“Kurdistan, the Other Iraq”. Op de Amerikaanse zenders kon men in 2006 deze reclamespots zien, die de stabiliteit van het Irakese Koerdistan in het licht stellen.

Het doel is om (Amerikaanse en Britse) investeerders te lokken. De publicitaire campagne werd gelanceerd door de Koerdische administratie in het noorden van Irak en bevat een aantal reclamespots die vanaf juli 2006 op de Amerikaanse zenders te zien waren. Het contract tussen het Amerikaans mediabedrijf Russo, Marsh and Rogers (RM&R) en de Irakese regering loopt over verschillende jaren en voorziet een budget van miljoenen dollars. Één van de filmpjes begint met “Thank you America for democracy”. Men legt dan uit dat Koerdistan zeer tevreden is met de vrede en de veiligheid die dankzij Amerikanen verkregen werd. Een ander filmpje legt uit dat naast de soldaten van de coalitie, er reeds geëxperimenteerde veiligheidsorganisaties bestonden. De Arabieren, Koerden en Westerlingen kunnen er zo samen gezellig hun vakanties doorbrengen. In de derde spot leggen investeerders uit dat men hier niet enkel een vlieghaven helpt bouwen, maar ook democratie, dat men investeert in toekomst, hoop, dromen etc. De filmpjes willen aantonen dat commerciële en industriële groei bestaat in de regio, en dat geen enkele soldaat van de coalitie er gestorven is sinds het begin van de oorlog in Irak. Uiteraard bestaan dan ook Britse versies van deze reclamespots, waar de Koerden hun dankwoorden naar de Britten richten.

www.theotheriraq.com

www.theotheriraq.com

Have you seen the Other Iraq?

It’s spectacular.
It’s peaceful.
It’s joyful.
Fewer than two hundred US troops
are stationed here.
Arabs, Kurds and westerners all vacation together.

Welcome to Iraqi-Kurdistan!

The people of Iraqi-Kurdistan invite you to discover their peaceful region, a place that has practiced democracy for over a decade, a place where the universities, markets, cafes and fair grounds buzz with progress and prosperity and where the people are already sowing the seeds of a brighter future. (www.theotheriraq.com)

De situatie blijkt echter niet zo rooskleurig te zijn als in de reclamespots, maar ook in officiële discours wordt geschetst. Wanneer Amerika Irak binnenviel, stortte het regime van Sadam Hussein in elkaar. Na jaren repressie en menselijke drama’s opende zich een toekomst vol hoop voor de Irakese Koerden. Als men op het veld gaat merkt men echter dan de situatie moeilijk is, en dat de burgers kritisch zijn. Ze beschuldigen hun leiders ervan corrupt te zijn. Deze denken enkel aan macht en houden weinig rekening met de publieke opinie. Koerdistan is in Irak bijna een onafhankelijke staat. Het politieke leven wordt er gedomineerd door twee partijen, de Democratische Partij van Koerdistan van Massoud Barzani, en de Patriottische Unie van Koerdistan van Jalal Tabani. De twee partijen blijken alles te controleren en schakelen over tot geweld in hun drift naar macht en rijkdom.

Met beperkte  economische en sociale rechten kunnen de burgers moeilijk hun politieke rol spelen, en dus invloed uitoefenen op politieke beslissingen. In verschillende steden is toegang tot water en elektriciteit moeilijk, en bestaat watervervuiling dat tot ziektes kan leiden (zoals men afgelopen weken hebben gezien in Zimbabwe). Het budget van het Irakese Koerdistan is nochtans groot, o.a. door het regionale deel van de winsten op export van olie, maar dit geld wordt zelden gebruikt om onderontwikkeling weg te vegen. Er ontstaat een scheiding tussen de gewone burgers en de politieke elite. Beide partijen beweren voor het nationale goed te werken, maar de burgers zelf spreken over corruptie, patronagesystemen en favoritisme. De partijen, de clans en de families zijn zodanig verbonden dat het moeilijk wordt om het werkelijke politieke landschap te onderscheiden. Er bestaan wel wetten en instituties, maar de contradictie tussen de teksten en de werkelijkheid lijkt groot. En zo werd het enthousiasme van zelfbeschikking vervangen door neerslachtigheid …

 

www.theotheriraq.com

www.azady.nl/news.php?readmore=3127

www.cbsnews.com/stories/2007/02/16/60minutes/main2486679.shtml

http://nl.youtube.com/watch?v=MTLlEJGlC4U

 

 

Vermeiren, 27 december 2008. Turkse omroep start Koerdisch Tv-kanaal. Geraadpleegd op 27 december 2008 op www.deredactie.be

Met als motto ”We live under the same sky” start vanaf 1 januari 2009 TRT 6, een tv-kanaal van de Turkse openbare omroep TRT volledig toegewijd aan uitzendingen in het Koerdisch. Het initiatief is niet nieuw, maar mag deze keer rekenen op (gematigd) optimisme vanuit de Koerdische gemeenschap binnen en buiten Turkije. De Koerdische broadcasting van TRT start in 2004 met het aannemen van legale amendementen door het Radio and Television High Counsil, waarbij TRT toestemming krijgt om in locale talen en dialecten uit te zenden. De geringe uitzendtijd en het ongepaste tijdstip van deze programma’s leidt echter tot het falen van zulke projecten. De Koerden blijven liever naar de (illegale) Koerdische zenders kijken, die vanuit het buitenland werken (zoals RojTV in België en Denemarken o.a.).

Deze keer is de visie anders. De bedoeling is dat TRT 6 een volledig Koerdische zender wordt, met 24 uur uitzendtijd per dag. In eerste instantie zullen de uitzendingen voornamelijk in het Kurmanji-dialect gebeuren, maar andere Koerdische dialecten zouden ingebracht moeten worden na verloop van tijd. Het moet een familiale zender worden met veel aandacht voor cultuur, entertainment, etc. Verschillende Koerdische artiesten uit de muziekwereld (o.a. Shivan Perwer en Ciwan Haco) maar ook schrijvers en dergelijke werden in dit opzicht betrokken bij het testen en de uiteindelijke lanceren van de zender. TRT 6 moet een open zender worden, met toegang voor iedereen onder dezelfde voorwaarden, die iedereen gelijk behandelt. Het moet een zender worden zonder politieke of ideologische inmenging.  In een interview met krant Zaman legt Directeur Generaal van TRT Ibrahim Sahin uit : “In the constitution, article 2954 clearly indicates our principles, missions and lines and with the condition of remaining in these boundaries, our colleagues will freely be able to say, speak and produce whatever they want”. Er zijn dus in principe constitutionele garanties die enigszins culture en taalrechten van de Koerdische gemeenschap in Turkije erkennen. De zender moet een instrument worden in het behoud van de Koerdische cultuur en talen, die op die manier de culturele diversiteit van Turkije op het scherm moet brengen.

Andere, minder officiële redenen kunnen gevonden worden voor het opstarten van TRT 6. In hetzelfde interview met Zaman meldt Sahin : “If we don’t set up this channel, people with bad intentions and those who have ambitions on Turkey are influencing these people with their broadcasts. I believe that broadcasting in one’s mother tongue is a human rights and TRT will fulfill this necessity”. In deze zin vindt men de Turkse vrees voor de Koerdische zenders die van het buitenland functioneren terug. Door Ankara werden deze steeds gezien als instrumenten voor propaganda van de terreurafdeling van de Koerdische arbeiderspartij, de PKK, die strijd voeren tegen de Turkse staat. Het is duidelijk dat de Turkse staat op verschillende manieren heeft getracht deze kanalen monddood te maken. Echter, het effect van deze legale, militaire en andere acties bleef beperkt om verschillende redenen. Hier kan dus geargumenteerd worden dat het uitbrengen van een Koerdische zender op de Turkse mediamarkt misschien wel de slimste/sluwste zet is van de regering, die zo de invloed van de nationalistische Koerdische media kan inperken.

Een ander argument stelt vast dat de verkiezingen in april nabij zijn, en dat dit een zet kan zijn van premier Ergodan om Koerdische stemmen te rapen. De AK-partij van de premier haalt in heel het land de meeste stemmen, behalve in de Koerdische regio waar Koerdische politici de macht kunnen behouden. Ergodan zou op deze manier het tij willen keren. Ook moet men vaststellen dat i.v.m. de kandidatuur van Turkije voor E.U.-lidmaatschap dit een slimme zet kan zijn, aangezien de E.U. de ontwikkeling van minderheden in Turkije graag ziet gebeuren.

Over het algemeen kan men stellen dat de lancering van TRT 6 goed ontvangen werd in de Koerdische gemeenschap. Toch blijven een aantal vragen belangrijk. Het idee dat deze Koerdische zender door de Staat gecontroleerd wordt ligt moeilijk, daar nog vele Koerden de zender zien als mondstuk van de Turkse (vijandige) Staat. De pro-Koerdische politici wachten ook af hoe opgesloten PKK-leider Abdullah Öcalan afgetekend zal worden. Toch zijn veel Koerden van mening dat dit een belangrijke stap kan zijn richting democratisering en erkenning van culturele en taalrechten voor Koerden in Turkije, ook al is er nog steeds maar één officiële taal in Turkije …

 

Video lancering TRT 6 : www.netkurd.com/webtv/mezeke.asp?id=132

Reacties : http://www.turkishweekly.net/news/62466/turkey-kurds-welcome-the-kurdish-trt-broadcasting.html

http://www.kurdmedia.com/article.aspx?id=15316

http://www.trt.net.tr/International/newsDetail.aspx?HaberKodu=3e844f94-063a-4bc2-a007-176e18708c7d

 

Eriksen, T.H., 2007. Nationalism and the Internet, in: Nations and Nationalism, nr. 13, 2007, 1-17.

 

De auteur bouwt in dit artikel verder op het onderzoek van Ernest Gellner rond het concept van ‘nationalisme’. Centraal in Gellner’s argumentatie is dat nationalisme de natiestaat heeft helpen creëren, en niet omgekeerd. Hij bouwt een theorie uit van territoriaal gebonden identiteitsvorming. Het is logisch dat nationale identiteiten voornamelijk territoriaal verbonden zijn. Toch merkt de auteur dat daar waar natiestaten gebonden blijven tot hun territorium, cultuur, politiek, economie, mensen en structuren van macht deze verbondenheid aan de grenzen kunnen overstijgen. De territoriale integriteit van de natiestaat is niet langer een voorwaarde voor een werkende unificerende nationale identiteit. Nu blijkt het interessant om in het licht van deze ideeën de rol van het Internet te analyseren. Naties die hun territorium kwijt zijn, die om politieke redenen verspreid werden, etc. verschijnen op het Internet, met duidelijke doeleinden. “In the global era of movement and deterritorialisation, the Internet is used to strenthen, rather than weaken, national identities” (1).

We leven in een tijdperk dat gekenmerkt kan worden door migraties, transnationalisme, etc. Gellner  haalde het concept van ‘diasporanationalisme’ aan, “a distinctive, very conspicious and important sub-species of nationalism” (2). De factoren die nationalisme drijven en loyaliteit scheppen bij de aanhangers van de natie zijn vandaag grensoverschrijdend. In deze processen blijken de nieuwe communicatietechnologieën een belangrijke rol te spelen. Hierbij ontstaat het fenomeen van “virtueel nationalisme”. De auteur argumenteert dat aangezien immigranten nooit volledig geassimileerd kunnen worden, deze complexe en kwetsbare gemengde identiteiten vormen. In deze situatie vormen de transnationale netwerken met mensen van hun oorspronkelijke locatie een alternatief of een aanvulling voor hun onvolledig lidmaatschap bij een natiestaat. De vele migraties en de nieuwe communicatietechnologieën “create new conditions for collective identity management” (3).

Eriksen onderscheidt centrifugale en centripetale krachten bij dit proces :

-          McLuhan en het concept van ‘global village’ : de gemeenschap met dewelke individuen zich kunnen identificeren kan eveneens, en voor het eerst in de geschiedenis de hele wereld omvatten.

-          Individualisme : het resultaat van modernisering leidt ons tot de conclusie dat gemeenschappen alsmaar bescheidener worden.

Dit lijkt in eerste opzicht tot een paradox te leiden maar volgens de auteur is er geen contradictie tussen het individualisme en de groei van abstracte gemeenschappen, integendeel. We leven in een situatie gekenmerkt door complexiteit, waarbij heterogeniteit de norm is, en monoculturalisme de uitzondering. Tegelijk blijven belangrijke machten werken tegen ordeverstoring en het afbreken van grenzen.

Internet wordt dus gezien als een “re-embedding technology”. Het kan nationale identiteiten reproduceren over grote afstanden om mensen te verenigen in virtuele gemeenschappen.  Eriksen onderscheid drie vormen van communicatie via het Internet :

(1)    Unilateraal – gebruik als massamedium

(2)    Bilateraal

(3)    Tussenliggende vormen

Al deze vormen van communicatie worden gebruikt door organisaties, groeperingen en individuen met nationalistische politieke agenda’s. “Internet is becoming the major medium for consolidation, strengthening and definition of collective identities, especially in the absence of a firm and institutional base” (4).

De Koerden vormen één van de grootste etnische groepen die nooit een natiestaat onder hun controle hebben gehad. De Koerdische diaspora is uitgestrekt en vormeloos. Ze hebben geen communicatie-infrastructuur in hun land(en) van herkomst. Als antwoord op deze nood hebben Koerden in het buitenland talrijke media tot leven gebracht. Deze dienen om een collectieve identiteit op te bouwen, maar eveneens om de Koerdische kwestie wereldwijd bekend te maken. Lacking a state, the task of creating a Kurdish civil society and collective identity is largely left to private entreprise” (5). Daar het grootste deel van de Koerdische elite gevlucht is naar het buitenland, is Internet het perfecte medium geworden voor het verspreiden van informatie voor Koerden, maar ook voor de versterking van de Koerdische identiteit. Zonder deze nieuwe communicatietechnologieën, zou de creatie van een gevoel van ‘behoren tot de gemeenschap’ in deze situatie veel ingewikkelder zijn. In deze context van diaspora en van onvolledige integratie helpt Internet bij het scheppen van een gevoel van sociale cohesie, en van culturele integratie. Het creëert een vorm van identificatie. “ Virtual nations on the Internet can serve both as a compensation for the nation they have lost, and as rallying-points for future and imminent political action” (6). Het is belangrijjk te noteren dat de auteur onderscheid maakt tussen verschillende vormen van gebruik van het medium door diasporas, in functie van hun relatie tot nationalisme. Het is duidelijk dat niet elke website, youtube-film e.a. oproepen tot politieke actie. Het punt is hier dat het medium opportuniteiten schept voor onafhankelijkheidsstrijd in absentia, en dat deze ook benuttigd worden door de Koerdische diaspora.

 

 

(1)    Eriksen, p.1

(2)    Gellner 1983 : 101

(3)    Eriksen, p. 6

(4)    Eriksen, p.8

(5)    Eriksen, p.9

(6)    Eriksen, p. 12

Voices for freedom: Het belang van muziek in de Koerdische diaspora

In deze post wil ik aan de hand van twee filmpjes het belang dat door de Koerden aan muziek wordt gehecht illustreren. Muziek geeft het Koerdische volk de mogelijkheid om hun strijd naar erkenning en vrijheid op een aparte manier te verwoorden. Ook in de diaspora zetten Koerden hun muzikale traditie verder. Daar probeert men nieuwe kansen en mogelijkheden te benutten die in de landen van herkomst meestal moeilijk te verwezenlijken waren. Zoals de Koerdische diaspora een nieuwe dimensie heeft gegeven aan bijvoorbeeld de ontwikkeling van de geschreven Koerdische taal, de Koerdische literatuur (1), zo heeft ze ongetwijfeld ook de ontwikkeling van de Koerdische muziek positief beïnvloedt.

Muziek speelt al sinds oudsher een belangrijke rol in de Koerdische diaspora. Reeds in de 9de eeuw emigreerde Ziryab,* een groot Koerdisch zanger en dichter, uit het Koerdische Irak naar Spanje. In de emigratie richtte hij een muziekschool op en werd hij bekend omwille van een nieuw, uniek en invloedrijk muzikaal genre, de Klassieke Andalusische muziek. Het is algemeen aanvaard dat Ziryab hier de grondlegger van is geweest (2).

Tot op de dag van vandaag verlaten veel Koerdische artiesten – al dan niet gedwongen – hun vaderland om hun geluk te beproeven in de diaspora. Muziek draagt aldaar in grote mate bij tot een sterker Koerdische bewustzijn. Een bijdrage leveren tot dit bewustzijn wordt dan ook door veel Koerdische artiesten als een morele verplichting beschouwd. Ook de coryfee van de Koerdische muziek, Siwan Perwer, deelt deze mening (3). Oorspronkelijk zong hij in het Turks, waar hij overigens in Turkije tot verplicht was, maar op zijn 20ste besluit hij zijn Koerdische achtergrond niet langer op de achtergrond te laten in zijn liederen. Steeds meer begaan met het lot van de Koerden – vooral in zijn vaderland Turkije – gaat hij zich ten volle wijden aan de Koerdische belangen en sindsdien bezingt hij deze in het Koerdisch. Niet lang daarna werd hij verbannen uit Turkije en nu leeft hij al 32 jaar in ballingschap. In de diaspora heeft hij zijn positie en zijn verzet kunnen versterken. Hiermee vormt hij een mooi voorbeeld van het feit dat moderne communicatiemiddelen ervoor kunnen zorgen dat de “voice” en “exit” van de hedendaagse emigrant niet meer exclusieve keuzes hoeven te zijn maar perfect complementair kunnen zijn. (zie wetenschappelijk artikel van Elien) In de hoedanigheid van een protestzanger heeft hij steeds meer bekendheid verworven in de diaspora alsook in Turkije. In zijn liederen wilt hij protesteren tegen de uitsluiting van de Koerden in zijn geboorteland, Turkije, maar ook in de rest van de wereld. Hij is uitgegroeid tot hét symbool van de Koerdische diaspora: elke Koerd in de diaspora kent hem, heeft zelfs een cassette met zijn muziek, in elk ontmoetingcentrum hangt zijn foto (4).

In bovenstaand filmpje zien we hoe hij de Koerden samenbrengt op een concert in het Duitse Wüppertal.

Naast deze alom bekende, traditionele bijna “transnationale bard”, vinden de jongste jaren ook steeds meer jonge Koerden hun weg naar muziek. Met name Koerdische rappers schieten in West-Europa als paddenstoelen uit de grond. In Duitsland zijn rappers zoals Serhado en Azat ontzettend populair. Ook in Nederland is bijvoorbeeld Hozan Salayi, beter bekend als Ozie-N, vaak te zien op de Koerdische televisie en Koerdische feesten. Hoewel het Koerdische bewustzijn logischerwijze niet meer zo diep ingeworteld is als bij de eerste generatie van de Koerden in het buitenland, is er bij deze artiesten vaak ook nog een engagement merkbaar voor de Koerdische kwestie. Al geeft Ozie-N bijvoorbeeld toe dat hij liever swingende feestmuziek maakt, voornamelijk in het Engels zingt en zich op een carrière concentreert, toch ziet ook hij het als zijn ‘plicht’ om met zijn muziek bij te dragen aan de Koerdische kwestie. Zo zong hij in maart van dit jaar onder andere op de twintigjarige herdenking van Halabja in Delft (5). Deze jonge artiesten vinden bovendien steeds gemakkelijker hun weg naar de moderne communicatiemiddelen zoals het internet om hun muziek te promoten. Hun muziek wordt gekenmerkt door een opvallende mix van traditionele Koerdische muziek en Westerse muziekstijlen, voornamelijk hiphop en rap, zoals duidelijk blijkt dit tweede filmpje.

Het illustreert volgens mij voortreffelijk de dubbele cultuur van deze jongeren, ze stellen hun dagelijkse leefwereld alsook hun Koerdische achtergrond voor. Er zijn beelden te zien uit de regio Hewraman in ‘Koerdistan’ en van de straatcultuur van deze jongeren in het Westen. Er wordt gezongen in het Engels en in het Duits maar ook in het Soranî.**

We kunnen besluiten dat muziek een belangrijk medium is dat de Koerden zowel in als buiten de diaspora samenbrengt. Artiesten bezingen niet enkel de Koerdische culturele waarden, ook roepen zij in hun muziek zowel jong en oud op om belang te hechten aan hun Koerdische identiteit. Enkele jaren geleden op een Newruz-feestje*** in Berlijn zong een jonge Duits-Koerdische rapper de volgende woorden: “yek- do – sê- çar – Kurdî beje!” (één – twee - drie – vier – spreek Kurdisch! ). Via zijn muziek wou hij de Koerdische jeugd aansporen om in de diaspora de gemeenschappelijke moedertaal niet uit het oog te verliezen. (6)

*Onder deze bijnaam werd hij bekend, officieel heette hij “Abu l-Hasan /Ali Ibn Nafi” of in het Koerdisch “Zorab”.

** Het Soranî is een Koerdisch dialect dat in Iraans en Iraaks Koerdistan wordt gesproken door ongeveer zes miljoen mensen.

*** Newruz is het Koerdische/Iraanse Nieuwjaar dat gevierd wordt op 21 maart.

Bronnen:

(1) Website van het Koerdisch Instituut te Parijs, The Kurdisch diaspora, http://www.institutkurde.org/en/kurdorama/

(2) Kugay, K. (2007). The way of Kurdisch Music. http://findarticles.com/p/articles/mi_m1197/is_/ai_n19295994

(3) Tassier, M. Siwan Perwer zingt omdat het zijn plicht is. De standaard, 2004, 31 juli. http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=GSO7O5OE

(4) Dit is gebaseerd op Tassier, M. Siwan Perwer zingt omdat het zijn plicht is. De standaard, 2004, 31 juli. http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=GSO7O5OE, Danckaers, T. Muziek is de metgezel van elke Koerd. MO* 2006, 28 maart. http://www.mo.be/index.php?id=61&tx_uwnews_pi2[art_id]=462 en Vantyghem, P. Pleidooi om binnen te mogen. De standaard, 2000, 15 januari. http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=DST15012000_037&word

(5) Zozan, A. (2008). Ozie-N maakt liever swingende feestmuziek. (interview met Ozie-N) http://www.azady.nl/articles.php?article_id=536

(6) Christensen, D. (2007). Music in Kurdish Identity Formations. http://www.mcm.asso.fr/site02/music-w-islam/articles/ChristensenKurds-2007.pdf

Bespreking van populair artikel Kurdistan unbound, Christopher Farah

Ondanks het feit dat de twee miljoen Syrische Koerden de grootste etnische minderheid vormen van Syrië, worden ze door de Syrische autoriteiten niet als een minderheid erkend. Het Syrische staatsburgerschap wordt hun doorgaans onthouden. Hieruit volgt dat zij vaak het slachtoffer zijn van discriminatie. Zoals bovendien blijkt uit verscheidene onderzoeken van Amnesty International worden hun rechten stelselmatig geschonden (1). Met protestacties in het Koerdische deel van Syrië, wordt dan ook gewoonlijk snel komaf gemaakt. De opstandelingen, worden (vaak) letterlijk en figuurlijk monddood gemaakt.

In zijn artikel bespreekt Farah hoe Koerdische supporters na een voetbalmatch slaags raken met Arabische supporters. Deze krijgen met de hulp van de Syrische politie de Koerden snel klein. Er vallen 30 doden. Later krijgt het conflict een vervolg in de vorm van wekenlange protestacties in andere Koerdische gebieden. Intussen heeft het ook zijn intrede gevonden op internationaal niveau hoofdzakelijk door toedoen van het medium internet. De grote toename in Koerdische websites, waarop de gebeurtenissen als het ware ‘live’ te volgen waren, zorgde er volgens Nijyar Shemdin – de vertegenwoordiger van het Kurdistan Regional Government in de VS – voor dat “Koerden over de hele wereld de situatie volgden op het internet en hun ongenoegen uitten door te betogen voor ambassades”(2).

We zien dus dat het internet de Koerden over de hele wereld verenigd. Op dit medium werd het conflict eerst in een virtuele versie vertaald, waarna het ook getransformeerd werd in reëel verzet. Met andere woorden: het internet vergroot zowel de mogelijkheden aan de Koerden in “Koerdistan” als de gebieden buiten “Koerdistan”. Daar waar de Koerden ter plaatse informatie naar de buitenwereld zullen toesturen, zullen de Koerden in de diaspora hun strijd wereldwijd kenbaar maken en zo nodig ook aanvullen: samen kunnen ze door middel van het moderne medium strijden voor hun gemeenschappelijke belang, ieder zijn eigen mogelijkheden benuttend. Het internet verenigt de Koerden over het de wereld en maakt bovendien hun strijd beslist zichtbaarder op het internationale forum.

Hieraan zijn volgens de auteur ook enkele neveneffecten aan verbonden. Het internet, zo merkt hij op, wordt immers niet enkel als informatiebron over belangrijke (hedendaagse) gebeurtenissen gebruikt. Bijkomend bieden veel Koerdische websites de surfers ook een soort van “virtueel land” aan. De creatie van deze utopie wendt hun aandacht af van het oorspronkelijke streven naar een onafhankelijk Koerdistan. Zo merkt de oprichter van KurdTeens (een site voor jonge Koerden) Bryar Fattah, bijvoorbeeld op “We sometimes feel like each website is like a city from the Kurdish cities. Our virtual Koerdistan is not on the ground. It’s in our minds.”(3) Het wendt hun niet alleen af van de realiteit, het internet biedt hen ook de mogelijkheid om allerlei, vaak tegenstrijdige inzichten, te bediscussiëren. Deze tegenstrijdige ideeën zijn het natuurlijk gevolg de verschillende achtergrondsituaties en ervaringen die Koerden in de diaspora hebben. Ze zijn afkomstig van verschillende landen, ze zijn in verschillende landen terechtgekomen, men heeft verschillende belangen, die mede afhankelijk worden gemaakt van de uiteenlopende relaties die bepaalde landen hebben met de plaatselijke overheden in de Koerdische gebieden. Dit leidt soms tot tegenstrijdige ideeën over een mogelijke Koerdische staat. In een aanverwant artikel schrijft Denise Natali hierover “The asymmetrical nature of transnational networks has further constrained the possibilities of Kurdish statehood.” (4).

Farah stelt dat het internet langs de ene kant samenbrengt en democratiseert maar langs de andere kant ook de verschillen in de verschillende diaspora gemeenschappen in de verf zet. Deze verschillende opinies kunnen verdeeldheid tussen de Koerden in de hand werken en dusdanig de Koerden van hun oospronkelijke doel afleiden.

Zoals Myria Georgiou in haar paper: “Diasporic Communities On-Line: A Bottom Up Experience of Transnationalism” treffend concludeert: “there is a need to be sensitive both to the possibilities of exclusion and segregation, as well as to the possibilities of the Internet furthering and democratising diasporic communication.”(5)

Bronnen:

(1) Suri, Sanjay. (2005) Torture and Oppression of Kurds in Syria, http://www.antiwar.com/ips/suri.php?articleid=5142

(2) Farah, Christopher. (2004) Kurdistan unbound, http://archive.salon.com/tech/feature/2004/04/07/online_kurdistan/index.html

(3) Farah, Christopher. (2004) Kurdistan unbound, http://archive.salon.com/tech/feature/2004/04/07/online_kurdistan/index.html

(4) Denise, Natali. (2004) Transnational Networks: New Opportunities and Constraints for Kurdisch Statehood, http://findarticles.com/p/articles/mi_qa5400/is_200404/ai_n21347136/pg_2?tag=artBody;col1

(5) Georgiou, M. (2002) Diasporic Communities On-Line: A Bottom Up Experience of Transnationalism, http://www.lse.ac.uk/collections/EMTEL/Minorities/papers/hommesmigrations.doc

Bespreking van wetenschappelijke tekst: uit “The Kurdisch Nationalist Movement” (2006) van David Romano pg.147 – 159.

Romano stelt in zijn boek de Koerdische kwestie op een erg verhelderende en interessante manier voor. In deze post bespreek ik slechts een deel uit het vierde hoofdstuk van zijn boek, namelijk “State media, information monopolies and insurgent media”. Hierin geeft hij aan de hand van veel interessante voorbeelden een voorstelling van de manieren waarop Koerden, in Europa en in het Midden Oosten media benut hebben / benutten voor de Koerdische kwestie en hoe deze media aldus een voedingsbodem vormt voor de ontwikkeling van hun nationale identiteit.

De Turkse politiek ten opzichte van de Koerdische minderheid kan op veel vlakken repressief genoemd worden. Ik beperk me hier tot het vermelden van twee interessante voorbeelden om deze politiek inleidend te illustreren. Op andere posts op deze blog gaat men al dieper in op deze Turkse politiek. Media, die door de Koerden gebruik werd om hun nationale identiteit te promoten werden door de Turkse autoriteiten altijd streng gecontroleerd en vaak zelfs verboden verklaard. Zelfs in het jaar na de eerste Turkse toetredingsonderhandelingen met de Europese Unie, heeft RTUK (Turkeys Supreme Board of Radio and Television) in totaal 704 dagen van 62 verschillende televisiezenders en 3889 dagen van 67 verschillende radiozenders uit de ether gehaald (1). Tevens werd ook de bekende film “Braveheart” door de bovenstaande instelling afgestempeld als een overbodige luxe voor de Koerden. Het zou hen immers kunnen inspireren tot een gelijkaardige opstand in Turkije.

De opkomst van nieuwe communicatiemiddelen brengen veel veranderingen voor de Koerdische onderdrukking. In de eerste plaats breken ze het monopolie van (Turkse) autoriteiten in het verschaffen van informatie. Dankzij de grotere toegankelijkheid van communicatiemiddelen kunnen ook steeds meer Koerden hun kant van het verhaal bekend maken aan de buitenwereld. Op die manier kan een realistischere internationale opinie over de Koerdische kwestie gecreëerd worden. Koerden kunnen gebruik maken van media om deze te beïnvloeden. Clandestiene foto’s en video’s zijn zo bijvoorbeeld gebruikt geweest als overtuigende bewijzen voor de repressieve politiek. Zulke sensibiliseringscampagnes maken het mogelijk om steun te krijgen van verschillende organisaties zoals bijvoorbeeld mensenrechtenorganisaties.

Ten tweede kan met behulp van moderne communicatietechnieken de Koerdische cultuur verrijkt worden zowel in de diaspora als in de Koerdische regio’s. Zoals ik in mijn andere post al heb vermeld heeft vooral het internet de standaardisering van het Kurmanji beduidend versneld. De moderne communicatietechnieken zorgen er bovendien voor dat deze Culturele waarden ook terug hun weg vinden naar de Koerdische regio’s. Zo worden bijvoorbeeld pro-Koerdische kranten, zoals Ozgur Politika, die in Europa uitgegeven worden omdat ze in Turkije verboden zijn, terug gesmokkeld naar de Koerdische regio’s (2). Bovenstaande ontwikkelingen versterken de zogenaamde “Koerdische virtuele wereld”, waar ik in een andere post verder op inga.

De belangrijkste middelen die de ontwikkeling van de nationale Koerdische identiteit hebben beïnvloed zijn het internet en de (satelliet)televisie. Op het internet kan men alle soort van informatie publiceren onafhankelijk van het feit of ze wel of niet graag gezien zijn door de autoriteiten in de Koerdische gebieden. Helaas is de toegang tot (bepaalde sites op) het internet niet altijd even evident in de Koerdische regio’s. Toch baant de informatie zich, ondanks alle restricties, vaak een weg. Ook de e-mail is een goedkoop, gemakkelijk en moeilijk tegen te houden middel om ideeën en informatie uit te wisselen en te verspreiden over alle mogelijke onderwerpen. De satelliettelevisie is wellicht het medium dat de Koerden het meest succesvol hebben benut en dat tegelijkertijd ook voor de Turkse autoriteiten als de grootste hinderpaal werd ervaren. De Koerden worden niet voor niets weleens de “televisie natie” genoemd (3). De satelliettelevisie gaf de Koerden een machtig instrument ter beschikking dat de censuur en controle in landen zoals Turkije gemakkelijk kon omzeilen. Daarenboven kan het medium vrijwel alle kijkers aanspreken ongeacht de leeftijd, gender, religie, enz. Ondanks het feit dat het niet altijd even gemakkelijk was om toegang te hebben tot de satelliettelevisie in de Koerdische regio’s en het bezitten van een exemplaar niet zonder risico was/is, doet men er alles voor om een satelliet te kunnen bemachtigen. Zo is bekend dat mensen waardevolle bezittingen verkochten om een satelliet te kunnen betalen. Indien men er om de een of andere reden geen kon bemachtigen, keek men toch op plaatsen waar men er wel eentje had. Algauw werd televisie een uitermate sterk middel om het etnische bewustzijn van de Koerden te promoten en een nationale cultuur te creëren.

In het begin reageerden de Turkse autoriteiten niet mals op deze televisiehype van de Koerden. Ze vernielden de schotels en vervolgden de eigenaars. Zoals al eerder is besproken geweest op deze blog, deden ze er alles aan om de licenties van de Koerdische televisie ongedaan te maken. Verscheidene diplomatische initiatieven werden gelanceerd die, hoewel ze soms resultaat opleverden, uiteindelijk niet in hun opzet slaagden. Wanneer in een licentie werd ingetrokken, dook er ergens anders een nieuwe Koerdische zender op. We kunnen dus besluiten dat de Koerden in dit dispuut het laatste woord hebben gekregen. De Turkse regering heeft officieus zijn nederlaag toegegeven: zij zijn niet in staat de Koerdische uitzendingen stil te leggen.

Bovendien had deze strijd vaak een averechts effect, het heeft de Koerdische nationale identiteit alleen maar versterkt en de aandacht getrokken van de internationale opinie in het voordeel van de Koerden.

Bronnen:

(1) Romano, D. (2006). The Kurdisch Nationalist Movement. p. 148

(2) Romano, D. (2006). The Kurdisch Nationalist Movement. p. 151

(3) Romano, D. (2006). The Kurdisch Nationalist Movement. p. 153



Het videofragment van het Arabische televisienetwerk Al-Jazeera, toont het debat tussen de Koerdische schrijver, Shirzad Adel Al-Yazidi en de Jordaanse schrijver, Ibrahim Al-Alarsh op 9 oktober 2007.

De discussie behandelt de Koerdische Autonome Regio. Al-Yazidi weerlegt de claims van Koerdische afscheiding en, uit naam van het hele Koerdische volk, pleit hij voor een federaal systeem waarin Koerden en Arabieren in vreedzame coëxistentie samenleven. Met de val van de Iraakse dictator Sadam Hussein en de Ba’th republiek is er immers een einde kunnen komen aan het fascistische, gecentraliseerde en criminele regime. Hierop beschuldigt Al-Alarsh de Koerden ervan te collaboreren met Israël en met alle andere vijanden van Irak, zoals de Verenigde Staten. Hij spreekt van Zionistische infiltratie en het deporteren van Arabieren, Turken, Assyriërs en Yazidiërs. Bovendien nemen de Koerden Kirkuk en haar olierijke gronden in. Meer autonomie voor Koerden zou kortom leiden tot een opdeling van Irak, Syrië, Turkije en Irak en zou de implementatie van het Zionistische complot betekenen. Al-Yazidi wijst hen er echter op dat de Koerdische zaak reeds bestond voor Israël en dat hij ervan overtuigd is dat de Koerden geen enkele relaties onderhouden met Israël in tegenstelling tot andere Arabische landen. De gemoederen lopen hoog op en Al-Alarsh insinueert zelfs dat hij de Koerdische en Joodse genocide te ontkennen. Hij is er daarenboven van overtuigd dat het Ba’th regime het enige regime was in de regio die de Koerdische nationaliteit erkende en dat de Koerden van enige autonomie konden genieten. Maar wanneer Al-Yazidi verwijst naar de val van Sadam Hussein en zijn regime, kan het schelden pas beginnen.

Het internet is een tweede spectaculaire ontwikkeling binnen het media landschap van de Koerden. Het opent een bron van nieuwe mogelijkheden die verreikende gevolgen kunnen hebben. Zoals reeds werd aangehaald door mijn blogcollega’s is het aantal Koerdische websites extreem snel gegroeid de laatste jaren en de aard van informatie die ter beschikking wordt gesteld, is sterk uiteenlopend. Van Koerdische muziek, slideshows over de geschiedenis van Koerdistan, politieke propaganda tot het voorlezen van verbannen boeken. Het geeft ook een impuls aan de onwikkeling van een moderne standaardtaal (Van Bruinessen, 2000). Zoals het filmfragment aantoont, kunnen Koerden hun nationalistische programma en hun culturele en politieke eisen uitleggen en verdedigen. Het is een efficiënte manier om over de Koerdische kwestie te berichten aan zowat de hele wereld.

Toch brengt het internet enkele problemen met zich mee. Zoals het filmpje demonstreert kan het zeer polariserend werken. Het internet kent geen grenzen; elke mening kan men er op kwijt. Bovendien is het ook mogelijk om anoniem te blijven. Dit heeft tot gevolg dat het internet een wildgroei aan meningen bevat zonder enige consistentie of coherentie. Komt dit de Koerdische zaak wel ten goede? Hoewel er zowel uit de politieke, economische, culturele en nationalistische hoek stemmen komen die het Koerdische verhaal compleet maken, worden deze telkens weer blootgesteld aan kritiek en extreme opvattingen. Ter illustratie, onder elk Youtube filmpje is het mogelijk om je eigen “bescheiden” mening te geven. Onder bovenstaand fragment kan men dit lezen: ‘These Kurds I mean mountain rats are from Iran. But since they are traitors, they don’t want to admit their origin.’ Hoewel men individueel de waarde van zo’n uitspraken moet beoordelen, kunnen dergelijke extreme uitspraken, of zeg ik uitspattingen, gevolgen hebben en percepties van lezers veranderen.

Pluraliteit is per definitie aan te moedigen, maar het kan voor grote chaos zorgen. In het geval van de Koerdische diaspora en het verlangen om een ééngemaakt Koerdistan te vormen, lijkt het bovendien zeker belangrijk een coherente en consistente boodschap naar buiten te dragen. Hoewel dit misschien een mission impossible lijkt, ontbreken er toch enkele goed uitgebouwde en coherente websites of filmfragmenten over de Koerdische kwestie op het net die diverse boodschappen en Koerdische achtergronden expliciteren.

Hier steekt echter een nieuw probleem de kop op. Wie kan de gelegitimeerde samensteller zijn van dergelijke consistente informatie? In het filmpje claimt de Koerdische schrijver dit recht op, maar waarschijnlijk spreekt hij slechts voor een deel van de Koerdische gemeenschap, al gaat het maar om een geografisch verschil.

Meer nog dan de kritiek op Koerdische bijdragen op het web, dienen deze bijdragen zelf in vraag gesteld te worden en de mate waarin ze een consequent beeld van de Koerdische kwestie naar buiten brengen. Er dient wel rekening gehouden te worden met interne verschillen binnen de Koerdische diaspora. Hoewel het internet een uiterst belangrijke rol gespeeld heeft in de internationale gewaarwording van het Koerdische probleem, moet men echter de verwarrende en chaotische variëteit aan meningen stroomlijnen zodat een duidelijke boodschap naar buiten wordt gebracht.  Bovenal is het van belang dat het internet met de nodige kritische geest wordt bekeken.

Geraadpleegde literatuur:

Al Jazeera (9 okbtober 2007). Kurdish and Arab writers debate about Kurdistan, geraadpleegd op http://www.youtube.com/watch?v=afBaqY2m6aA op 19 december 2008.

Van Bruinessen, M. (2000). Transnational aspects of the Kurdish question. Firenze: Robert Schuman Centre for Advanced Studies.

Bespreking van het populaire artikel: België wil Koerdische tv monddood maken, Katy Rijnders

Moderne communicatie technologieën, waaronder satelliettelevisie, hebben een grote impuls gegeven aan het transnationaal activisme van diaspora gemeenschappen. Zo heeft de opkomst van de satelliettelevisie bij de Koerden een transnationaal forum doen ontstaan dat politieke mobilisatie meer publiek maakt en de eis van politieke en culturele rechten en de opbouw van een Koerdische natie nastreeft. Nieuwe media maken het de oorspronkelijke natie-staten bovendien moeilijker om proteststemmen te onderdrukken. Toch slagen laatstgenoemde via lokale, nationale en internationale kanalen erin de transnationale strijd van dergelijke minderheden te belemmeren.

De oprichting van de Koerdische satellietzender MED-TV in 1995 bleek een groot succes. Het bereikte miljoenen Koerden wereldwijd en was een belangrijke bron van alternatieve informatie voor diegenen die de Turkse officiële media wantrouwde (Van Bruinessen, 2000). Video cassettes van programma’s van de MED-TV werden rondgestuurd binnen de Koerdische gemeenschappen. Ook de live discussies in de studio met studiogasten van over de hele wereld werden belangrijke media om de Koerdische boodschap transnationaal uit te dragen. Maar Turkije deed echter alles wat in zijn macht lag om MED-TV te verhinderen. En de uitzending van emotionele studiogasten die ondubbelzinnig opriepen tot geweld in het kader van de arrestatie van PKK leider Öcalan, was dan ook het uitgelezen moment voor Turkije om tussen te komen. Als gevolg maakte de Independent Television Commission een einde aan de MED-TV licentie. Volgens Koerden-expert Martin Van Bruinessen kwam het initiatief voor MED-TV wel van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK), maar deed het veel moeite om meer pluralistische visies weer te geven. Koerden met allerlei achtergronden gaven opinies weer op MED-TV die opmerkelijk verschilden van de partijlijn. MED-TV afdoen als een crimineel bastion vindt hij dan ook voorbarig en ongefundeerd. De meest recentelijke opvolging is het Koerdische Roj TV uit Denemarken, dat ook studio’s en kantoren heeft in het Belgische Denderleeuw (Van Bruinessen, 2000).

De Turkse regering bleef druk uitoefenen op de landen waar de Koerdische televisie was gehuisvest. Zo ondernam de Belgische politie in 1996, gebaseerd op Turkse informatie, een razzia op het Koerdische productiehuis, de televisie en het Koerdische parlement in ballingschap en confisceerde alle computers en video materiaal en documentatie om bewijsmateriaal te vinden over illegale financiële transacties, drugssmokkel en kinderhandel. Deze inval leidde tot een groots opgezette rechtszaak die maar liefs twaalf jaar duurde. Het artikel ‘België wil Koerdische tv monddood maken’ in het tijdschrift van  het Koerdisch Instituut betoogt dat de Belgische overheid sinds begin dit jaar met een nieuw politiek manoeuvre de Koerdische tv de mond wil snoeren, nu via fiscale weg. In september 2007 werd beslist dat de zaak ten gronde was verjaard en dat de inbeslagnames op de activa, geld dat via een tussenpersoon op banken werd geplaatst in Luxemburg en Zwisterland, diende te worden opgegeven. De beschuldigingen van illegale transacties, drugssmokkel, kinderhandel, wapenhandel, afpersing etc. werden teniet verklaard wegens het tekort aan bewijsmateriaal. Wederom werd de oorzaak van de beschuldigingen gelegd in de relatie met de PKK die alles zou financieren. Ook hier schoot de bewijslast tekort. Meer zelfs, de verdediging kon bewijzen dat politiemensen beloften maakten aan Koerden, die in ruil voor foutieve verklaringen tegen de Koerdische televisie en andere instituties, een bespoedigde verblijfsvergunning verkregen.

Recentelijk zou de Belgische overheid het fiscale pad bewandelen. De Bijzondere Belastinginspectie zet NV Roj onder druk door een onderzoek naar de belastingtoestand van de zender, een boete wegens belastingontduiking en het beslag leggen op bankrekeningen van Roj. Telkens uit de overtuiging dat Roj televisie een spreekbuis is van de PKK. Wederom wijst het Koerdische instituut in de richting van de Turkse regering, die België onder druk zou zetten om Roj tv zo snel mogelijk failliet te doen gaan en de mond te snoeren.

Ook Belgische politici zijn betrokken bij de zaak. Geert Lambert stelt dat er een vermoeden is dat de Belgische fiscus in opdracht van buiten-en binnenlandse veiligheidsdiensten zou handelen. Zo sprak hij in Senaat op 10 april 2008: “Ik wil de diensten van Financiën er niet lichthartig van beschuldigen dat ze zich voor de kar laten spannen van buitenlandse en binnenlandse veiligheidsdiensten, maar er zijn aanwijzingen dat dit wel degelijk het geval is. Zo bracht Frank Urbancic, de adjunct-coördinator van de antiterrorismedienst van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, voor enkele maanden een bezoek aan België waarover in de pers niets werd bericht… volgens Urbancic is Roj TV de voorhoede van de terroristische activiteiten en de propaganda-arm van de PKK”.

Hoewel de moderne technologie nieuwe mogelijkheden biedt om de Koerdische kwestie aan te kaarten in de internationale gemeenschap, hebben de Koerden nog steeds te kampen met tegenwind van regeringen, zowel in het binnen- als in het buitenland.

Geraadpleegde literatuur:

Rijnders, K. (2008). België wil Koerdische tv monddood maken. Tweemaandelijks tijdschrift van het Koerdisch Instituut, 43 (8), 10-12.

Van Bruinessen, M. (2000). Transnational aspects of the Kurdish question. Firenze: Robert Schuman Centre for Advanced Studies.

Belgische senaat Annales. (2008) Demande d’explications de M. Geert Lambert au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes institutionnelles sur «les missions de l’Inspection spéciale des impôts». Geraadpleegd op 15 december HYPERLINK http://www.senate.be/www/?MIval=/publications/viewPubDoc&TID=67110588&LANG=.

Binevsa, B., 2006.  Traces, le peuple du paon (documentaire). Brussel: Michigan films.
http://www.youtube.com/watch?v=80QQfoRecRQ onder de naam documentary on the yezidi religion.
De documentaire is ook te verkrijgen bij het Koerdisch Instituut in Brussel: www.kurdishinstitute.be.

Bêrîvan Binevsa is een jonge, Koerdische regisseuse, geboren in Istanbul 1. In 1997 komt ze als politiek vluchteling naar België. Ze gaat film studeren aan het INRACI waar ze de kortfilm La mélodie du petit château maakt, die enkele prijzen wint. In 2006 maakt ze de documentaire Traces, le peuple du paon, die hier aan bod komt. Berivan is ook actief voor het Koerdisch Instituut in Brussel 2.

berivan

Hoewel de meeste Koerden Sunni of Alevi zijn, zijn er ook een heel aantal Yezidische Koerden 3.  Misschien had u daar, net als ik, nog nooit van gehoord: een goede reden om deze documentaire te bekijken en om deze post te lezen!

In Traces, le people du paon, gaat Bêrîvan Binevsa de Yezidische Koerden in Armenië bezoeken. Ze wil meer weten over deze etnische groep die de laatste vertegenwoordigers zijn van een van de oudste godsdiensten van Mesopotamië.

De Yezidi zijn met een ongeveer een half miljoen (maar gezien ze erg discreet zijn over hun religie, blijft dit aantal een gok), waarvan ongeveer de helft in Irak (in de buurt van Mosul) woont. Een 60 000-tal woont in Duitsland, 40 000 in Armenië en ongeveer 30 000 in Rusland. Sinds 1990 proberen steeds meer Yezidi naar West-Europa of Rusland te emigreren waar ze vaak hun gebruiken verliezen. De Yezidische gemeenschap wordt zo steeds kleiner.

De meesten Yezidi spreken Koerdisch (Kurmanji) en hun culturele gewoonten zijn herkenbaar Koerdisch. Ze worden dan ook door velen (o.a. door Binevsa) tot de Koerden gerekend.

Toch zijn de Yezidi outcasts. Al tijdens de 19de eeuw deed de druk van Ottomaanse, islamitische  volkeren hen voor ballingschap kiezen (vooral in de Sovjet-Unie, waar zij hun tradities wel mochten behouden) en ook binnen de Koerdische gemeenschap zijn de Yezidi niet populair 4. Hoewel enerzijds heel wat Yezidi zichzelf geen Koerden beschouwen 5, zijn anderzijds de Yezidi voor vele moslim-Koerden ook geen Koerden. Het probleem ligt voor de islamitische Koerden vooral bij het feit dat de Yezidi de duivel zouden aanbidden… Inderdaad… dit verdient wat meer uitleg!

De Yezidisme is zeer syncretisch en verenigt elementen van (Soefi-)Islam, Perzische (zeker Zoroastrianisme) en traditionele godsdiensten. Volgens de Yezidi werd de wereld geschapen door god en wordt ze nu geleid door 7 aartsengelen. De belangrijkste is Melek Tawus, de Pauw-engel en bij hem ligt ook de reden voor de slechte reputatie van de Yezidi. Voor de moslims is deze figuur namelijk ook gekend als Shaytan: de duivel.
Het ontstaansverhaal van Melek Tawus is in beide religies vrij gelijklopend in de zin dat god de engelen had geschapen en nadien Adam, waarna hij de engelen vroeg voor Adam te knielen. Melek Tawus weigerde. Voor de moslims verloor hij door deze keuze de genade van god, werd een gevallen engel en later de duivel. Voor de Yezidi daarentegen, was deze vraag een test van god en is Melek Tawus glansrijk geslaagd. Daarom is hij juist de leider van de aartsengelen en gods afgezant op aarde geworden.  Hij wordt voorgesteld als een pauw. Vandaar: het volk van de pauw.

Toch zien de moslims deze Melek Tawus-volgelingen als duivelaanbidders. Hierdoor werden zij doorheen de eeuwen zwaar onderdrukt en hard aangepakt door hun islamitische buren. Vooral tijdens het Ottomaanse rijk van de 18de en de eerste helft van de 19de eeuw werd de gemeenschap bijna uitgeroeid door de Ottomaanse Turken en de Moslim Koerden.
Bedoeling van de vervolging was het verplicht bekeren tot de Sunni Islam van het Turks Ottomaanse rijk. Binevsa laat verschillende oudere Yezidi aan het woord die nog veel slechte associaties met de islamitische Koerden en de Ottomaanse heersers hebben.

Door de intolerantie binnen het Ottomaanse rijk vluchten veel Yezidi aan het begin van de 19de eeuw naar Armenië. Maar na het uiteenvallen van de Sovjet Unie (na 1990) en het stijgende nationalisme dat volgde, voelen ze zich meer dan ooit heimatslos. Deze problematiek komt uitgebreid aan bod in deze documentaire. Sommige geïnterviewden beschouwen het tot nu toe onbestaande (er wordt gesproken over Turkije) Koerdistan als hun grondgebied waar ze opnieuw willen wonen, andere willen in Armenië blijven. Ze genieten daar immers voldoende vrijheid en zijn nu toch ingeburgerd. O.a. wordt aangehaald dat het kerkhof, dat een belangrijke religieuze en sociale rol speelt, niet achtergelaten kan worden. Het pro-Koerdistan antwoord is dat er nog veel meer generaties voorouders in Koerdistan begraven liggen.

Los van het informatieve gehalte van de documentaire,  is deze volgens mij ook interessant op een ander niveau. Namelijk het feit dat een jonge Koerdische vrouw haar weg naar West-Europa zoekt, filmschool volgt en vervolgens het medium van de documentaire inzet om een aspect van haar roots te exploreren en te delen met de rest van de wereld via docu-festivals en on-line toonmogelijkheden (zoals YouTube) 6. Hierdoor slaagt ze erin een heel ander publiek aan te spreken en sensibiliseren m.b.t. het bestaan en de problematiek van de Yezidi. Ook draagt ze bij aan de Koerdische eenheid, door de  Yezidische Koerd-zijn als uitgangspunt te nemen.

Ik kijk in elk geval uit naar meer werk van mevouw Binevsa!

  1. Cinemamed, 2006. Geraadpleegd op 20 december 2008 op  http://www.cinemamed.be/archives/Programme06/In%20het%20kort/inhetkort.html.
  2. www.kurdishinstitute.be
  3. De Ley, H., 2001. De Koerdische Yezidi’s. Centrum voor Islam in Europa. Geraapleegd op 20 december 2008 op http://www.flwi.ugent.be/cie/CIE/yezidi.htm; Van Bruinessen, M., 1998. The Kurds and Islam.  Les Annales de l’Autre Islam, No.5, pp. 13-35. Geraadpleegd op 20 december op http://www.let.uu.nl/~martin.vanbruinessen/personal/publications/ ; http://www.yeziditruth.org.
  4. Kanttekening: binnen het Yezidisme is er een grote bekommernis met religieuze zuiverheid. In de Wikipedia entry over de Yezidis kom ik het volgende tegen: ‘Too much contact with non-Yazidis is also considered polluting. In the past, Yazidis avoided military service which would have led them to live among Muslims, and were forbidden to share such items as cups or razors with outsiders.’
    Wat doet denken dat Binevsa’s voorbeeld aan de denigrerende behandeling van de Yezidische Koerden door de moslim Koerden misschien ook in een ander licht geïnterpreteerd kan worden. Ze haalt immers aan dat als een Yezidi om water kwam vragen, haar familie dit niet uit een glas gaf, maar in hun handen goot. Maar het is dus goed mogelijk dat dit voor de Yezidi ook de voorkeur wegdroeg… Deze bemerking wil geenszins afbruik doen aan de wandaden die de Yezidi te verduren kregen en die absoluut te veroordelen zijn.
  5. De interne verdeeldheid van het al dan niet Koerd-zijn van de Yezidi komt in de documentaire van Binevsa ruim aan bod. Een van de opinies is dat alle Koerden Yezidi zijn en dat de afgedwaalden wel weer bij zinnen zullen komen. Zie hierover ook Krikorian, O., 2004. Being Yezidi. Oneworld Multimedia. Geraadpleegd op 20 december 2008 op http://www.oneworld.am/journalism/articles/yezidi.html.
  6. Watts, N.F., 2004. Institutionalizing Virtual Kurdistan West. In ‘Boundaries and Belonging’, Migdal, J. (ed.), Cambridge: University Press; www.institutkurde.org.

yezidi

van Bruinessen, M., 1989. The ethnic identity of the Kurds, in: Ethnic groups in the Republic of Turkey, compiled and edited by Peter Alford Andrews with Rüdiger Benninghaus [=Beihefte zum Tübinger Atlas des Vorderen Orients, Reihe B, Nr.60]. Wiesbaden: Dr. Ludwich Reichert, pp. 613-21. Geraadpleegd op 15 december 2008 op http://www.let.uu.nl/~martin.vanbruinessen/personal/publications.

Prof. M. van Bruinessen

Prof. M. van Bruinessen

Op 3 december 2008 gaf Prof. Martin van Bruinessen in het kader van een lezingenreeks  “Turkish and Kurdish nationalisms and politcal islam in Turkey” (georganiseerd door MENARG in Gent) een gastlezing met als onderwerp de strijd over de etnische identiteit van de Turkse Koerden. Hij gebruikte daarin de gevleugelde woorden ‘scratch a Turk’ om aan te geven dat de meerderheid van de Turken onder hun Turkse ‘bovenlaag’ eigenlijk wel ergens een etnisch andere (Armeense, Koerdische…) grootouder of overgrootouder heeft.

Nu blijkt het krabben van Koerden minstens even interessant! De meesten Koerden hebben wel het gevoel tot een aparte etnische groep te behoren, maar waar de grenzen van deze groep liggen en wat die etnische identiteit precies vormt, ligt verre van vast.

Al in 1989 wijdde prof. van Bruinessen een artikel aan de Koerdische etnische identiteit in Turkije: The Ethnic Identity of the Kurds in Turkey. In 2000 werd het in een andere context  herprint. De vraag blijft immers actueel: wie is er Koerd? We bekijken de vraag vanuit de Turkse situatie.

De brede definitie van Koerd-zijn die Martin van Bruinessen in dit artikel hanteert is de volgende: Koerden zijn alle moedertaalsprekers van (dialecten van) de Iraanse talen Koermanji of Zaza en alle Turks-taligen die zeggen af te stammen van Kurmanji of Zaza-sprekers en die zichzelf Koerden beschouwen. Maar heel wat mensen zouden met deze definitie geen genoegen kunnen nemen, omdat ze haar te eng of te breed vinden. Laat ons kijken naar welke elementen er allemaal kunnen meespelen in het Koerd-zijn in Turkije.

1.    Taal
Het spreken van Kurmanji, Zaza of aanverwante dialecten wordt door velen als een van de pijlers van het Koerd-zijn beschouwd. Toch is dit niet zo evident. Ten eerste zijn deze talen, hoewel ze beide Iraanse talen zijn, zeer verschillend en onderling niet zo maar begrijpbaar. Hoewel de meeste Zaza wel wat Kurmanji spreken, is dat omgekeerd zeker niet het geval. Wat natuurlijk communicatie problemen met zich meebrengt en bijvoorbeeld ook tot gevolg had dat de communicatie binnen de Koerdisch Nationalistische Beweging initieel in het Turks gebeurde. Een tweede probleem met de eis ‘Koerdisch’ te spreken om Koerd te kunnen zijn, is dat er heel wat afstammelingen zijn, die zich Koerd voelen, maar de taal niet machtig zijn. Denken we aan diaspora Koerden, die wel erg actief zijn voor de Koerdische zaak, maar daarom niet per se Koerdisch spreken.

2.    Religie
Religie is een ander criterium dat door verschillende groepen wordt aangegrepen om Koerden van niet-Koerden te onderscheiden, maar dat zelfs nog onduidelijker is dan het taal-criterium. De meerderheid van de Koerden zijn Sunni van de Shafi’i mezhep (rechtsschool) (de meeste Turken volgen de Hanefi mezhep; en vragen naar iemands mezhep is dan ook een voorzichtige manier om te achterhalen of hij Turk of Koerd is). De tweede grootste groep zijn Alevi moslims. De Alevi’s drinken af en toe alcohol en de man-vrouw relaties zijn wat gelijkmatiger verdeeld, wat de striktere Sunni’s niet kunnen aanvaarden. Verder zijn er ook kleine groepen Yezidi en is er een aanzienlijk aantal Shiitische moslims. Helaas weigeren veel Shafi’i Koerden, Alevi en Yezidi als Koerden te erkennen. In de jaren ‘70 slaagde te Koerdische Nationale Beweging er tijdelijk in meer samenhorigheid tussen de verschillende religieuze groepen te creëren, maar door economische en politieke ontwikkelingen is de spanning tussen vooral de Sunni’s en Alevi’s vanaf de jaren 80 weer erg gestegen en wordt religie weer als een erg belangrijk symbool van identiteit beschouwd.

3.    Koerdische stammen
De ‘wildcard’ van het Koerd-zijn wordt blijkbaar geleverd door het afstammen van een van de grote Koerdische families. Zelfs als je geen Koerdisch spreekt en je jezelf niet eens als Koerdisch beschouwt, maakt de bloedband met deze oude Koerdische stammen je sowieso Koerd voor het leven.

4.    Secondaire symbolen
Klederdracht, typische gerechten, muziek… worden ook als typisch Koerdisch beschouwd, maar blijken vaak meer regionaal bepaald dan echt Koerdisch.

We kunnen dus stellen dat er geen eenduidige etnische grens tussen Koerden en niet-Koerden bestaat, maar dat het eerder gaat over etnische (zelf-) definiëring. De geschiedenis bevestigt dit met vele verhalen van individuen en hele groepen die overstappen van ‘etnische aanhorigheid’ meestal gedreven door eigen politieke en economische motieven, maar natuurlijk gebeurde een dergelijke overstap vaak ook onder dwang…

Vanaf het ontstaan van de Turkse republiek, voerde die immers een radicale nationaliseringscampagne door1. Etnische diversiteit werd gezien als een gevaar voor de zuiverheid van de staat en de Koerden, die de grootste niet-Turkse groep op het grondgebied waren, werden (en worden) beschouwd als een groot probleem. Bij gevolg kregen de Koerden allemaal een stempel ‘Turk’ op hun voorhoofd gedrukt. Alle Koerdische-talige en culturele uitdrukkingen werden verboden en eigennamen en plaatsnamen werden ver-turkst. Om het verturkingsproces nog wat te bespoedigen werden er grootschalige verhuisacties ondernomen waarbij Koerden en andere etnische groepen zich verplicht elders moesten vestigen. Ook werd er een nieuwe, historische doctrine in het leven geroepen die uitlegde dat de Koerden eigenlijk altijd Turken waren geweest, maar dat ze door een historische ongelukje hun taal waren kwijtgeraakt…

Toch bleek dit nieuwe Turk-schap voor velen maar een fineerlaagje en vanaf de jaren ’70 komt er dan ook een grootschalige Koerdische revival op gang. Men gaat de Koerdische symbolen als klederdracht, muziek, Newroz (het Koerdische nieuwjaar) en natuurlijk de taal weer bovenhalen. Helaas worden deze ontwikkelingen sinds de militaire overname in 1980 weer krachtig de kop ingedrukt.

Tot de dag van vandaag zien we de strijd voor de erkenning van Koerdische rechten nog steeds  onverminderd doorgaan. De diaspora Koerden hebben een grote inbreng en voor velen is het zelfs: ‘Cool to be a Kurd!’. Ook de vele nieuwe wapens van de 21ste eeuw: internet, satelliettelevisie, vergrote burgerparticipatie in de politiek e.d. bewijzen hun kracht. Dus… de strijd gaat door!

1.  Romano, D., 2006. The Kurdisch Nationalist Movement, Opportunity, mobilization and identity. Cambridge: University Press; Van Bruinessen, M., 1999. The nature and uses of violence in the Kurdish conflict. Paper presented at the International colloquium “Ethnic construction and political violence”, organised by the Fondazione Giangiacomo Feltrinelli. Cortona. Geraadpleegd op 15 december 2008 op http://www.let.uu.nl/~martin.vanbruinessen/personal/publications.

Azady, 20 december 2007. Internet niet zo veilig voor Koerden. Geraadpleegd op 21 december 2008 op http://www.azady.nl/news.php?readmore=6331.

Een internetzoektocht met als trefwoorden: Koe/urdistan, Koe/urd en aanverwanten levert de nieuwsgierige surfer in geen tijd een massa hits op. Ongelofelijk hoeveel informatie je kan vinden over de Koerdische kwestie vanuit alle mogelijke invalshoeken.  De geschiedenis van de Koerden,  discussies over wat en waar Koerdistan precies is, over hoe Koerden samenleven met hun niet-Koerdische buren, over het recht  op onderwijs in het Koerdisch en welke Koerdische taal dat dan moet zijn (er zijn er immers verschillende), over wie er zich Koerd mag/wil noemen en wie niet… En voor wie een Koerdische taal machtig is, opent er zich een nog bredere variëteit aan websites.

Ook is er sinds een 10-tal jaar Koerdische satelliettelevisie, die ook online bekeken kan worden. Deze zenders brengen een breed aanbod aan voornamelijk Koerdisch gesproken programma’s met zowel nieuws en cultuur als entertainment.  Roj tv (www.roj.tv), die trouwens vanuit Denderleeuw uitzendt, is een van de bekendste. Deze zender is eigenlijk de opvolger (of eerder de nieuwe naam) van het Medya tv, waarvan de Franse overheid in 2004 de licentie introk met als reden vermeende links met de PKK 1. Medya tv zou zelf al een opvolger zijn van Med tv dat in 1999 haar Britse licentie om dezelfde reden verloor. Toch was de beslissing tot herroepen van de licentie volgens de omroep politiek gekleurd: de verkiezingen kwamen eraan in Turkije en de omroep zegt dat Koerdische zenders overal ter wereld werden geboycot. Andere Koerdische televisiestations zijn bijvoorbeeld: Kurdsat-tv (www.kurdsat.tv) en Kurdistan-tv (www.kurdistan.tv), die zenden uit vanuit hun eigen grondgebied in Iraaks Koerdistan. Mezopotamya-tv (www.metv.dk ) zendt op haar beurt uit vanuit Denemarken.

Documentaires en reportages over de Koerdische problematiek krijgen via het internet ook een nieuw en veel breder publiek. Zo zou het Flash filmpje over de genocide in Halabja in 1988 (www.halabja.org) al door meer dan 300 000 mensen bekeken zijn! De website van Brave New Films (www.bravenewfilms.org) is ook een geweldige site voor dit type audio-visuele bronnen.

Maar het internet biedt veel meer dan enkel informatie, het is ook de ideale tool voor het uitbouwen van netwerken en vooral Koerden in diaspora blijken hierin zeer actief!

Viva Kurdistan (www.vivakurdistan.com, online sinds juli 2005) bijvoorbeeld is een grote online gemeenschap voor Koerden en vrienden van Koerden. Ze gebruiken de slogan: “one people, one nation, one struggle” en bieden je gratis een eigen profiel pagina, gastenboek, fotoalbums, blog en mailsysteem (à la Facebook) om zo Koerden van over de hele wereld te ontmoeten.

Een ander voorbeeld is www.azady.nl . Het is een Nederlandse website voor Koerden en sympathisanten die op luchtige wijze in het Nederlands info en entertainment voor Koerden brengt. Je kan lid worden van de site en dan commentaar geven op de geposte artikels en reacties van andere leden.

www.kurd4all.nl is een Nederlands-Koerdische jongeren- en studentenorganisatie. Ze willen: “het maximale halen uit de Koerdische jongeren in Nederland en voor een goed imago van de Koerden zorgen.” Enerzijds bieden ze een informatieve website, maar ze organiseren ook activiteiten, zoals lezingen, debatten, bezinningsweekends. www.kurdstudent.com is eenzelfde type site uit Zweden  (waar de diaspora Koerden trouwens bijzonder actief zijn).

Blogs, zoals degene die u nu leest, zijn er ook volop. Roj Bash (Good Morning; http://northerniraq.info) is zo een groepsblog die informatie over Koerdistan geeft. Over de schrijvers geven ze volgende mee: “Roj Bash writers are not necessary Kurd by ethnic but by heart.”

Ook heel interessant is m.i. Aka Kurdistan (www.akakurdistan.com). Dit is de online opvolger van het boek en de tentoonstelling Kurdistan, In the Shadow of History van Susan Meiselas. Bedoeling is een collectief, Koerdisch geheugen op te bouwen en culturele uitwisseling mogelijk te maken aan de hand van foto’s, kaarten en verhalen. “Images and recollections serve as testimony to the long and suppressed history of the Kurds.”

Wat me specifiek opvalt bij de diaspora jongereninitiatieven, waarvan de community’s en blogs een duidelijk voorbeeld zijn, is dat de focus veel meer op Koerdische eenheid ligt. Ze lijken zich niet bezig te houden met onderlinge Koerdische verdeeldheid veroorzaakt door verschillen in taal, religie of nationaliteit.  Ze profileren zich bewust als Koerd, zonder meer. Deze eensgezindheid vormt m.i. een welkome en productieve afwisseling van de vele, energievretende onderlinge disputen binnen de Koerdische gemeenschap. De interne onenigheid wordt immers ook vaak aangegrepen om de Koerdische eisen onder de mat te schuiven. Misschien zal deze meer eensgezinde generatie diaspora Koerden erin slagen om tot echte oplossingen te komen. De drijvende kracht voor de Koerdische strijd lijkt momenteel sowieso zeer sterk bij hen te liggen 2.

Helaas blijken deze nieuwe, schijnbaar onschuldige netwerkkanalen niet zonder gevaar… In het artikel Internet niet zo veilig voor Koerden wordt het verhaal verteld van 2 personen die door de Turkse overheid zijn opgepakt voor pro-Koerdische uitlatingen op het internet 3. Een pro-Koerdische Turkse activiste had op haar Facebook-account foto’s met de Koerdische vlag en een kaart van Koerdistan gepost. Een 17-jarige Koerdische jongen verspreidde filmpjes van Koerdische demonstraties via You Tube. De Turkse overheid houdt het internet blijkbaar goed in de gaten en heeft zelfs besloten om een comité op te richten voor “internetmisdaden”.

We kunnen dus concluderen dat de 21ste eeuw heel wat technologische innovaties biedt die zeer goed kunnen ingezet worden in de strijd voor meer Koerdische rechten. Anderzijds blijken deze ontwikkelingen ook de tegenstand niet te zijn ontgaan en blijft voorzichtigheid en het zoeken naar nieuwe wegen noodzakelijk als de Koerden bij hun eisen willen blijven.

1 Radiovisie, 4 maart 2004. Koerdische Medya TV uit de ether gehaald. Geraadpleegd op 21 december 2008 op www.radiovisie.eu/int/nieuws.rvsp?art=00060007; Wereldjournalisten, 23 mei 2007. Koerden in Nederland. Geraadpleegd op 21 december 2008 op www.wereldjournalisten.nl/factsheet/2007/05/23/factsheet_koerden_in_nederland; Hickerson, A.A., 2003. Identity via Satellite: a case study of the Kurdish satellite television station Medya TV. Brussels: Kurdish Institute.

2 Van Bruinessen, M., 2000. Transnational aspects of the Kurdish question. Florence: European University Institute. Geraadpleegd op 21 december 2008 op http://www.let.uu.nl/~martin.vanbruinessen/personal/publications.

3 Azady, 20 december 2007. Internet niet zo veilig voor Koerden. Geraadpleegd op 21 december 2008 op http://www.azady.nl/news.php?readmore=6331; Romano, 2006. The Kurdisch Nationalist Movement, Opportunity, mobilization and identity. Cambridge: University Press.

 

Mijn laatste commentaar: http://www.caucaz.com/home_eng/breve_contenu.php?id=183

Wanneer je de woorden ‘Kurd’, ‘Kurdes’, ‘Koerden’ of ‘Kurdistan’ intikt in Google, krijg je een heleboel resultaten over de PKK, de Iraakse Koerden, de Turkse Koerden en de inval van Turkije in de Iraakse autonome regio. Op het eerste zicht lijkt het alsof er enkel Koerden wonen in het Noorden van Irak en in het Zuidoosten en Oosten van Turkije. Wat is er dan aan de hand met de Koerden in Syrië, Iran en Armenië (dit is een heel kleine minderheid)?

Volgens Kevin McKiernan heeft de geografie van ‘Koerdistan’ zeker een invloed op de strijdbaarheid van het Koerdische volk. McKiernan beweert dat de Syrische Koerden weinig of geen kans hebben tot het voeren van een succesvolle guerilla omdat het gelegen is in een vlakte. De Koerdische gebieden in Irak, Turkije en Iran zijn daarentegen gelegen in bergachtige gebieden en hier is een opstand dus beter te organiseren. (McKiernan, 2006)

Iran? Wat gebeurt er dan in Iran? In het Iraanse gebergte is er sinds 2004 een Koerdische Guerillabeweging actief, PJAK (‘Free Life Party of  Kurdistan’). Deze beweging kwam in de aandacht nadat Shivan Qaderi, een Iraanse Koerd en activist gearresteerd en geëxecuteerd werd in juli 2005. Het lijk van Qaderi werd aan een voertuig gebonden en om de bevolking te intimideren door de stad gesleept(US Department of State, 2005). De hele regio werd opgeschrikt door demonstraties, acties en rellen. Het Iraanse leger reageerde met verschillende acties tegen PJAK in de omgeving van Merivan.

PJAK heeft duidelijk banden met de PKK (de Arbeiderspartij van Koerdistan, vooral actief in Turkije). Éen van de belangrijke linken is Shapour Badoshiveh, vandaag verantwoordelijk voor de Westerse Koerdistan divisie binnen de PKK en vroeger één van de leiders van de PJAK. Een andere link is dat zij Abdulah Öcalan (de leider van de PKK, opgepakt in 1999) zien als hun spirituele leider.

Het doel van de PJAK is volgens zijn leider leider Abdul-Rahman Haci Ahmedi, niet de onafhankelijkheid van Koerdistan, of de Koerdisch-Iraanse regio, maar het streven naar een vredevolle en democratische samenleving voor verschillende etnieën. Op dat vlak is de PJAK dus minder extremistisch dan de PKK (Rashaan, 2007). De partij heeft 5 grote netwerken: ‘The Union of Women in Western Kurdistan’ (YJKR), ‘the Union for Youth in Western Kurdistan’ (YCR), ‘the Union for the Democratic Press’ (YRD). Er is ook nog een politieke tak en een leger (KRK) voor zelfverdediging.

Volgens Erlich Reese wordt de Koerdische verzetsbeweging in haar strijd tegen het Islamitisch regime gesteund door de Amerikaanse en Israëlische regering, zowel financieel als materieel. Bronnen van de PJAK spreken deze berichten echter tegen, maar ze zouden maar al te graag Amerikaanse steun genieten (Reese, 2007). Dat Koerdische verzetsbewegingen zoals de PJAK van strategisch nut zijn voor de Amerikanen bewijst ook de moeilijke positie waarin de Duitse staat zich bevindt. Enerzijds is de PJAK een goede bondgenoot voor de Amerikanen in de strijd tegen het Iraanse regime omdat zij door hun strijdvaardigheid het regime van Ahmadinejad destabiliseren. Anderzijds staat de Duitse regering onder druk van de Iraanse overheid. Deze verwijten de Duitse overheid onverschilligheid ten opzichte van de terroristische acties van de PJAK en kunnen er daarenboven ook niet mee lachen dat de leider van de PJAK, Ahmedi, een Duits paspoort heeft en vanuit Keulen zijn troepen stuurt. (BUCHEN S., GOETZ J., ROBEL S., 2008) PJAK zelf beschuldigt de Verenigde Staten ervan cruciale informatie en wapens door te spelen aan de Turkse en Iraanse regime’s zodat deze hun strijd tegen de Koerden gerichter kunnen voeren. (ALASOR R., 2008)

Ik heb in er in mijn 3 blogposts voor gekozen om de Koerdische kwestie vanuit 3 verschillende perspectieven te bespreken: de Iraakse, de Iraanse en ook vanuit Duits – Turks oogpunt.

Uit de 3 posts blijkt dat de Koerdische vraag naar meer autonomie en respect voor de Koerdische bevolking zeker nog leeft. De vraag is echter ook of de Koerdische gemeenschap, verspreid over Syrië, Turkije, Iran, Irak en Armenië,  één is in zijn strijd voor meer rechten en eventueel een onafhankelijk Koerdistan, zoals ons verteld werd bij het bezoek aan het Koerdisch Instituut in Brussel. Het lijkt me eerder van niet. De meeste Koerdische groepen zijn vooral actief in eigen land en strijden logischerwijs tegen het regime dat hen verdrukt. De enige uitzondering lijkt me de PKK, die zoals hierboven beschreven ook zoekt naar partners in buurlanden, zoals de PJAK. De droom van één onafhankelijk Kurdistan leeft zeker nog, maar er kan enkel aan gewerkt worden indien elke Koerdische groep op zich er eerst in geslaagd is meer vrijheden en rechten te bekomen.

Een tweede belangrijke constatatie is dat dit regionale conflict niet enkel gevolgen heeft voor de politieke situatie in de regio, maar ook een grote invloed kan hebben op politiek in landen waar Koerdische immigranten wonen. Je hoeft maar te denken aan het proces tegen Fehriye Erdhal en de commotie die haar verdwijning met zich mee bracht in ons land. Ook in Duitsland heeft men het Koerdisch-Turkse conflict van nabij kunnen beleven. De migratie van Turkse Koerden naar de Iraakse Autonome regio, zorgde ook voor Turkse inmenging in Irak.

 

Ten derde is ook de Amerikaanse aanwezigheid in het Midden Oosten beïnvloedt door de Koerdische kwestie en omgekeerd. Het is duidelijk dat de Amerikaanse regering niet goed weet welke houding aan te nemen tegenover de Koerden. Het grootste probleem is vooral dat Turkije, een belangrijke Amerikaanse bondgenoot in de regio, in zijn beleid zelf de rechten van Koerden ondermijnt. Net zoals het voor Duitsland in de jaren ’90 een voortdurend afwegen van belangen was, moet de Amerikaanse staat heel erg opletten om niet op de tenen van bepaalde partijen te trappen, waar ze meestal niet in slaagt. Je zou het Amerikaanse beleid ten opzichte van de Koerden echter ook op een andere manier kunnen bekijken: het lijkt soms alsof de Koerden ingeschakeld worden wanneer ze nuttig zijn en verder aan  hun lot overgelaten worden,  zoals een speelbal van de VS in een strategisch belangrijke regio. 

De Koerdische zaak is een heel delicate kwestie. Door zijn positie in een woelige regio zijn er heel veel belangen vertegenwoordigd waardoor het conflict een internationale dimensie krijgt. Deze internationale dimensie wordt nog krachtiger door de migratie van vele Koerden naar ‘Westerse’ landen die daar de strijd tegen hun thuisland verder voeren.

McKIERNAN K. (2006), The Kurds: A People in Search of their Homeland, geraadpleegd op http://nl.youtube.com/watch?v=5gGXVx_tL24 op 20/12/2008

U.S. State Department of State (2005), Iran: Voices struggling to be heard, geraadpleegd op  http://www.state.gov/g/drl/rls/56548.htm  op 20/12/2008

RASHAAN Z. (2007) De achtergrond van de PJAK, Azady, geraadpleegd op http://www.azady.nl/articles.php?article_id=391 op 20/12/2008

REESE E. (2007), The Celibates of Ocalan, Mother Jones [0362-8841] vol:32 iss:2 pg:18

BUCHEN S., GOETZ J. ROBEL S.  (2008) Germany concerned about PJAK activities, Spiegel online International geraadpleegd op http://www.spiegel.de/international/germany/0,1518,547211,00.html op 20/12/2008  

ALASOR R. (2008), PJAK accusing USA to help Iran via Turkey,  The Kurdish Institute geraadpleegd op  http://www.kurdishinstitute.be/english/21.html  op 20/12/2008      

CHAMKA M. (2005), PJAK, the unknown entity of the Kurdish Resistance in Iran, Caucaz Europenews, geraadpleegd op http://www.caucaz.com/home_eng/breve_contenu.php?id=183 op 20/12/2008

 

 

Filmpje op Youtube: EuroNews –No Comment: Bruxelles, Belgique

Dit fragment toont de rellen tussen Turken en Koerden in Sint-Joost-ten-Node op zondag 1 april 2007 na brand in een Koerdisch gemeenschapshuis. De brand had zich ‘s nachts voorgedaan en volgens de brandweer was er geen twijfel mogelijk dat hij was aangestoken. Toen dit nieuws bekend raakte onder de Koerdische gemeenschap ontstond er protest, vooral omdat het niet de eerste keer was dat zulke feiten zich voordeden. Ze hielden een sit-in voor het uitgebrande lokaal, dit is ook op de beelden te zien. Ze waren er van overtuigd dat de daders Turken waren en dat het ging om een politieke actie en niet om banaal vandalisme. Deze protestactie was niet naar de zin van een 400-tal Turkse jongeren, die deze sit-in als een provocatie zagen. Het kwam tot rellen, de politie moest zich tussen de twee groepen opstellen om een confrontatie te vermijden. Door de toenemende agressie, vooral van Turkse zijde, die luidkeels anti-PKK slogans bleven scanderen, moest zelfs het waterkanon worden ingezet.

 

De beelden spreken voor zich. Dit gaat niet om een historisch conflict dat passief aanwezig is onder deze bevolkingsgroepen. Bij de minste provocatie kan het vuur al in de pan slaan. Volgens de extreem-nationalistische Turkse beweging bestaat er geen Koerdische minderheid in Turkije. Het gaat om een marxistisch geïnspireerde, terroristische afscheidingsbeweging die actief is onder de leiding van Abdullah Ocalan, zijnde de PKK. Alle Koerden worden in deze visie dan ook afgeschilderd als extreem linkse PKK’ers.

 

Als we de beelden van dichtbij bekijken zien we duidelijke gelijkenissen met de beelden van Palestijnse jonge mannen die zich verzetten tegen de Israëlische bezetter, met het enige verschil dat de Palestijnen elke dag met het conflict worden geconfronteerd, en dat zij in hun directe verleden mensen uit hun omgeving aan deze oorlog verloren zijn. Ergens is het dus verrassend zoveel woede aan te treffen bij jongeren waarvan het grootste deel niet eens in Turkije geboren is en zich nog nooit in een reële conflictsituatie hebben begevonden. Een groot deel is waarschijnlijk te verklaren door de opvoeding die deze jongens genoten hebben. Als het met de paplepel wordt bijgebracht dat elke aanval op de Turkse Staat als een aanval op je persoonlijke eer moet worden geïnterpreteerd, dan spreekt het voor zich dat er nogal fel wordt gereageerd. Hierbij mag ook niet worden vergeten dat iedere Turkse man die zijn nationaliteit wil behouden op een bepaalde leeftijd zijn legerdienst moet volbrengen, en de mogelijkheid bestaat dat ze in Koerdische gebieden worden geplaatst. Dit brengt het conflict meteen een stukje dichterbij.

 

Als voorbereidend werk voor deze blog zijn wij gaan praten met Derwich Ferho de directeur van het Koerdische Instituut van Brussel. Het was meteen merkbaar hoe diep geworteld dit conflict wel zit. Het instituut is ook al meerdere keren het doelwit geweest van Turks geweld. Ferho spreekt van zeven aanslagen in het totaal. Dit geweld loopt vaak parallel met gebeurtenissen in Turkije maar volgens Ferho ligt het ook voor een stuk aan de haatdragende discours binnen de Turkse moskees in België. Het gaat hier volgens hem wel om een minderheid. Het grootste deel van de Turkse gemeenschap is niet echt op de hoogte van wat er allemaal gebeurt maar hyper-nationalistische groeperingen zoals de Grijze Wolven of Islamo-Turkse nationalisten proberen heel bewust elk Koerdisch initiatief te kelderen. Dit kan soms heel ver gaan. Door de activiteiten voor de Koerdische zaak van Derwich Ferho en zijn broer Medeni, die actief is op de Koerdische ROJ-TV in Denderleeuw, zijn hun ouders in Turks-Koerdistan vermoord geweest hoogstwaarschijnlijk door Turkse autoriteiten, alhoewel zij dit zelf nooit hebben toegegeven.

 

Langs Koerdische zijde bestaat de al dan niet reële angst dat extreem-nationalistische Turkse bewegingen zich tot doel stellen om bepaalde Belgische gemeentes om te vormen  tot wat Dogan Ozguden (zie Paarden van Troje) “Turkish Towns” noemt. Het zou de bedoeling zijn Koerdische en Armeense minderheden door middel van bijvoorbeeld criminele brandstichtingen te verjagen. Hier zal natuurlijk ergens wel een grond van waarheid in zitten, maar het mes snijdt altijd langs twee kanten. De PKK is niet enkel een uitvloeisel van een op hol geslagen Turks-nationalistische fantasie, het is een bestaande en zelfs actieve organisatie, die reeds aanslagen heeft gepleegd en die naast militairen ook burgers heeft omgebracht. Alles hangt van het perspectief af, volgens Ferho is het PKK helemaal geen terroristische organisatie. Hij ziet het als een bevrijdingsorganisatie die enkel militaire doelwitten heeft. Hij draait de kwestie om en definieert eerder de Turkse Staat als terroristisch.

 

Beide visies zullen wel ergens gelijk hebben. Het blijft een complexe kwestie, maar het staat zeker vast dat dit conflict zijn eindpunt nog niet heeft bereikt. De gemoederen blijven hoog oplopen, niet enkel in Turkije maar ook hier in België, waar dit buitenlandse conflict duidelijk zijn verlengstuk gekregen heeft.

Artikel uit het tijdschrift “De Koerden” : Inmenging van Turkse regime in Belgische verkiezingen

Dogan Ozguden (De Koerden, jaargang 7, n°37, juli-augustus, p.22-23)

 

Dit betoog van Ozguden klaagt binnen de Belgische context de dubbelzinnigheid van bepaalde verkiezingskandidaten en verkozenen van Turkse origine aan. Volgens hem trachten belangrijke Turkse lobby’s hun programma te promoten binnen de Belgische Staat via wat hij “Paarden van Troje” noemt. Turkse verkozenen zouden dus druk uitoefenen op vooraanstaande politici als  Yves Leterme, Johan Vandelanotte of Laurette Onkelinx om bepaalde onderwerpen zoals de Armeense genocide, het terroristisch karakter van de PKK, het respect van mensenrechten in Turkije al dan niet op de politieke agenda te plaatsen. Het aantal Belgen van Turkse origine is aanzienlijk, er vallen dus veel stemmen te rapen. Het spreekt  voor zich dat er met hun mening meer rekening zal worden gehouden, dan met die van de veel kleinere Koerdische of Armeense gemeenschap in België. Dit blijft immers een van de basisprincipes van de democratie: de stem van de meerderheid geldt.

 

 

Het is ergens ook evident dat iemand die grotendeels verkozen is door een Turkse achterban, hun belangen dan ook verdedigt. Laurette Onkelinx kan slechts burgemeester worden van Schaarbeek, als zij niet ingaat tegen wat belangrijk wordt bevonden binnen de grote Turkse gemeenschap in deze gemeente. Hetzelfde geldt om maar een voorbeeld te geven voor personages als Patrick Janssens (sp.a) die toegevingen heeft moeten doen aan zijn eerder rechtse electoraat, om burgemeester van Antwerpen te kunnen worden in plaats van Vlaams Belang kopstuk Filip Dewinter. Zo werkt de politiek nu eenmaal, zelfs al is dat niet altijd overeenkomstig met hoe het zou moeten zijn, op zich is hier niets schokkends aan.

 

 

Aan de andere kant zou het mogelijk moeten zijn voor een land als België, dat in principe ver van Turkije afstaat, om neutraal te blijven in zo’n emotioneel geladen problematiek. We moeten echter toegeven dat door de geglobaliseerde context van vandaag en vooral binnen het kader van de Europese Unie. België steeds vaker bepaalde posities moet innemen met betrekking tot conflicten die zich oorspronkelijk niet op hun grondgebied afspeelden.  Transnationale mobilisatie heeft ervoor gezorgd dat het Koerdische probleem zich voor een deel verplaatst heeft, zowel Turkse als Koerdische lobby’s proberen de Belgische Staat te beïnvloeden om hun persoonlijke belangen te doen gelden. Het hangt van de bestaande machtsverhoudingen af wie van de twee binnen de Belgische context het laatste woord zal hebben.

 

 

De invloed die wordt uitgeoefend valt dus zeker niet te ontkennen, de loyaliteit ten opzichte van het land van herkomst is zowel voor de Turkse als voor de Koerdische gemeenschap zeer sterk. De interne verdeeldheid binnen België speelt hier hoogstwaarschijnlijk een belangrijke rol, het nationale bewustzijn en het bijkomende nationalisme is hier veel minder sterk dan in Turkije. In de Verenigde Staten, waar een zeer groot nationaal bewustzijn bestaat, zou iedereen het bijvoorbeeld absurd vinden als Barack Obama nu plots, naast het algemene belang in het bijzonder de belangen van Kenianen zou verdedigen.  Als Belgische politici als Fatma Pehlivan of Cemal Cavdarli dit wel doen zien wij hier over het algemeen geen graten in.

 

 

We moeten eerlijk zijn, het grootste deel van de Belgische bevolking staat vrij onverschillig ten opzichte van kwesties zoals het al dan niet terroristische karakter van de PKK. De gemoederen zullen veel hoger oplopen als het gaat over de scheiding van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde bijvoorbeeld. Dit verklaart ook waarom het ontkennen van de Joodse genocide veel meer stof zal doen opwaaien dan het negationisme omtrent rond de Armeense genocide of de mensenrechtenschendingen in het Koerdische deel van Turkije bestaat. De Joodse kwestie zit veel meer geworteld in onze nationale geschiedenis en ligt dus ook gevoeliger.

 

 

Het feit dat dit type debat in België wordt gevoerd is een relatief nieuw fenomeen en dat het effectief ook het nieuws haalt is op zich al zeer interessant. Niet enkel de betrokken gemeenschappen mobiliseren zich om van hun versie van het conflict de dominerende versie te maken, ook Belgische politici worden verplicht kleur te bekennen over een conflict dat hun niet eigen is.

 

 Wetenschappelijk artikel: Modern Communications Technology in Ethnic Nationalist Hands: The case of the Kurds

David Romano

 

Volgens David Romano hebben moderne communicatietechnologieën een grote impact gehad op nationalistische bewegingen in het algemeen. Het heeft dingen mogelijk gemaakt die dat eerst niet waren.  Er is vaak gedacht dat massamedia eerder een homogeniserend effect op culturen zouden hebben. Het heeft de wereld inderdaad kleiner gemaakt, maar dat heeft net nieuwe mogelijkheden geschapen voor staatloze groeperingen, die zich door diaspora over de hele wereld hebben verspreid. Vandaag de dag is het bijna voor iedereen mogelijk, van welke strekking of afkomst je ook bent, om een boek of een krantje te publiceren. Een goed voorbeeld hiervan is het tijdschrift “De Koerden” van het Koerdisch Instituut vzw te Brussel, een dergelijk onafhankelijk tijdschrift kan door een vzw met beperkte middelen worden uitgegeven dankzij de opkomst van de massaproductie van moderne communicatie- technologieën. Hetzelfde geldt tevens voor blogs, websites,…. Enkele decennia geleden zou dit niet mogelijk geweest zijn. 

 

Wijd verspreide toegang tot radio’s, gsm’s, internet en camera’s maakt het gemakkelijker om ideeën wereldwijd te verspreiden. Informatie die er vroeger uren en soms zelfs dagen over deed om bekend te raken, wordt nu in een fractie van een seconde de hele wereld rond gestuurd. Bij de  arrestatie in 1999 van Ocalan ( de leider van de PKK) door de Turken, werden deze beelden dankzij satelliet en internet op zeer efficiënte wijze doorgestuurd waardoor protestacties al enkele uren later konden starten.  Er is een diversiteit aan relaties ontstaan die mensen onderhouden over de grenzen heen. Het is een universeel fenomeen, gelijkgezinden vinden elkaar gemakkelijker terug, en ze mobiliseren zich rond zeer uiteenlopende thema’s.

 

Het spreekt voor zich dat voor een volk als de Koerden, dat beschikt over een welbepaalde cultuur en geschiedenis, een medium als het internet hun zaak zeker ten goede komt. We moeten niet vergeten dat na de eerste wereldoorlog Koerdistan werd verdeeld tussen Turkije, Iran, Irak en Syrië en dat er hierdoor een culturele, linguïstieke en politieke afstand is ontstaan  tussen de verschillende Koerdische groeperingen. Dankzij moderne communicatietechnieken en dan vooral het internet kan deze afstand vandaag overbrugd worden. Deze overbrugging is noodzakelijk in de huidige context: Koerdische minderheden in de bovengenoemde landen, zijn onderhevig aan urbanisatie- en onderwijssystemen die trachten de Koerden binnen hun nationale kader te assimileren. Hierdoor ontstaat de angst bij de Koerdische nationalisten dat ze de oorspronkelijke loyaliteit aan hun moedernatie zouden verliezen. Deze angst is niet onterecht, zeker binnen de Turkse landsgrenzen wordt er grote moeite gedaan om elke expressie van Koerdische etniciteit te onderdrukken, in sommige gevallen is die assimilatiepolitiek ook succesvol geweest.

 

Ook voor de Koerden die zich buiten Koerdistan gevestigd hebben en die naast hun Koerdische loyaliteit ook andere loyaliteiten ontwikkeld hebben, meestal ten opzichte van het land waarheen zij gemigreerd zijn, is het bestaan van een “virtueel Koerdistan” (Watts, 2004) erg belangrijk. De transnationale netwerken die hierdoor zijn ontstaan, hebben een sterke verbondenheid gecreëerd. We kunnen spreken van een soort van “Cybernatie” (Mills, 2002). Het Koerdische probleem is niet langer enkel een lokaal of een regionaal conflict, het wordt hoe langer hoe meer gezien als een Europees probleem (Watts, 2004). Omdat de afstand door de moderne communicatiemiddelen sterk verkleind is, voelt een Koerd die in Duitsland woont zich evengoed aangesproken als een Koerd in Turkije. Het conflict maakt deel uit van de dagdagelijkse routine, het is niet langer een ver-van-mijn-bed-show.

 

Deze situatie heeft ook veel kansen gecreëerd voor Koerdische nationalisten, ten eerste is het bestaan van een transnationale gemeenschap de manier bij uitstek om de Koerdische cultuur staande te houden. Zoals Romano ook aanhaalt, speelt vooral de taal hier een zeer belangrijke rol. Binnen de Koerdische taal bestaan er verschillende dialecten die sterk van elkaar verschillen. De Koerdische beweging is zich ervan bewust dat taal één van de belangrijkste elementen is die de identiteit van een persoon bepaalt, het is dus voor hun van groot belang om een gestandaardiseerde vorm van hun taal te promoten. Eenzelfde taal zou volgens deze logica ook de andere interne verschillen onder de Koerden wegwerken. Ten tweede heeft dit transnationale netwerk het mogelijk gemaakt de strenge Staatscontrole, die in Iran, Irak, Syrie en vooral in Turkije bestaat en die het communicatiemonopolie willen behouden, te omzeilen. De Koerdische satellietzender MED TV en het productiehuis Roj dat uitzend vanuit London en Denderleeuw heeft als voornaamste doel het etnische bewustzijn van de Koerden te promoten. Zoiets zou in Turkije volstrekt onmogelijk zijn. Er zijn dan ook al meerdere initiatieven ondernomen om deze zender het zwijgen op te leggen, maar het recht op vrije meningsuiting heeft tot nu toe de bovenhand gehaald. 

 

De auteur van dit artikel gaat ervan uit dat wanneer de vier landen, waarin de Koerdische minderheid zijn thuis vindt, minder repressief zouden reageren op elke uiting van Koerdische identiteit, de Koerden hoogstwaarschijnlijk ook minder radicale claims zouden hebben en zelfs zouden afstappen van hun secessionistische ideeën. Dit is echter niet noodzakelijk zo, want het feit dat Koerdistan over belangrijke natuurlijke rijkdommen beschikt, zorgt ervoor dat de economische factoren die in dit conflict meespelen niet over het hoofd kunnen worden gezien.  Ergens is de vergelijking met regio’s zoals Catalonië of zelfs Vlaanderen mogelijk, zij beschikken over zeer uitgebreide autonomie waaronder onafhankelijke media, dit heeft desondanks geen einde gebracht aan de “strijd” voor onafhankelijkheid (Keating, 2003).

 

Een tweede punt van kritiek is dat het idee van een transnationale gemeenschap op het internet niet overroepen mag worden. Eerst en vooral heeft niet iedereen toegang tot dit medium, daarbij komt ook nog eens dat het Koerdische netwerk op het internet misschien wel zeer groot is, maar ook zeer divers: niet elke website of blog staat achter dezelfde doelstellingen. Het kan gaan van puur culturele en folkloristische informatie tot radicalere uitlatingen die soms zelfs oproepen tot geweld. Het zou dus gevaarlijk en kortzichtig kunnen zijn deze allen over eenzelfde kam te scheren.

 

Geconsulteerde werken:

 

Keating M., Loughlin J., Deschouwer K. (2003). Culture, Institutions and Economic Development: A study of Eight European Regions. Elgar, Cheltenham.

 

 

Mills, K. (2002). Cybernations: Identity, Self-determination, Democracy and the “Internet Effect” in the Emerging Information Order. Global Society, Vol. 16, Issue 1, pp. 69-87

 

Romano, D. (2002). Modern Communications Technology in Ethnic Nationalist Hands: The Case of the Kurds. Canadian Journal of Political Science, 35:1, pp.127-149

 

 

 

Watts N.F. (2004). Institutionalizing Virtual Kurdistan West, Transnational Networks and Ethnic Contention in International Affairs. In J.S. Migdal, States and Societies in the Struggle to Shape Identities and Local Practices (pp.121-147).Cambridge University Press, Cambridge

 

 

 

Bespreking van het wetenschappelijk artikel: Exit and Voice Revisited: the Challenge of Migrant Media, Kira Kosnick

Tijdens de jaren ‘70 werd emigratie gunstig geacht voor natie-staten, politieke managers en vertegenwoordiger van de staat. Het verlaten van de staat onder de vorm van emigratie maakt het mensen immers onmogelijk om politieke veranderingen te eisen. Vooral onderzoek over de effecten van migratie op de natie-staat tijdens de 19de en 20ste eeuw kwam tot deze conclusie. Hirschman definieerde op die manier ‘exit’ als het wegtrekken uit het land van oorsprong, waardoor de mogelijkheden op ‘voice’, vertaald als opstand of verzet, beperkt zijn. Politieke conflicten en sociale protesten in de 21ste eeuw in West-Europa en het Midden-Oosten bewijzen echter het tegendeel. Immigranten blijven geaffilieerd met hun land van oorsprong en engageren zich in transnationale en diasporische politieke activiteiten. Ze ontwikkelen nieuwe manieren om hun ontevredenheid met de politieke stand van zaken in hun oorspronkelijke verblijfplaats te verwoorden. Globalisatie veroorzaakt niet enkel nieuwe druk op natie-staten, maar het heeft ook de voorwaarden van diepgaand politiek verzet of politiek activisme ingrijpend veranderd. Sommige dissidente groepen slagen er zelfs in om sterker verzet te voeren vanuit het buitenland dan van binnen uit. Diaspora gemeenschappen kunnen zelfs de verhalen van de natie creëren door de tijdloosheid van de natie aan te tonen door de weigeren om te integreren en ze beïnvloeden de standpunten en acties van nationalisten in het thuisland (Curtis, 2005). De opkomst van nieuwe communicatietechnologieën is hiervoor de katalysator bij uitstek.

Koerdische nationalisten ontwikkelen dergelijk dissidente activiteiten tegenover hun land van oorsprong, voornamelijk Turkije (naast Iran, Irak en Syrië). Ze benutten nieuwe mogelijkheden voor kritisch activisme dat ondenkbaar zou zijn van binnen uit en dat grote gevolgen heeft voor Turkije, zowel met betrekking tot de opbouw van de natie, als met het beleid tegenover minderheden.

Meer dan een miljoen etnische Koerden emigreerden sinds 1960 als arbeidersemigrant of politieke en/of economische vluchteling naar Europa. Ze bleven zich echter verbonden voelen met hun Koerdische etnische nationaliteit en organisaties van politieke mobilisatie. Volgens Andy Curtis is het de tweede generatie immigranten die meer belang hechten aan de Koerdische identiteit dan de eerste generatie. Door de perceptie dat integreren in immigratieland onmogelijk is, door intens contact met land van oorsprong en de confrontatie met discriminatie van eerste generatie, ontstaat de idee dat een onafhankelijk Koerdistan alle Koerden ten goede zou komen (Curtis, 2005). Bovendien moet men, hoewel verspreid over de hele wereld, putten uit gemeenschappelijke ‘deep resources’ om transnationalisme waar te maken. Antony Smith omschrijft het dit concept als het collectief geheugen, religieuze geloofsovertuigingen en het voorvaderlijke thuisland (Smith, 1996). Dit is ook het geval voor de Koerden die in de regio’s van het zogenaamde Koerdistan leven; de natie-staten waarvan deze regio’s deel uitmaken doen er alles aan om deze separatistische ambities te onderdrukken. Turkije spant echter de kroon in het ontkennen van enige politieke, economische en culturele Koerdische autonomie of vrijheden. Maar ontwikkelingen in communicatie technologieën hebben een nieuwe vorm en praktijk van Koerdisch nationalisme teweeg gebracht die de territoriale culturele politiek van de Turkse staat uitdaagt. Martin Van Bruinessen stelt zelf: ‘The Kurdish nation is unlikely to have ever transformed, had its members never left Kurdistan’ (Van Bruinessen, 2000).

De Turkse staat heeft een geschiedenis van strenge controle over de geschreven media en een staatsmonopolie op broadcasting tot de jaren ‘90. Rapportering over politiek gevoelige onderwerpen, zoals Koerdisch separatisme en staatsacties worden gewelddadig afgestraft in Turkije. Verdwijningen van journalisten en geweld tegen media organisaties vormen geen uitzonderingen. Sinds 2001 heeft de Turkse staat enkele wettelijke hervormingen en constitutionele amendementen doorgevoerd, voornamelijk in het kader van de onderhandelingen over Europees Turks lidmaatschap. Maar ondanks de toenemende openheid is het nog steeds moeilijk voor minderheden om gehoor te krijgen in het media circuit van Turkije. Koerdisch media activisme veranderde echter fundamenteel met de komst van de satelliet MED-TV. MED-TV is een transnationaal diasporisch project met een Koerdisch nationalistische agenda die opereerde buiten Turks territoria en die de regio’s die onder Koerdistan vallen en de Koerdische bevolking in de Mediterrane regio’s en over heel West-Europa bereikte. Turkije deed er echter alles aan om dit kanaal te verwijderen uit het media landschap. De Turkse pers kondigde een protestcampagne af door MED-TV af te beelden als een terroristisch project, aangezien het kanaal PKK activisten aan het woord laat. De toenmalige Turkse eerste minister onderhandelde meermaals met de regeringen van de landen waarin MED-TV zich gevestigd had en slaagde erin de MED-TV telkens te onderbreken en te verplaatsen. De Turkse rijkswacht en politie voerde zelfs aanvallen uit op huizen waarvan de antennes in de richting van het Intelsag signaal stonden dat MET-TV uitzend. Het kat en muis spel tussen de Turske regering en MED-TV en haar opvolgers eindige uiteindelijk wanneer de Turkse staat zich begon te realiseren dat ze de productie van Kurdisch-nationalistische televisie buiten Turkije niet kunnen controleren, laat staan verbieden. ‘We cannot prevent this through fines and bans because of the advances in the technology’. De vooruitgang van de communicatie technologie in de context van de huidige globalisatie wordt dus aangewezen als de voornaamste oorzaak. Med-TV werd opgevolgd door CTV met non-politieke programma’s en meer recentelijk, door Medya-TV. (Van Bruinessen, 2000) Östen Wahlbeck merkt hier wel bij op dat moderne communicatie technologieën duur zijn, vooral Koerdische vluchtelingen kunnen zich vaak niet meer veroorloven dan een radio, brief of telefoongesprek (Wahlbeck, 1998).

De gevolgen  van de satelliet televisie voor het Koerdisch nationalistische project zijn meervoudig. Vooreerst heeft het een enorme impact op de staatspolitiek. Politieke mobilisatie wordt meer publiek, flexibel en mobiel. Het draagt bij tot de opbouw van een Koerdische natie, onder andere ook door het promoten van een standaardisatie van Koerdische dialecten op de televisiekanalen. Het fungeert daarenboven als een publiek en transnationaal forum voor Koerdische leiders en intellectuelen, die openlijk over en voor de Koerden spreken wereldwijd. Lokale media praktijken promoten tot slot transnationaal media activisme. Het is de samenwerking tussen lokale, nationale en transnationale politieke niveaus, naast de opkomst van nieuwe media technologieën die de Koerdische satelliet televisie mogelijk hebben gemaakt.

Moderne communicatie technologieën, waaronder satelliet televisie, zullen zeer belangrijk blijven voor leden van de Koerdische diaspora om sterke identificaties met de gedeterrioraliseerde, virtuele Koerdische natie vast te houden en zelfs te versterken en te ijveren voor culturele en politieke rechten, aangezien regeringen het veel moeilijker hebben om proteststemmen tot in de kiem te smoren.

Elien Gillaerts

Geraadpleegde literatuur:
Curtis, A. (2005). Nationalism in the diaspora: a study of the Kurdish movement’. Geraadpleegd op 18 december 2008 op HYPERLINK “http://www.tamilnation.org/selfdetermination/nation/kurdish-diaspora.pdf”
Kosnick, K. (2008). Exit and Voice revisited: the challenge of migrant media. Research Group Transnationalism Werkdocument, 9. Frankfurt: Johann Wolfgang Goethe University.
Smith, A. (1996). The Resurgence of Nationalism? Myth and Memory in the Renewal of Nations. The British Journal of Sociology, 47 (4), 575-598.
Van Bruinessen, M. (2000). Transnational aspects of the Kurdish question. Firenze: Robert Schuman Centre for Advanced Studies.
Wahlbeck, O. (1998). Transnationalism and Diasporas: the Kurdish example. Montreal: International Sociological Association XIV World Congress of Sociology.

McKiernan Kevin, The Kurds: a people in search of their homeland: http://nl.youtube.com/watch?v=5gGXVx_tL24

 

Kevin McKiernan is een Amerikaans fotograaf en documentairemaker. Hij maakte kennis met de Koerdische problematiek toen hij Irak tijdens de Eerste Golfoorlog in ’91 voor het eerst bezocht. Door ons door zijn lens te laten meekijken beschrijft hij de evolutie van de situatie van de Koerden in Irak en hun verhouding tot Irak, de Verenigde Staten en Turkije.

De Verenigde Staten hebben al heel lang een zeer dubbelzinnige houding ten opzichte van Irak, Sadam Hussein en de Iraakse Koerden. In 1988 voerde Sadam Hussein een chemische aanslag (in het kader van de Anfalcampagne) uit op de Koerden, waarbij minstens 5000 Koerden de dood vonden. Na de aanslag smeekten de Koerden om internationale acties tegen Irak en Saddam Hussein. De Senaat van de Verenigde Staten stelde handelssancties voor, maar deze werden door de Bush-Reagan administratie geblokkeerd. Bagdad kreeg zelfs een maand later een hoop financiële steun zowel van de Amerikanen als de Britten. (Romano, 2006)

Na de aanslagen op de Twin Towers in 2001 riep Rumsfeld de hulp in van de Koerden. De Amerikaanse regering plande een regimewissel in Irak. Als een van de redenen voor de inval gaven de Amerikanen onder andere de gasaanval van Saddam Hussein op de Koerden in 1988 op. De Koerden waren bijgevolg zeer pro oorlog, en namen de kans om mee te werken aan de oorlog met beide handen. De Koerden zagen dit ook als een mogelijkheid om zich als enige betrouwbare Amerikaanse bondgenoot uit het het Midden Oosten te profileren, temeer omdat het Turkse parlement (een andere Amerikaanse bondgenoot) weigerde de Amerikaanse troepen via Turkije doorgang te geven naar Irak (Romano, 2006).  De Amerikanen zouden de Koerdische Autonome regio als een uitvalsbasis gebruiken, die al sinds 1992 enige vorm van autonomie kende.

In 2003 vallen de Verenigde Staten Irak binnen, maar het scenario is volgens McKiernan uiteindelijk volledig anders dan eerst gepland. In de periode voor de Amerikaanse inval wordt de Koerdische regio namelijk geteisterd door bomaanslagen, gepleegd door Koerdische islamfundamentalisten, Ansar Al Islam. Deze groepering zou steun gekregen hebben van de Iraakse en Iraanse regering om de Koerdische autonome regio te destabiliseren (Romano, 2006). De Koerden smeekten de Amerikanen in te grijpen. Volgens McKiernan deden de Amerikanen dat niet.  Dit wordt echter tegengesproken door David Romano (2006). Volgens hem wachtten de Koerden na 9/11 met opzet om de Ansar Al-Islam te vernietigen zodat ze zich achter de Amerikaanse ‘War on terror’ konden scharen en zo Amerikaanse steun zouden verkrijgen. De Amerikanen hielpen volgens Romano (2006) uiteindelijk wel bij het neerslaan van de Ansar Al-Islam.

Na de Amerikaanse inval, bleek de Koerdische Autonome Regio al gauw de plaats in Irak waar het enigsinds veilig was. Het succes van de Iraakse Koerden wekte echter afgunst op bij de andere Koerden. De nieuwe uitzonderlijke situatie zorgde ook voor een verhoogde strijdbaarheid bij de Koerdische Turken. Vele Turkse Koerden verhuisden echter ook naar de Koerdische Autonome regio omdat ze er zich veilig waanden. Zo gebeurde het ook dat de PKK een vaste voet aan wal zette in Irak.

Dit was echter olie op het vuur en zorgde voor extra problemen. De aanwezigheid van de PKK en Turkse Koerden in de Iraakse autonome regio werd door de Turkse overheid als zeer problematisch aanzien. Turkije besloot dan ook actie te ondernemen en de Iraakse autonome regio binnen te vallen, na toestemming te hebben gekregen van Condoleeza Rice, Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken. Dit is zeer gevaarlijk voor de fragiele democratie en voor de eenheid tussen de Koerden. Reeds na de Amerikaanse inval in Irak groeide ook de rivaliteit en de vijandigheden tussen de Turkse en Iraakse Koerden. Nadat Turkije de Koerdische Autonome regio binnenviel, werden de spanningen nog groter.

Ook de Amerikaanse regering zat met problemen ten aanzien van de Koerdisch-Turkse vijandigheden. Beide partijen, Turkije en de Koerden,  zijn namelijk Amerika’s grootste bondgenoten in het Midden Oosten. Enerzijds is Turkije  een belangrijke NAVO bondgenoot en een zeer belangrijke moslimstaat uit de Regio. De militaire bases in Turkije zijn ook van fundamenteel belang voor de Amerikaanse militaire aanwezigheid in het Midden Oosten. De Koerden anderzijds, zijn zeer pro-Amerikaans, in vergelijking met andere volkeren uit het Midden Oosten (Economist, 2006, 16/12). Een andere reden waarom de Amerikanen de Koerden niet willen of kunnen laten vallen, is omdat zij de steun van de Koerdische gemeenschap hard kunnen gebruiken in de strijd tegen het Iraanse theocratische regime van Ahmadinejad, president van Iran (Romano, 2006).

Aan de Amerikaanse inval waren er echter ook positieve kanten voor de Koerden: de economie leefde op, en er was een grotere veiligheid in de Koerdische regio dan in andere regio’s in Irak. Deze veiligheid wil de Koerdische Regionale Regering beklemtonen om het toerisme in de regio aan te wakkeren. De Koerdische minister van Toerisme, Nimrud Baito, wil zowel religieuze toeristen als liefhebbers van skiën en archeologie aantrekken. (Montague, 2007) Zoals McKiernan (2006) het een beetje vreemd verwoordt, Koerdistan is “a Switzerland like place in the Middle East”.

Desondanks blijft de situatie van de Koerden toch vrij precair: Hun buren zijn niet meteen hun beste vrienden en ook tussen de Koerden onderling botert het niet steeds even goed. De politici van de Koerdische autonome regio proberen nu voornamelijk de geboekte vooruitgang te stabiliseren en proberen, om de buurlanden en internationale gemeenschap te vriend te houden, hun eisen gematigd te houden.

 Ondanks het feit dat ze zeer Pro-Amerikaans zijn, Arabieren beschrijven ze vaak als Zionisten omdat ze aanhangers zijn van de Westerse waarden, is de liefde blijkbaar niet altijd wederzijds, en worden ze soms in de steek gelaten. Het is zoals McKiernan het beschrijft:  de enige vriend van de Koerden zijn de bergen.

 

Barbara Bracke

 

ROMANO (2006) The Kurdisch Nationalist Movement, Opportunity, mobilization and identity, Cambridge University Press

 

“America between the Turks and Kurds” (2006-12-16) Economist, Vol. 381, Issue 8508

  

MONTAGUE J. (2007) Beyond the Green Zone, New statesman [1364-7431], vol:136 iss:4835 pg:54

 

McKiernan K (2006), The Kurds: A People in Search of their Homeland, geraadpleegd op http://nl.youtube.com/watch?v=5gGXVx_tL24 op 18/12/2008

Mobilizing ethnic conflict: Kurdish separatism in Germany and the PKK. Alynna J. Lyon and Emek M. Uçarer

Dit artikel illustreert hoe de PKK (de Koerdische arbeiderspartij) voet aan wal zette in Duitsland en er zo in slaagde een internationale dimensie te geven aan het Koerdische conflict. Het toont aan hoe de PKK, via zijn aanwezigheid in een liberale democratie als Duitsland, de kansen had mensen te mobiliseren en collectief actie te voeren.

 

De Turkse autoriteiten voerden sinds lange tijd een assimilatie politiek tegenover de Koerdische bevolking. Vanzelfsprekend bleef Koerdisch verzet niet uit.  In 1984 begon de PKK, onder leiding van Abdullah Öcalan, aan een reeks van gewelddadige acties tegen de Turkse autoriteiten. Turkije reageerde met harde repressie. Bijgevolg vluchtten veel Koerden uit Turkije. Duitsland was met zijn democratisch regime voor veel Koerden een goede keuze, temeer omdat er reeds veel Koerden, als gastarbeiders, aanwezig waren.

 

Mede dankzij de technologische vooruitgang bleven Koerden in diaspora  contact houden met Koerden in Turkije. Eens in Duitsland werd het Koerdische nationalisme levendig gehouden via culturele en sociale organisaties. De PKK  slaagde erin via deze organisaties mensen te mobiliseren. Dat de PKK in Duitsland veel Koerden wist samen te brengen is volgens Eva Ostergaard-Nielsen (2000) ook vrij logisch. Hoe minder oppositie getolereerd wordt in het thuisland, hoe meer de tegenstand in het gastland zal floreren. Doordat de Turkse staat politieke partijen en andere organisaties onderdrukt en discrimineert, draagt zij bij tot de vorming van oppositiegroepen in diaspora, waar meer liberale vrijheden bestaan.

 

Deze liberale waarden in Europa gaven de PKK de mogelijkheid de media te bespelen: er werden Koerdische kranten gemaakt. In mei 1995 werd een Koerdisch televisienet opgericht: MED TV. Het tv-net werd verdedigd en geholpen door Westerse linkse media, door mensenrechtenactivisten en door politici. Het net identificeerde zich als de spreekbuis van een minderheid die individuele vrijheid en mensenrechten wilden promoten (Watts, 2004).

De kracht van audiovisuele media is natuurlijk veel groter dan die van geschreven pers. Hassanpour Amir (1998) schrijft dit toe aan het feit dat televisieprogramma’s en beelden in staat zijn veel sociale grenzen te overschrijden: ongeletterdheid, taal, leeftijd, geslacht en religie. Door de combinatie van beeld, geluid, en schrift is televisie het ideale medium om het gevoel van cultuur en identiteit te vergroten. Via sateliet bereikt MED TV Koerden in Iran, Irak, Turkije, Syria, Noord-Afrika, West-Azië en Europa. Zo bereikt de TV zender een transnationaal Koerdisch publiek.

 

Het hoofddoel van de PKK was de Duitse, en ook de Europese bevolking en autoriteiten meer informatie te verschaffen over de benarde situatie van de Koerden in Turkije. Via verschillende acties probeerde de PKK de Koerdische kwestie in Europa in de spotlight te plaatsen. In het begin hielden ze vooral bijeenkomsten en stakingen, soms collectief in verschillende Europese steden. Begin jaren ’90 begon de PKK een agressievere koers te varen.  Hun doelwitten waren Turkse bedrijven, en later ook  Turkse sport- en culturele organisaties.

Naarmate de acties van de PKK gewelddadiger werden, verhoogde ook de alertheid van de Duitse politie. Zo richtte de PKK na verloop van tijd zijn pijlen ook op de Duitse autoriteiten. De spanningen tussen beide partijen namen dan ook toe. In 1993 werd de PKK in Duitsland buiten de wet gesteld. Dit gebeurde nadat Koerden over het hele land Turkse ambassades, bedrijven en winkels hadden aangevallen. Men wou met deze actie de Duitse regering onder druk zetten zodat zij de rol van onderhandelaar op zich zouden nemen in de Turks-Koerdische kwestie. Dit was duidelijk een poging om indirect invloed te hebben op de politiek in Turkije.

De Duitse regering stond al langer onder Turkse druk omwille van zijn zachte aanpak van de PKK en de Koerden. Ook Turkse immigranten probeerden namelijk hun stempel op de Duitse politieke agenda te drukken. Naar de mening van Eva Ostergaard-Nielsen (2000) is de rol van media ook hierin zeer belangrijk. De Turkse media waren zeer kritisch over de tolerante houding van Westerse landen tegenover Koerdische bewegingen.

Na het bannen van de PKK stopte het geweld niet. Wanneer de Turkse regering het staakt-het-vuren van de PKK niet beantwoordde, dreigde Öcalan  ermee de bij Duitsers populaire vakantieoorden te attackeren in Turkije en waarschuwde hij voor rellen in Europa.

In 1996 veranderde de PKK van toon en strategie. Öcalan veroordeelde geweld. Na enkele onderhandelingen tussen Duitsland en Öcalan nam het geweld tegen Turkse doelwitten in Duitsland af. De Duitse staat verzwakte zijn standpunt, de PKK werd niet langer als een terroristische organisatie beschouwd, maar als een criminele organisatie. De druk op Duitsland, vanuit Turkije en vanuit internationale instanties bleef echter groot.

Wanneer Öcalan in februari 1999 gevangengenomen werd in Kenia en later ter dood veroordeeld werd,  lokte dit een golf van protest uit in Duitsland. Koerden kwamen overal op straat om te protesteren tegen de doodstraf van hun leider. Zo slaagden zij erin de Duitse minister van Buitenlandse Zaken  als onderhandelaar naar Turkije te sturen om de Turkse autoriteiten onder druk te zetten de doodstraf van Öcalan ongedaan te maken. Ook de Europese Commissie waarschuwde dat een uitvoering van de doodstraf op Öcalan de kansen tot toetreding tot de EU voor Turkije zeer klein zouden maken.

Koerden in diaspora hebben duidelijk de kansen die Westerse landen hen boden met beide handen genomen. Het recht op vrije meningsuiting  in Westerse landen liet hen toe niet alleen informatie te verspreiden in Europa, maar ook naar alle Koerden over de hele wereld. Het recht op vereniging liet hen toe zich te mobiliseren en op te komen voor de Koerdische zaak. Waar zij echter gewelddadige middelen gingen gebruiken, werden ze onmiddellijk de mond gesnoerd. De immigratie van Koerden naar Duitsland, duwde de Duitse autoriteiten indirect tussen twee vuren: het Koerdische en het Turkse.

 

Barbara Bracke

 

HASSANPOUR A. (1998) Satellite footprints as national borders: MED-TV and the extraterritoriality of state sovereignty, Journal of Muslim of Minority Affairs; Vol. 18 Issue 1, p53, 20p

 

WATTS F. N. (2004) Institutionalizing virtual Kurdistan west, transnational networks and ethnic contention in international affairs, Bounderies and Belonging, Migdal

 

OSTERGAARD-NIELSEN Eva (2000) Trans-State Loyalties and Politics of Turks and Kurds, The John Hopkins University Press

 

UCARER E.M, LYON J.L (2001) Mobilizing etnic conflict: Kurdish separatism in Germany and the PKK, Etnic and Racial Studies, Vol. 24 No.6, pp. 925 – 948