaceful.
It’s joyful.
Fewer than two hundred US troops
are stationed here.
Arabs, Kurds and westerners all vacation together.

Welcome to Iraqi-Kurdistan!

The people of Iraqi-Kurdistan invite you to discover their peaceful region, a place that has practiced democracy for over a decade, a place where the universities, markets, cafes and fair grounds buzz with progress and prosperity and where the people are already sowing the seeds of a brighter future. (www.theotheriraq.com)

De situatie blijkt echter niet zo rooskleurig te zijn als in de reclamespots, maar ook in officiële discours wordt geschetst. Wanneer Amerika Irak binnenviel, stortte het regime van Sadam Hussein in elkaar. Na jaren repressie en menselijke drama’s opende zich een toekomst vol hoop voor de Irakese Koerden. Als men op het veld gaat merkt men echter dan de situatie moeilijk is, en dat de burgers kritisch zijn. Ze beschuldigen hun leiders ervan corrupt te zijn. Deze denken enkel aan macht en houden weinig rekening met de publieke opinie. Koerdistan is in Irak bijna een onafhankelijke staat. Het politieke leven wordt er gedomineerd door twee partijen, de Democratische Partij van Koerdistan van Massoud Barzani, en de Patriottische Unie van Koerdistan van Jalal Tabani. De twee partijen blijken alles te controleren en schakelen over tot geweld in hun drift naar macht en rijkdom.

Met beperkte  economische en sociale rechten kunnen de burgers moeilijk hun politieke rol spelen, en dus invloed uitoefenen op politieke beslissingen. In verschillende steden is toegang tot water en elektriciteit moeilijk, en bestaat watervervuiling dat tot ziektes kan leiden (zoals men afgelopen weken hebben gezien in Zimbabwe). Het budget van het Irakese Koerdistan is nochtans groot, o.a. door het regionale deel van de winsten op export van olie, maar dit geld wordt zelden gebruikt om onderontwikkeling weg te vegen. Er ontstaat een scheiding tussen de gewone burgers en de politieke elite. Beide partijen beweren voor het nationale goed te werken, maar de burgers zelf spreken over corruptie, patronagesystemen en favoritisme. De partijen, de clans en de families zijn zodanig verbonden dat het moeilijk wordt om het werkelijke politieke landschap te onderscheiden. Er bestaan wel wetten en instituties, maar de contradictie tussen de teksten en de werkelijkheid lijkt groot. En zo werd het enthousiasme van zelfbeschikking vervangen door neerslachtigheid …

 

www.theotheriraq.com

www.azady.nl/news.php?readmore=3127

www.cbsnews.com/stories/2007/02/16/60minutes/main2486679.shtml

http://nl.youtube.com/watch?v=MTLlEJGlC4U

 

 

Vermeiren, 27 december 2008. Turkse omroep start Koerdisch Tv-kanaal. Geraadpleegd op 27 december 2008 op www.deredactie.be

Met als motto ”We live under the same sky” start vanaf 1 januari 2009 TRT 6, een tv-kanaal van de Turkse openbare omroep TRT volledig toegewijd aan uitzendingen in het Koerdisch. Het initiatief is niet nieuw, maar mag deze keer rekenen op (gematigd) optimisme vanuit de Koerdische gemeenschap binnen en buiten Turkije. De Koerdische broadcasting van TRT start in 2004 met het aannemen van legale amendementen door het Radio and Television High Counsil, waarbij TRT toestemming krijgt om in locale talen en dialecten uit te zenden. De geringe uitzendtijd en het ongepaste tijdstip van deze programma’s leidt echter tot het falen van zulke projecten. De Koerden blijven liever naar de (illegale) Koerdische zenders kijken, die vanuit het buitenland werken (zoals RojTV in België en Denemarken o.a.).

Deze keer is de visie anders. De bedoeling is dat TRT 6 een volledig Koerdische zender wordt, met 24 uur uitzendtijd per dag. In eerste instantie zullen de uitzendingen voornamelijk in het Kurmanji-dialect gebeuren, maar andere Koerdische dialecten zouden ingebracht moeten worden na verloop van tijd. Het moet een familiale zender worden met veel aandacht voor cultuur, entertainment, etc. Verschillende Koerdische artiesten uit de muziekwereld (o.a. Shivan Perwer en Ciwan Haco) maar ook schrijvers en dergelijke werden in dit opzicht betrokken bij het testen en de uiteindelijke lanceren van de zender. TRT 6 moet een open zender worden, met toegang voor iedereen onder dezelfde voorwaarden, die iedereen gelijk behandelt. Het moet een zender worden zonder politieke of ideologische inmenging.  In een interview met krant Zaman legt Directeur Generaal van TRT Ibrahim Sahin uit : “In the constitution, article 2954 clearly indicates our principles, missions and lines and with the condition of remaining in these boundaries, our colleagues will freely be able to say, speak and produce whatever they want”. Er zijn dus in principe constitutionele garanties die enigszins culture en taalrechten van de Koerdische gemeenschap in Turkije erkennen. De zender moet een instrument worden in het behoud van de Koerdische cultuur en talen, die op die manier de culturele diversiteit van Turkije op het scherm moet brengen.

Andere, minder officiële redenen kunnen gevonden worden voor het opstarten van TRT 6. In hetzelfde interview met Zaman meldt Sahin : “If we don’t set up this channel, people with bad intentions and those who have ambitions on Turkey are influencing these people with their broadcasts. I believe that broadcasting in one’s mother tongue is a human rights and TRT will fulfill this necessity”. In deze zin vindt men de Turkse vrees voor de Koerdische zenders die van het buitenland functioneren terug. Door Ankara werden deze steeds gezien als instrumenten voor propaganda van de terreurafdeling van de Koerdische arbeiderspartij, de PKK, die strijd voeren tegen de Turkse staat. Het is duidelijk dat de Turkse staat op verschillende manieren heeft getracht deze kanalen monddood te maken. Echter, het effect van deze legale, militaire en andere acties bleef beperkt om verschillende redenen. Hier kan dus geargumenteerd worden dat het uitbrengen van een Koerdische zender op de Turkse mediamarkt misschien wel de slimste/sluwste zet is van de regering, die zo de invloed van de nationalistische Koerdische media kan inperken.

Een ander argument stelt vast dat de verkiezingen in april nabij zijn, en dat dit een zet kan zijn van premier Ergodan om Koerdische stemmen te rapen. De AK-partij van de premier haalt in heel het land de meeste stemmen, behalve in de Koerdische regio waar Koerdische politici de macht kunnen behouden. Ergodan zou op deze manier het tij willen keren. Ook moet men vaststellen dat i.v.m. de kandidatuur van Turkije voor E.U.-lidmaatschap dit een slimme zet kan zijn, aangezien de E.U. de ontwikkeling van minderheden in Turkije graag ziet gebeuren.

Over het algemeen kan men stellen dat de lancering van TRT 6 goed ontvangen werd in de Koerdische gemeenschap. Toch blijven een aantal vragen belangrijk. Het idee dat deze Koerdische zender door de Staat gecontroleerd wordt ligt moeilijk, daar nog vele Koerden de zender zien als mondstuk van de Turkse (vijandige) Staat. De pro-Koerdische politici wachten ook af hoe opgesloten PKK-leider Abdullah Öcalan afgetekend zal worden. Toch zijn veel Koerden van mening dat dit een belangrijke stap kan zijn richting democratisering en erkenning van culturele en taalrechten voor Koerden in Turkije, ook al is er nog steeds maar één officiële taal in Turkije …

 

Video lancering TRT 6 : www.netkurd.com/webtv/mezeke.asp?id=132

Reacties : http://www.turkishweekly.net/news/62466/turkey-kurds-welcome-the-kurdish-trt-broadcasting.html

http://www.kurdmedia.com/article.aspx?id=15316

http://www.trt.net.tr/International/newsDetail.aspx?HaberKodu=3e844f94-063a-4bc2-a007-176e18708c7d

 

Eriksen, T.H., 2007. Nationalism and the Internet, in: Nations and Nationalism, nr. 13, 2007, 1-17.

 

De auteur bouwt in dit artikel verder op het onderzoek van Ernest Gellner rond het concept van ‘nationalisme’. Centraal in Gellner’s argumentatie is dat nationalisme de natiestaat heeft helpen creëren, en niet omgekeerd. Hij bouwt een theorie uit van territoriaal gebonden identiteitsvorming. Het is logisch dat nationale identiteiten voornamelijk territoriaal verbonden zijn. Toch merkt de auteur dat daar waar natiestaten gebonden blijven tot hun territorium, cultuur, politiek, economie, mensen en structuren van macht deze verbondenheid aan de grenzen kunnen overstijgen. De territoriale integriteit van de natiestaat is niet langer een voorwaarde voor een werkende unificerende nationale identiteit. Nu blijkt het interessant om in het licht van deze ideeën de rol van het Internet te analyseren. Naties die hun territorium kwijt zijn, die om politieke redenen verspreid werden, etc. verschijnen op het Internet, met duidelijke doeleinden. “In the global era of movement and deterritorialisation, the Internet is used to strenthen, rather than weaken, national identities” (1).

We leven in een tijdperk dat gekenmerkt kan worden door migraties, transnationalisme, etc. Gellner  haalde het concept van ‘diasporanationalisme’ aan, “a distinctive, very conspicious and important sub-species of nationalism” (2). De factoren die nationalisme drijven en loyaliteit scheppen bij de aanhangers van de natie zijn vandaag grensoverschrijdend. In deze processen blijken de nieuwe communicatietechnologieën een belangrijke rol te spelen. Hierbij ontstaat het fenomeen van “virtueel nationalisme”. De auteur argumenteert dat aangezien immigranten nooit volledig geassimileerd kunnen worden, deze complexe en kwetsbare gemengde identiteiten vormen. In deze situatie vormen de transnationale netwerken met mensen van hun oorspronkelijke locatie een alternatief of een aanvulling voor hun onvolledig lidmaatschap bij een natiestaat. De vele migraties en de nieuwe communicatietechnologieën “create new conditions for collective identity management” (3).

Eriksen onderscheidt centrifugale en centripetale krachten bij dit proces :

-          McLuhan en het concept van ‘global village’ : de gemeenschap met dewelke individuen zich kunnen identificeren kan eveneens, en voor het eerst in de geschiedenis de hele wereld omvatten.

-          Individualisme : het resultaat van modernisering leidt ons tot de conclusie dat gemeenschappen alsmaar bescheidener worden.

Dit lijkt in eerste opzicht tot een paradox te leiden maar volgens de auteur is er geen contradictie tussen het individualisme en de groei van abstracte gemeenschappen, integendeel. We leven in een situatie gekenmerkt door complexiteit, waarbij heterogeniteit de norm is, en monoculturalisme de uitzondering. Tegelijk blijven belangrijke machten werken tegen ordeverstoring en het afbreken van grenzen.

Internet wordt dus gezien als een “re-embedding technology”. Het kan nationale identiteiten reproduceren over grote afstanden om mensen te verenigen in virtuele gemeenschappen.  Eriksen onderscheid drie vormen van communicatie via het Internet :

(1)    Unilateraal – gebruik als massamedium

(2)    Bilateraal

(3)    Tussenliggende vormen

Al deze vormen van communicatie worden gebruikt door organisaties, groeperingen en individuen met nationalistische politieke agenda’s. “Internet is becoming the major medium for consolidation, strengthening and definition of collective identities, especially in the absence of a firm and institutional base” (4).

De Koerden vormen één van de grootste etnische groepen die nooit een natiestaat onder hun controle hebben gehad. De Koerdische diaspora is uitgestrekt en vormeloos. Ze hebben geen communicatie-infrastructuur in hun land(en) van herkomst. Als antwoord op deze nood hebben Koerden in het buitenland talrijke media tot leven gebracht. Deze dienen om een collectieve identiteit op te bouwen, maar eveneens om de Koerdische kwestie wereldwijd bekend te maken. Lacking a state, the task of creating a Kurdish civil society and collective identity is largely left to private entreprise” (5). Daar het grootste deel van de Koerdische elite gevlucht is naar het buitenland, is Internet het perfecte medium geworden voor het verspreiden van informatie voor Koerden, maar ook voor de versterking van de Koerdische identiteit. Zonder deze nieuwe communicatietechnologieën, zou de creatie van een gevoel van ‘behoren tot de gemeenschap’ in deze situatie veel ingewikkelder zijn. In deze context van diaspora en van onvolledige integratie helpt Internet bij het scheppen van een gevoel van sociale cohesie, en van culturele integratie. Het creëert een vorm van identificatie. “ Virtual nations on the Internet can serve both as a compensation for the nation they have lost, and as rallying-points for future and imminent political action” (6). Het is belangrijjk te noteren dat de auteur onderscheid maakt tussen verschillende vormen van gebruik van het medium door diasporas, in functie van hun relatie tot nationalisme. Het is duidelijk dat niet elke website, youtube-film e.a. oproepen tot politieke actie. Het punt is hier dat het medium opportuniteiten schept voor onafhankelijkheidsstrijd in absentia, en dat deze ook benuttigd worden door de Koerdische diaspora.

 

 

(1)    Eriksen, p.1

(2)    Gellner 1983 : 101

(3)    Eriksen, p. 6

(4)    Eriksen, p.8

(5)    Eriksen, p.9

(6)    Eriksen, p. 12

Voices for freedom: Het belang van muziek in de Koerdische diaspora

In deze post wil ik aan de hand van twee filmpjes het belang dat door de Koerden aan muziek wordt gehecht illustreren. Muziek geeft het Koerdische volk de mogelijkheid om hun strijd naar erkenning en vrijheid op een aparte manier te verwoorden. Ook in de diaspora zetten Koerden hun muzikale traditie verder. Daar probeert men nieuwe kansen en mogelijkheden te benutten die in de landen van herkomst meestal moeilijk te verwezenlijken waren. Zoals de Koerdische diaspora een nieuwe dimensie heeft gegeven aan bijvoorbeeld de ontwikkeling van de geschreven Koerdische taal, de Koerdische literatuur (1), zo heeft ze ongetwijfeld ook de ontwikkeling van de Koerdische muziek positief beïnvloedt.

Muziek speelt al sinds oudsher een belangrijke rol in de Koerdische diaspora. Reeds in de 9de eeuw emigreerde Ziryab,* een groot Koerdisch zanger en dichter, uit het Koerdische Irak naar Spanje. In de emigratie richtte hij een muziekschool op en werd hij bekend omwille van een nieuw, uniek en invloedrijk muzikaal genre, de Klassieke Andalusische muziek. Het is algemeen aanvaard dat Ziryab hier de grondlegger van is geweest (2).

Tot op de dag van vandaag verlaten veel Koerdische artiesten – al dan niet gedwongen – hun vaderland om hun geluk te beproeven in de diaspora. Muziek draagt aldaar in grote mate bij tot een sterker Koerdische bewustzijn. Een bijdrage leveren tot dit bewustzijn wordt dan ook door veel Koerdische artiesten als een morele verplichting beschouwd. Ook de coryfee van de Koerdische muziek, Siwan Perwer, deelt deze mening (3). Oorspronkelijk zong hij in het Turks, waar hij overigens in Turkije tot verplicht was, maar op zijn 20ste besluit hij zijn Koerdische achtergrond niet langer op de achtergrond te laten in zijn liederen. Steeds meer begaan met het lot van de Koerden – vooral in zijn vaderland Turkije – gaat hij zich ten volle wijden aan de Koerdische belangen en sindsdien bezingt hij deze in het Koerdisch. Niet lang daarna werd hij verbannen uit Turkije en nu leeft hij al 32 jaar in ballingschap. In de diaspora heeft hij zijn positie en zijn verzet kunnen versterken. Hiermee vormt hij een mooi voorbeeld van het feit dat moderne communicatiemiddelen ervoor kunnen zorgen dat de “voice” en “exit” van de hedendaagse emigrant niet meer exclusieve keuzes hoeven te zijn maar perfect complementair kunnen zijn. (zie wetenschappelijk artikel van Elien) In de hoedanigheid van een protestzanger heeft hij steeds meer bekendheid verworven in de diaspora alsook in Turkije. In zijn liederen wilt hij protesteren tegen de uitsluiting van de Koerden in zijn geboorteland, Turkije, maar ook in de rest van de wereld. Hij is uitgegroeid tot hét symbool van de Koerdische diaspora: elke Koerd in de diaspora kent hem, heeft zelfs een cassette met zijn muziek, in elk ontmoetingcentrum hangt zijn foto (4).

In bovenstaand filmpje zien we hoe hij de Koerden samenbrengt op een concert in het Duitse Wüppertal.

Naast deze alom bekende, traditionele bijna “transnationale bard”, vinden de jongste jaren ook steeds meer jonge Koerden hun weg naar muziek. Met name Koerdische rappers schieten in West-Europa als paddenstoelen uit de grond. In Duitsland zijn rappers zoals Serhado en Azat ontzettend populair. Ook in Nederland is bijvoorbeeld Hozan Salayi, beter bekend als Ozie-N, vaak te zien op de Koerdische televisie en Koerdische feesten. Hoewel het Koerdische bewustzijn logischerwijze niet meer zo diep ingeworteld is als bij de eerste generatie van de Koerden in het buitenland, is er bij deze artiesten vaak ook nog een engagement merkbaar voor de Koerdische kwestie. Al geeft Ozie-N bijvoorbeeld toe dat hij liever swingende feestmuziek maakt, voornamelijk in het Engels zingt en zich op een carrière concentreert, toch ziet ook hij het als zijn ‘plicht’ om met zijn muziek bij te dragen aan de Koerdische kwestie. Zo zong hij in maart van dit jaar onder andere op de twintigjarige herdenking van Halabja in Delft (5). Deze jonge artiesten vinden bovendien steeds gemakkelijker hun weg naar de moderne communicatiemiddelen zoals het internet om hun muziek te promoten. Hun muziek wordt gekenmerkt door een opvallende mix van traditionele Koerdische muziek en Westerse muziekstijlen, voornamelijk hiphop en rap, zoals duidelijk blijkt dit tweede filmpje.

Het illustreert volgens mij voortreffelijk de dubbele cultuur van deze jongeren, ze stellen hun dagelijkse leefwereld alsook hun Koerdische achtergrond voor. Er zijn beelden te zien uit de regio Hewraman in ‘Koerdistan’ en van de straatcultuur van deze jongeren in het Westen. Er wordt gezongen in het Engels en in het Duits maar ook in het Soranî.**

We kunnen besluiten dat muziek een belangrijk medium is dat de Koerden zowel in als buiten de diaspora samenbrengt. Artiesten bezingen niet enkel de Koerdische culturele waarden, ook roepen zij in hun muziek zowel jong en oud op om belang te hechten aan hun Koerdische identiteit. Enkele jaren geleden op een Newruz-feestje*** in Berlijn zong een jonge Duits-Koerdische rapper de volgende woorden: “yek- do – sê- çar – Kurdî beje!” (één – twee - drie – vier – spreek Kurdisch! ). Via zijn muziek wou hij de Koerdische jeugd aansporen om in de diaspora de gemeenschappelijke moedertaal niet uit het oog te verliezen. (6)

*Onder deze bijnaam werd hij bekend, officieel heette hij “Abu l-Hasan /Ali Ibn Nafi” of in het Koerdisch “Zorab”.

** Het Soranî is een Koerdisch dialect dat in Iraans en Iraaks Koerdistan wordt gesproken door ongeveer zes miljoen mensen.

*** Newruz is het Koerdische/Iraanse Nieuwjaar dat gevierd wordt op 21 maart.

Bronnen:

(1) Website van het Koerdisch Instituut te Parijs, The Kurdisch diaspora, http://www.institutkurde.org/en/kurdorama/

(2) Kugay, K. (2007). The way of Kurdisch Music. http://findarticles.com/p/articles/mi_m1197/is_/ai_n19295994

(3) Tassier, M. Siwan Perwer zingt omdat het zijn plicht is. De standaard, 2004, 31 juli. http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=GSO7O5OE

(4) Dit is gebaseerd op Tassier, M. Siwan Perwer zingt omdat het zijn plicht is. De standaard, 2004, 31 juli. http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=GSO7O5OE, Danckaers, T. Muziek is de metgezel van elke Koerd. MO* 2006, 28 maart. http://www.mo.be/index.php?id=61&tx_uwnews_pi2[art_id]=462 en Vantyghem, P. Pleidooi om binnen te mogen. De standaard, 2000, 15 januari. http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=DST15012000_037&word

(5) Zozan, A. (2008). Ozie-N maakt liever swingende feestmuziek. (interview met Ozie-N) http://www.azady.nl/articles.php?article_id=536

(6) Christensen, D. (2007). Music in Kurdish Identity Formations. http://www.mcm.asso.fr/site02/music-w-islam/articles/ChristensenKurds-2007.pdf

Bespreking van populair artikel Kurdistan unbound, Christopher Farah

Ondanks het feit dat de twee miljoen Syrische Koerden de grootste etnische minderheid vormen van Syrië, worden ze door de Syrische autoriteiten niet als een minderheid erkend. Het Syrische staatsburgerschap wordt hun doorgaans onthouden. Hieruit volgt dat zij vaak het slachtoffer zijn van discriminatie. Zoals bovendien blijkt uit verscheidene onderzoeken van Amnesty International worden hun rechten stelselmatig geschonden (1). Met protestacties in het Koerdische deel van Syrië, wordt dan ook gewoonlijk snel komaf gemaakt. De opstandelingen, worden (vaak) letterlijk en figuurlijk monddood gemaakt.

In zijn artikel bespreekt Farah hoe Koerdische supporters na een voetbalmatch slaags raken met Arabische supporters. Deze krijgen met de hulp van de Syrische politie de Koerden snel klein. Er vallen 30 doden. Later krijgt het conflict een vervolg in de vorm van wekenlange protestacties in andere Koerdische gebieden. Intussen heeft het ook zijn intrede gevonden op internationaal niveau hoofdzakelijk door toedoen van het medium internet. De grote toename in Koerdische websites, waarop de gebeurtenissen als het ware ‘live’ te volgen waren, zorgde er volgens Nijyar Shemdin – de vertegenwoordiger van het Kurdistan Regional Government in de VS – voor dat “Koerden over de hele wereld de situatie volgden op het internet en hun ongenoegen uitten door te betogen voor ambassades”(2).

We zien dus dat het internet de Koerden over de hele wereld verenigd. Op dit medium werd het conflict eerst in een virtuele versie vertaald, waarna het ook getransformeerd werd in reëel verzet. Met andere woorden: het internet vergroot zowel de mogelijkheden aan de Koerden in “Koerdistan” als de gebieden buiten “Koerdistan”. Daar waar de Koerden ter plaatse informatie naar de buitenwereld zullen toesturen, zullen de Koerden in de diaspora hun strijd wereldwijd kenbaar maken en zo nodig ook aanvullen: samen kunnen ze door middel van het moderne medium strijden voor hun gemeenschappelijke belang, ieder zijn eigen mogelijkheden benuttend. Het internet verenigt de Koerden over het de wereld en maakt bovendien hun strijd beslist zichtbaarder op het internationale forum.

Hieraan zijn volgens de auteur ook enkele neveneffecten aan verbonden. Het internet, zo merkt hij op, wordt immers niet enkel als informatiebron over belangrijke (hedendaagse) gebeurtenissen gebruikt. Bijkomend bieden veel Koerdische websites de surfers ook een soort van “virtueel land” aan. De creatie van deze utopie wendt hun aandacht af van het oorspronkelijke streven naar een onafhankelijk Koerdistan. Zo merkt de oprichter van KurdTeens (een site voor jonge Koerden) Bryar Fattah, bijvoorbeeld op “We sometimes feel like each website is like a city from the Kurdish cities. Our virtual Koerdistan is not on the ground. It’s in our minds.”(3) Het wendt hun niet alleen af van de realiteit, het internet biedt hen ook de mogelijkheid om allerlei, vaak tegenstrijdige inzichten, te bediscussiëren. Deze tegenstrijdige ideeën zijn het natuurlijk gevolg de verschillende achtergrondsituaties en ervaringen die Koerden in de diaspora hebben. Ze zijn afkomstig van verschillende landen, ze zijn in verschillende landen terechtgekomen, men heeft verschillende belangen, die mede afhankelijk worden gemaakt van de uiteenlopende relaties die bepaalde landen hebben met de plaatselijke overheden in de Koerdische gebieden. Dit leidt soms tot tegenstrijdige ideeën over een mogelijke Koerdische staat. In een aanverwant artikel schrijft Denise Natali hierover “The asymmetrical nature of transnational networks has further constrained the possibilities of Kurdish statehood.” (4).

Farah stelt dat het internet langs de ene kant samenbrengt en democratiseert maar langs de andere kant ook de verschillen in de verschillende diaspora gemeenschappen in de verf zet. Deze verschillende opinies kunnen verdeeldheid tussen de Koerden in de hand werken en dusdanig de Koerden van hun oospronkelijke doel afleiden.

Zoals Myria Georgiou in haar paper: “Diasporic Communities On-Line: A Bottom Up Experience of Transnationalism” treffend concludeert: “there is a need to be sensitive both to the possibilities of exclusion and segregation, as well as to the possibilities of the Internet furthering and democratising diasporic communication.”(5)

Bronnen:

(1) Suri, Sanjay. (2005) Torture and Oppression of Kurds in Syria, http://www.antiwar.com/ips/suri.php?articleid=5142

(2) Farah, Christopher. (2004) Kurdistan unbound, http://archive.salon.com/tech/feature/2004/04/07/online_kurdistan/index.html

(3) Farah, Christopher. (2004) Kurdistan unbound, http://archive.salon.com/tech/feature/2004/04/07/online_kurdistan/index.html

(4) Denise, Natali. (2004) Transnational Networks: New Opportunities and Constraints for Kurdisch Statehood, http://findarticles.com/p/articles/mi_qa5400/is_200404/ai_n21347136/pg_2?tag=artBody;col1

(5) Georgiou, M. (2002) Diasporic Communities On-Line: A Bottom Up Experience of Transnationalism, http://www.lse.ac.uk/collections/EMTEL/Minorities/papers/hommesmigrations.doc

Bespreking van wetenschappelijke tekst: uit “The Kurdisch Nationalist Movement” (2006) van David Romano pg.147 – 159.

Romano stelt in zijn boek de Koerdische kwestie op een erg verhelderende en interessante manier voor. In deze post bespreek ik slechts een deel uit het vierde hoofdstuk van zijn boek, namelijk “State media, information monopolies and insurgent media”. Hierin geeft hij aan de hand van veel interessante voorbeelden een voorstelling van de manieren waarop Koerden, in Europa en in het Midden Oosten media benut hebben / benutten voor de Koerdische kwestie en hoe deze media aldus een voedingsbodem vormt voor de ontwikkeling van hun nationale identiteit.

De Turkse politiek ten opzichte van de Koerdische minderheid kan op veel vlakken repressief genoemd worden. Ik beperk me hier tot het vermelden van twee interessante voorbeelden om deze politiek inleidend te illustreren. Op andere posts op deze blog gaat men al dieper in op deze Turkse politiek. Media, die door de Koerden gebruik werd om hun nationale identiteit te promoten werden door de Turkse autoriteiten altijd streng gecontroleerd en vaak zelfs verboden verklaard. Zelfs in het jaar na de eerste Turkse toetredingsonderhandelingen met de Europese Unie, heeft RTUK (Turkeys Supreme Board of Radio and Television) in totaal 704 dagen van 62 verschillende televisiezenders en 3889 dagen van 67 verschillende radiozenders uit de ether gehaald (1). Tevens werd ook de bekende film “Braveheart” door de bovenstaande instelling afgestempeld als een overbodige luxe voor de Koerden. Het zou hen immers kunnen inspireren tot een gelijkaardige opstand in Turkije.

De opkomst van nieuwe communicatiemiddelen brengen veel veranderingen voor de Koerdische onderdrukking. In de eerste plaats breken ze het monopolie van (Turkse) autoriteiten in het verschaffen van informatie. Dankzij de grotere toegankelijkheid van communicatiemiddelen kunnen ook steeds meer Koerden hun kant van het verhaal bekend maken aan de buitenwereld. Op die manier kan een realistischere internationale opinie over de Koerdische kwestie gecreëerd worden. Koerden kunnen gebruik maken van media om deze te beïnvloeden. Clandestiene foto’s en video’s zijn zo bijvoorbeeld gebruikt geweest als overtuigende bewijzen voor de repressieve politiek. Zulke sensibiliseringscampagnes maken het mogelijk om steun te krijgen van verschillende organisaties zoals bijvoorbeeld mensenrechtenorganisaties.

Ten tweede kan met behulp van moderne communicatietechnieken de Koerdische cultuur verrijkt worden zowel in de diaspora als in de Koerdische regio’s. Zoals ik in mijn andere post al heb vermeld heeft vooral het internet de standaardisering van het Kurmanji beduidend versneld. De moderne communicatietechnieken zorgen er bovendien voor dat deze Culturele waarden ook terug hun weg vinden naar de Koerdische regio’s. Zo worden bijvoorbeeld pro-Koerdische kranten, zoals Ozgur Politika, die in Europa uitgegeven worden omdat ze in Turkije verboden zijn, terug gesmokkeld naar de Koerdische regio’s (2). Bovenstaande ontwikkelingen versterken de zogenaamde “Koerdische virtuele wereld”, waar ik in een andere post verder op inga.

De belangrijkste middelen die de ontwikkeling van de nationale Koerdische identiteit hebben beïnvloed zijn het internet en de (satelliet)televisie. Op het internet kan men alle soort van informatie publiceren onafhankelijk van het feit of ze wel of niet graag gezien zijn door de autoriteiten in de Koerdische gebieden. Helaas is de toegang tot (bepaalde sites op) het internet niet altijd even evident in de Koerdische regio’s. Toch baant de informatie zich, ondanks alle restricties, vaak een weg. Ook de e-mail is een goedkoop, gemakkelijk en moeilijk tegen te houden middel om ideeën en informatie uit te wisselen en te verspreiden over alle mogelijke onderwerpen. De satelliettelevisie is wellicht het medium dat de Koerden het meest succesvol hebben benut en dat tegelijkertijd ook voor de Turkse autoriteiten als de grootste hinderpaal werd ervaren. De Koerden worden niet voor niets weleens de “televisie natie” genoemd (3). De satelliettelevisie gaf de Koerden een machtig instrument ter beschikking dat de censuur en controle in landen zoals Turkije gemakkelijk kon omzeilen. Daarenboven kan het medium vrijwel alle kijkers aanspreken ongeacht de leeftijd, gender, religie, enz. Ondanks het feit dat het niet altijd even gemakkelijk was om toegang te hebben tot de satelliettelevisie in de Koerdische regio’s en het bezitten van een exemplaar niet zonder risico was/is, doet men er alles voor om een satelliet te kunnen bemachtigen. Zo is bekend dat mensen waardevolle bezittingen verkochten om een satelliet te kunnen betalen. Indien men er om de een of andere reden geen kon bemachtigen, keek men toch op plaatsen waar men er wel eentje had. Algauw werd televisie een uitermate sterk middel om het etnische bewustzijn van de Koerden te promoten en een nationale cultuur te creëren.

In het begin reageerden de Turkse autoriteiten niet mals op deze televisiehype van de Koerden. Ze vernielden de schotels en vervolgden de eigenaars. Zoals al eerder is besproken geweest op deze blog, deden ze er alles aan om de licenties van de Koerdische televisie ongedaan te maken. Verscheidene diplomatische initiatieven werden gelanceerd die, hoewel ze soms resultaat opleverden, uiteindelijk niet in hun opzet slaagden. Wanneer in een licentie werd ingetrokken, dook er ergens anders een nieuwe Koerdische zender op. We kunnen dus besluiten dat de Koerden in dit dispuut het laatste woord hebben gekregen. De Turkse regering heeft officieus zijn nederlaag toegegeven: zij zijn niet in staat de Koerdische uitzendingen stil te leggen.

Bovendien had deze strijd vaak een averechts effect, het heeft de Koerdische nationale identiteit alleen maar versterkt en de aandacht getrokken van de internationale opinie in het voordeel van de Koerden.

Bronnen:

(1) Romano, D. (2006). The Kurdisch Nationalist Movement. p. 148

(2) Romano, D. (2006). The Kurdisch Nationalist Movement. p. 151

(3) Romano, D. (2006). The Kurdisch Nationalist Movement. p. 153



Het videofragment van het Arabische televisienetwerk Al-Jazeera, toont het debat tussen de Koerdische schrijver, Shirzad Adel Al-Yazidi en de Jordaanse schrijver, Ibrahim Al-Alarsh op 9 oktober 2007.

De discussie behandelt de Koerdische Autonome Regio. Al-Yazidi weerlegt de claims van Koerdische afscheiding en, uit naam van het hele Koerdische volk, pleit hij voor een federaal systeem waarin Koerden en Arabieren in vreedzame coëxistentie samenleven. Met de val van de Iraakse dictator Sadam Hussein en de Ba’th republiek is er immers een einde kunnen komen aan het fascistische, gecentraliseerde en criminele regime. Hierop beschuldigt Al-Alarsh de Koerden ervan te collaboreren met Israël en met alle andere vijanden van Irak, zoals de Verenigde Staten. Hij spreekt van Zionistische infiltratie en het deporteren van Arabieren, Turken, Assyriërs en Yazidiërs. Bovendien nemen de Koerden Kirkuk en haar olierijke gronden in. Meer autonomie voor Koerden zou kortom leiden tot een opdeling van Irak, Syrië, Turkije en Irak en zou de implementatie van het Zionistische complot betekenen. Al-Yazidi wijst hen er echter op dat de Koerdische zaak reeds bestond voor Israël en dat hij ervan overtuigd is dat de Koerden geen enkele relaties onderhouden met Israël in tegenstelling tot andere Arabische landen. De gemoederen lopen hoog op en Al-Alarsh insinueert zelfs dat hij de Koerdische en Joodse genocide te ontkennen. Hij is er daarenboven van overtuigd dat het Ba’th regime het enige regime was in de regio die de Koerdische nationaliteit erkende en dat de Koerden van enige autonomie konden genieten. Maar wanneer Al-Yazidi verwijst naar de val van Sadam Hussein en zijn regime, kan het schelden pas beginnen.

Het internet is een tweede spectaculaire ontwikkeling binnen het media landschap van de Koerden. Het opent een bron van nieuwe mogelijkheden die verreikende gevolgen kunnen hebben. Zoals reeds werd aangehaald door mijn blogcollega’s is het aantal Koerdische websites extreem snel gegroeid de laatste jaren en de aard van informatie die ter beschikking wordt gesteld, is sterk uiteenlopend. Van Koerdische muziek, slideshows over de geschiedenis van Koerdistan, politieke propaganda tot het voorlezen van verbannen boeken. Het geeft ook een impuls aan de onwikkeling van een moderne standaardtaal (Van Bruinessen, 2000). Zoals het filmfragment aantoont, kunnen Koerden hun nationalistische programma en hun culturele en politieke eisen uitleggen en verdedigen. Het is een efficiënte manier om over de Koerdische kwestie te berichten aan zowat de hele wereld.

Toch brengt het internet enkele problemen met zich mee. Zoals het filmpje demonstreert kan het zeer polariserend werken. Het internet kent geen grenzen; elke mening kan men er op kwijt. Bovendien is het ook mogelijk om anoniem te blijven. Dit heeft tot gevolg dat het internet een wildgroei aan meningen bevat zonder enige consistentie of coherentie. Komt dit de Koerdische zaak wel ten goede? Hoewel er zowel uit de politieke, economische, culturele en nationalistische hoek stemmen komen die het Koerdische verhaal compleet maken, worden deze telkens weer blootgesteld aan kritiek en extreme opvattingen. Ter illustratie, onder elk Youtube filmpje is het mogelijk om je eigen “bescheiden” mening te geven. Onder bovenstaand fragment kan men dit lezen: ‘These Kurds I mean mountain rats are from Iran. But since they are traitors, they don’t want to admit their origin.’ Hoewel men individueel de waarde van zo’n uitspraken moet beoordelen, kunnen dergelijke extreme uitspraken, of zeg ik uitspattingen, gevolgen hebben en percepties van lezers veranderen.

Pluraliteit is per definitie aan te moedigen, maar het kan voor grote chaos zorgen. In het geval van de Koerdische diaspora en het verlangen om een ééngemaakt Koerdistan te vormen, lijkt het bovendien zeker belangrijk een coherente en consistente boodschap naar buiten te dragen. Hoewel dit misschien een mission impossible lijkt, ontbreken er toch enkele goed uitgebouwde en coherente websites of filmfragmenten over de Koerdische kwestie op het net die diverse boodschappen en Koerdische achtergronden expliciteren.

Hier steekt echter een nieuw probleem de kop op. Wie kan de gelegitimeerde samensteller zijn van dergelijke consistente informatie? In het filmpje claimt de Koerdische schrijver dit recht op, maar waarschijnlijk spreekt hij slechts voor een deel van de Koerdische gemeenschap, al gaat het maar om een geografisch verschil.

Meer nog dan de kritiek op Koerdische bijdragen op het web, dienen deze bijdragen zelf in vraag gesteld te worden en de mate waarin ze een consequent beeld van de Koerdische kwestie naar buiten brengen. Er dient wel rekening gehouden te worden met interne verschillen binnen de Koerdische diaspora. Hoewel het internet een uiterst belangrijke rol gespeeld heeft in de internationale gewaarwording van het Koerdische probleem, moet men echter de verwarrende en chaotische variëteit aan meningen stroomlijnen zodat een duidelijke boodschap naar buiten wordt gebracht.  Bovenal is het van belang dat het internet met de nodige kritische geest wordt bekeken.

Geraadpleegde literatuur:

Al Jazeera (9 okbtober 2007). Kurdish and Arab writers debate about Kurdistan, geraadpleegd op http://www.youtube.com/watch?v=afBaqY2m6aA op 19 december 2008.

Van Bruinessen, M. (2000). Transnational aspects of the Kurdish question. Firenze: Robert Schuman Centre for Advanced Studies.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.